Sterke Erven Logo
16

Braziliaanse Nederlander runt megacoöperatie

1604 min
Castrolanda is een Nederlands-Braziliaanse boerencoöperatie van formaat met een jaaromzet van ruim een half miljard euro. Richard Borg is directeur van de coöperatie en zelf varkenshouder. Over een maand beginnen ze met het slachten van hun eigen varkens.
Castrolanda is een landbouwcoöperatie in de zuidelijke Braziliaanse staat Paraná. De naam is een samenvoeging van de stad (Castro) waar de Nederlandse kolonie is gevestigd en de Portugese naam voor Nederland (Holanda). De coöperatie is in 1951 opgericht door Nederlandse boeren.
Castrolanda heeft een totale omvang van 130.000 hectare grond, 19.000 koeien, 15.000 zeugen en 145.000 vleesvarkens. Momenteel telt de coöperatie 720 leden en 800 medewerkers. Naast de coöperatiemedewerkers hebben de leden ieder nog hun eigen werknemers.
Op het terrein staat nog een replica van een Nederlandse molen. Niet zonder reden, want een kwart van de leden heeft nog steeds een Nederlandse afkomst. Afgelopen jaar behaalde Castrolanda een omzet van 530 miljoen euro. Het overgrote deel van de omzet wordt gehaald uit melk, zuivelproducten en akkerbouw.
Naast de grond en dieren heeft de coöperatie een eigen voer- en zuivelfabriek. Momenteel zijn ze bezig met de bouw van eigen varkensslachterij. Nog deze maand moet de slachterij met een capaciteit van 300 vleesvarkens per uur draaien.
De coöperatie produceert nu op jaarbasis 435.000 vleesvarkens. Met deze aantallen zou een derde van de slachtcapaciteit volstaan. Castrolanda kijkt dan ook al verder. Het idee is om de helft van het varkensvlees op contractbasis af te zetten, 30 procent gaat op export en 20 procent wil Castrolanda afzetten via een eigen merk.
Richard Borg is directeur van de coöperatie en zelf varkenshouder. Zijn opa emigreerde al in 1953 van het Groningse Boertange naar Brazilië. Als kleinzoon mag Richard Borg zich derde generatie Nederlander noemen. Toch spreekt hij nog uitstekend Nederlands.
Hij heeft twee varkensbedrijven: een gesloten bedrijf met 200 zeugen en 1.500 vleesvarkens en een vleesvarkensbedrijf met 1.200 dieren. Zelf is Borg nauwelijks in de stallen te vinden. Hij is druk met zijn taken als directeur. „Ik ben meer van het strategische boerenwerk. Ik houd van denken, plannen en beslissen.”
Vorig jaar speende Borg op zijn varkensbedrijf gemiddeld 29 biggen per zeug. Het aantal levend geboren per worp bedroeg 13 biggen, met gemiddeld 3 doodgeboren biggen. De uitval voor spenen is 6,5 procent. Andere technische resultaten heeft het bedrijf niet, omdat deze niet worden geregistreerd.
De zeugen worden gevaccineerd tegen Lepto en Parvo plus Vlekziekte. De biggen krijgen een Mycoplasma- en Circo-enting. PRRS komt niet voor in Brazilië. De coöperatie werkt met Danbred- en PIC-genetica een heeft een k.i.-station met ruim 30 Duroc-beren.
Op zijn gesloten varkensbedrijf met 200 zeugen en 1.500 vleesvarkens werken drie arbeidskrachten. De dieren krijgen droogvoer bestaande uit maïsmeel, soja en tarwe, aangevuld met een premix van vitaminen en mineralen.
De andere locatie met 1.500 vleesvarkens wordt gerund door 1,5 fte’s. De vleesvarkens krijgen brijvoer. Borg koopt de biggen op deze locatie aan van zijn eigen coöperatie. Castrolanda heeft een eigen zeugenbedrijf met 5.500 zeugen. De coöperatieleden mesten de dieren vanaf 22 kilo af.
Borg heeft naast zijn twee varkensbedrijven nog 1.050 hectare grond, die hij gebruikt voor de teelt van: soja, maïs, tarwe, haver, consumptieaardappelen en bonen. In de zomer telen ze hoofdzakelijk soja, maïs, bonen en aardappelen. En in de winter tarwe en haver.
In totaal heeft Borg 25 mensen in dienst. Twaalf man houden zich bezig met de aardappelteelt in de winter. Hij heeft ongeveer 500 hectare aan consumptieaardappelen. Tien man zijn belast met de graanteelt in de zomer.
Borg is van mening dat de combinatie akkerbouw met het houden van vee, Brazilië zo aantrekkelijk maakt. „We produceren elk jaar van dezelfde hectare grond: voedsel voor de dieren en graan voor de wereldmarkt.”
Hij ziet de Braziliaanse akkerbouw als een fabriek die het hele jaar doorgaat. „In Nederland teel en verkoop je één gewas per jaar en heb je een winterrust. Wij telen twee gewassen per jaar en moeten onze gewassen twee keer verkopen. Daarom is het zo belangrijk dat een coöperatie je hierin ontzorgt.”
De gemeente Castro in de staat Paraná ligt op 1.000 meter boven de zeespiegel. De grond is vruchtbaar en er is een aangenaam fris briesje met voldoende neerslag. Richard Brog prijst zijn opa en compagnons om hun vooruitziende blik. „Veel Nederlandse boeren gingen in die tijd naar Canada of Australië. Zij kozen bewust voor deze omgeving in Brazilië. Niet onterecht, blijkt nu.”

Lees het hele verhaal van Richard Borg in het magazine Pig Business van donderdag 5 juni.

Tekst:

Beeld: Richard Borg

Tags
VarkensOndernemerschapBuitenland
Lees meer in het vakblad
In Vakblad Pig Business lees je wat speelt in jouw sector, met kennis, verhalen en duiding voor de praktijk.