Sterke Erven Logo
15

Goede resultaten voor financiering overname

1505 min
Het overnemen van een agrarisch bedrijf is niet eenvoudig. Met de groeiende bedrijfsomvang loopt immers ook de overnamesom op. De 27-jarige Gertjan van der Doelen weet niet wanneer hij het bedrijf van zijn ouders kan overnemen. Wat voor hem wel vaststaat, is dat goede resultaten helpen de financiering rond te krijgen.
De maatschap Van der Doelen bestaat uit moeder Mea, vader Gerard en zoon Gertjan van der Doelen. Het bedrijf ligt aan de Loosbroeksestraat in Heesch, tussen Vinkel en Nistelrode. Hier begon vader Gerard (56) in 1981 met 130 zeugen. In de loop der jaren breidde hij de zeugenstapel uit naar 300.
Gertjan (27) kwam in de maatschap toen hij 19 jaar was. Daarna kregen ze de vergunning om het bedrijf uit te breiden van 300 naar 500 zeugen. „Zonder één opfokzeug aan te kopen", zegt Gertjan. De afgelopen anderhalf jaar is het bedrijf uitgebreid van 500 naar 850 zeugen, met het oog op de toekomstige overname door Gertjan.
Gerard is ooit begonnen met een rotatiekruising. Na een aantal jaren ging hij zuivere Yorks gebruiken. „Daar hebben we er nu nog 140, 150 van over", geeft hij aan. Die zuivere Yorks worden gedekt door NL en zo maken de subfokkers hun eigen Topigs20-gelten.
Elke drie weken biggen er zes zuivere York-zeugen af. Eén van de zes is geïnsemineerd met zuiver York-sperma, om de zuivere zeugenlijn in stand te houden. De andere vijf zijn geïnsemineerd met NL-sperma. Hieruit selecteren ze 27 gelten voor de opfok. Het fokken van de eigen gelten gebeurt puur om ziekte-insleep te voorkomen. De Brabanders zitten al in een varkensdichte omgeving, dus willen ze alle andere risico’s zo veel mogelijk uitsluiten.
Omwille van de kosten(besparing) hoef je het niet te doen, geven vader en zoon aan: het fokken van eigen opfokzeugen betekent namelijk dat er ook York x NL-beren worden geboren. En lang niet alle gelten komen door de selectie. „Die bijproducten kunnen we wel kwijt, maar je beurt er niet de hoofdprijs voor."
Op initiatief van bedrijfsopvolger Gertjan werkt de maatschap sinds dit jaar in een strak systeem met weekgroepen. Elke week worden 44 zeugen geïnsemineerd, waarvan ze er 40 overhouden. Wekelijks moeten er 40 kraamhokken vol. „Ik heb op stages ervaren dat een dergelijk strak wekensysteem rendement oplevert", zegt Gertjan.
„Per man kun je hiermee het grootste aantal zeugen bijhouden. Als het aan mijn vader had gelegen, hadden we geen weekgroepen gehad en was het allemaal wat meer uit de losse pols gegaan, met meer kraamhokken. Maar die flexibiliteit heb ik ingeruild voor een strak schema. Gelukkig geeft mijn vader me de ruimte om dit soort beslissingen te nemen. En nu is hij zelf ook overtuigd dat dit goed werkt."
Een hoog arbeidsrendement is dus het streven, naast uiteraard optimale technische resultaten. „Als je kunt aantonen dat je technisch goed draait, praat het wat gemakkelijker met de bank", weet Gertjan. Voorheen realiseerden ze 28,5 gespeende biggen per zeug per jaar.
Momenteel zitten ze op 30, maar dat aantal gaat naar 31 à 32, als het aan Gertjan ligt. Mede daarom hebben ze in alle 200 kraamhokken balansvloeren laten aanbrengen. Gerard: „Dat systeem verdient zich terug door minder uitval. Normaal heb je gemiddeld 0,7 doodliggers per worp. Op 40 kraamhokken zouden we per week dan 28 doodliggers hebben, maar het zijn er nu nog maar 8 per week."
Verder betekent de balansvloer een heel stuk arbeidsgemak, volgens Gertjan: „Je hoeft niet te wachten tot de zeug gaat liggen, je kunt vlot doorwerken. En bij ons loopt de balansvloer aan de voorkant door, zodat de biggen geen rondjes om de zeug kunnen rennen. Je kunt ze zó voor de voet weg pakken als de boxen omhoog staan."
Voor overtollige biggen zijn er 48 plaatsen voor moederloze opfok (Rescue deck-systeem). Die zitten nu niet vol. Gertjan, lachend: „Het aantal levendgeboren biggen moet nog wat omhoog. Dat is nu 13,8; het streven is 14,5."
De biggen blijven vier weken bij de zeug. De vermeerderaars willen het speengewicht graag zo hoog mogelijk, liefst rond de 8 kg. Op twee en halve week voor het spenen krijgen de biggen Heavy Pig 2 (hetzelfde product als voor moederloze opfok) en op 10 dagen voor het spenen speenkorrel. „
Als ze bij het spenen geen 7 maar 8 kg wegen, hebben ze minder last van de speendip en bovendien scheelt die kilo een paar gram groei per dag in de vleesperiode. Wij willen graag de groei van de gespeende biggen verhogen. Daar werken we ook aan, via een strikte scheiding van de afdelingen en goede hygiëne; we werken altijd van jong naar oud."
De biggen van 25 kg worden geleverd aan vijf vaste afnemers in de buurt. Elke maandag gaan er ongeveer 500 biggen weg (op basis van de weeknotering van de NVV); op jaarbasis levert de maatschap er dus 25.000. De biggennotering is redelijk bepalend voor het rendement. „Of de notering op jaarbasis 4 euro hoger uitpakt of 4 euro lager, daar zit 2 ton tussen", schetst Gerard.
De maatschap heeft altijd netjes gedraaid, aldus Van der Doelen senior. „We bouwden als er tijd en geld was." De financiering per zeug vinden ze ‘niet overdreven hoog’. Een concreet bedrag willen ze niet noemen, maar het betekent wel dat Gertjan op termijn een fiks bedrag op tafel zal moeten leggen, te meer omdat het pensioen van Gerard en Mea ook in het bedrijf zit.

Lees de hele reportage van maatschap Van der Doelen in de Pig Business van donderdag 25 juli.

Beeld: Ellen Meinen

Tags
VarkensOndernemerschap
Lees meer in het vakblad
In Vakblad Pig Business lees je wat speelt in jouw sector, met kennis, verhalen en duiding voor de praktijk.