Sterke Erven Logo
Kennispartner

Goede voeropname na spenen begint al vóór spenen

Kennispartner2 min
Biggen lijken na spenen moeite te hebben om voldoende voer op te nemen; de beruchte speendip. Maar geldt dit wel voor alle biggen? Als afsluiting van haar studie aan Wageningen universiteit onderzocht Iris Seesink in opdracht van Forfarmers de variatie in voeropname en vreetgedrag van pas gespeende biggen. Voor dit onderzoek stelde Trouw Nutrition gegevens beschikbaar van elektrische voerstations die voeropname en een aantal maaltijden van biggen individueel registreren.

Streef je naar gespeende biggen met een goede gezondheid die maximaal kunnen presteren, dan moet je hun vreetgedrag kennen. Want dat bepaalt de optimale voerstrategie. Sommige biggen eten binnen enkele dagen na spenen al circa 500 gram voer per dag, terwijl voor andere biggen 50 gram per dag al een opgave is (zie grafiek hieronder). In dit onderzoek werden gegevens van 440 biggen geanalyseerd. De biggen zijn hiervoor onderverdeeld in drie groepen:

  1. snelle starters
  2. seleidelijke starters
  3. trage starters

Van de eerste zes dagen na spenen werden voeropname en vreetgedrag gemeten en werd bepaald welke factoren hierop de grootste invloed hebben.

Onderzoeksresultaten
Het onderzoek wijst uit dat biggen met een hoge voeropname de eerste dagen na spenen vaker in het voerstation komen dan de biggen in de andere twee groepen. Ook blijkt dat de meeste biggen (50%) een hoge voeropname hebben tijdens de eerste drie na het spenen, terwijl 14% moeite heeft met het opnemen van voer. De traag startende biggen lopen een hoger risico op het krijgen van diarree doordat zij zich na enkele dagen gaan overvreten. Vanaf dag vier van spenen was er tussen de biggengroepen nauwelijks nog een verschil on voeropname of aantal bezoeken aan het voerstation.

Voersamenstelling, genetica en speengewicht hebben de meeste invloed op het vreetgedrag van gespeende biggen. Biggen met een hoog speengewicht hebben de eerste dagen na spenen meer moeite met het opnemen van voer dan biggen met een lager speengewicht uit dezelfde toom. Waarschijnlijk omdat de zware biggen meer melk gedronken hebben bij de zeug. Waardoor zij minder gewend zijn aan vast voer. Voer dat is afgestemd op de genetica en de voeropnamecapaciteit stuurt de voeropname na het spenen in de gewenste richting. Zo leg je de basis voor gezonde biggen met maximale prestaties.

Het vreetgedrag van biggen verschilt sterk tussen individuele dieren en wordt mede bepaald door genetica en speengewicht. Voor een goede start is een passend voeraanbod essentieel. Verder begint een goede voeropname na spenen, met een goede voeropname voor spenen.

Tekst:

Tags
VarkensVoer
Logo ForFarmers

ForFarmers

ForFarmers biedt complete voeroplossingen voor de veehouderij. Onze biologisch voeroplossingen zijn bekend onder de naam Reudink. Vanuit de missie ‘For the Future of Farming’ zetten wij ons in voor een toekomstbestendig boerenbedrijf en een verdere verduurzaming van de agrarische sector.