Nog even, dan zit de maïs er overal weer in. Rudy Pennings, werknemer bij loonbedrijf Hartemink in Sinderen, zaaide gisteren zijn laatste percelen. Het bedrijf gebruikte dit jaar voor het eerst een zelfontwerpen front-eg, om in één werkgang zowel te zaaien als de onkruiddruk aan te pakken. Gangbare eggen zijn hier op zandgronden niet voor geschikt: ze slaan het zand te fijn waardoor de bodem verslempt. Bovendien zou een kopeg erg zwaar worden als die dezelfde breedte als de maïiszaaier krijgt.
Om de eg geschikt te maken voor maïs zaaien, werden aanpassingsstukken gemaakt om de machine te verbreden. De werkbreedte van de 6-rijige Monosem NG+ zaaimachine is 4,5 meter. De eg werd 4,90 meter breed.
Het doel van de fronteg is betere onkruidbestrijding. Dit wordt met de machine op drie manieren bereikt. Ten eerste wieden de tanden van de eg het eerste onkruid en witte draden. “We zien steeds vaker dat een boer droge percelen alvast ploegt en natte percelen een week later bewerkt. Dat bekent dat het latere spuiten ook met een week verschil zou moeten. Door te wieden, wordt de klok voor alle percelen weer gelijk gezet”, legt loonwerker Gert Hartemink uit. “Biologische bedrijven creëren bovendien een vals zaaibed. Ze ploegen bewust vroeg en zaaien laat, zodat er al onkruid op staat dat direct met de eg verwijderd wordt. Zo ontstaat een voorsprong in de bestrijding.”
Ten tweede egaliseert de zwarte balk aan de eg het land, waardoor de spuitmachine later nauwkeuriger kan werken. De inzetten en uithalen van de ploeg of spitmachine geven oneffenheden, die bij gerende percelen –in de Achterhoek veel voorkomend- bovendien schuin lopen. Zonder egaliseren zal de spuitboom gaan slingeren, als hier overheen gereden wordt.
Ten derde zorgen zowel de egalisatiebalk als de tanden ervoor dat kluiten verkleind worden. “Percelen die lemiger zijn of vochtig gespit of geploegd zijn, liggen soms kluiteriger. Eén hectare kluiterig land heeft geen oppervlakte van 10.000 m2 meer, maar 20.000 tot 25.000m2. Dat betekent dat later beduidend minder spuitfilm op een vierkante centimeter komt. Bovendien geeft de kluit schaduwwerking, waar geen spuitmiddel kan komen. En daarnaast bevatten kluiten onkruidzaden die tot kieming komen als de kluit vroeg of laat uit elkaar valt.”
Zowel de tanden als de egalisatiebalk zijn te verstellen. Voor een agressievere werking worden de tanden ‘stekend’ gezet, als het land al fijn ligt, staan de tanden slepend.
Naast de uurloon- en brandstofbesparing van één werkgang, zorgt de eg in de fronthef er ook voor dat maïs nooit per ongeluk in het rijspoor wordt gezaaid. “Er zit maar 6 centimeter tussen het rijspoor en de zaairij. Als je in twee gangen werkt, zou je dat voorgaande spoor dus zó nauwkeurig moeten volgen. Zelfs met GPS is dat eigenlijk niet te doen.”
Niet alleen bij het maïszaaien, ook bij zijn oorspronkelijke doel wordt de eg gebruikt: het doorzaaien van weides. Naast de eg is ook de trekker zelf, een Valtra 143 Advance (Adblue), nieuw aangeschaft.