Fosfaat raakt een keer op
Doelsturing in de akkerbouw - KPI 3: fosfaatoverschot

Zonder fosfaat (P2O5) groeit er niks. Fosfor (P) is essentieel voor de energiehuishouding van de plant en daarmee onmisbaar voor fotosynthese en groei. Waar we stikstof oneindig uit de lucht kunnen binden, wordt fosfaat gewonnen uit mijnen. Ongeveer zeventig procent van de winbare fosfaatreserves zit in Marokko en daarna zijn China en de VS grote producenten. De verwachting is dat de vraag naar kwalitatief hoogwaardig fosfaaterts het aanbod in de nabije toekomst zal overstijgen, wat leidt tot stijgende prijzen en mogelijke leveringsproblemen. Europa is afhankelijk van import, terwijl fosfaat hier afspoelt of in onze bodems ophoopt. Ook verdwijnt fosfaat voor een deel via het 'gat van de burger' uit de kringloop. Technisch kunnen we dat fosfaat uit rioolwater terugwinnen. Denk aan struviet en andere gerecyclede producten. Maar in de praktijk komt dat nauwelijks op landbouwgrond terecht. Waarom? Ik denk niet dat ik dat hier hoef uit te leggen, maar de troep aan medicijnresten, hormonen, microplastics enzovoort wil je natuurlijk niet op je land.
Via het gat van de burger verliezen we waardevolle fosfaat
Nu is er de komende decennia niet echt een gebrek aan fosfaat in Nederlandse bodems, het probleem is dat het niet eenvoudig voor de plant beschikbaar komt. De KPI fosfaatoverschot wordt gedefinieerd als aanvoer minus afvoer: alles wat je naar de bodem brengt minus wat je met het gewas afvoert. Wat overblijft, hoopt zich op of spoelt op termijn uit. De winst zit niet alleen in minder aanvoer, maar vooral in een hogere benutting. En daar komt de bodem om de hoek kijken. Een goed functionerende bodem met voldoende organische stof, actief bodemleven, juiste pH, Ca/Mg-verhouding en een goede structuur bepaalt of fosfaat beschikbaar komt voor het gewas of vastligt en ophoopt.
Het gemiddelde overschot op akkerbouwbedrijven is 12 kilogram P2O5 per hectare. De 25 procent-, 50 procent- en 75 procent-percentielen zijn respectievelijk -12, 4 en 27 kilogram P2O5 per hectare. De verschillen tussen grondsoorten zijn klein. De verklaring van de verschillen zit vooral in de aanvoer uit (kunst)mest. Op gronden met een hoge P-toestand is een negatief P-bodemoverschot nodig om het risico van P-uitspoeling laag te houden.
Er zijn meerdere knoppen om aan te draaien, maar ik wil hier inzoomen op dat actieve bodemleven. Ik vraag me al langer af waarom we via het onderwijs en de vakbladen niet veel meer leren over de rol van het bodemleven. En over hoe we dat bodemleven maximaal aan het werk kunnen zetten. Ik ken in Nederland ook maar een handjevol bodemadviseurs die zich hier serieus op profileren. Mijn vermoeden is toch dat er aan chemie meer te verdienen valt.
Bacteriën breken organische stof af en maken P (fosfor) vrij. Andere soorten maken vastgelegd fosfaat opnieuw oplosbaar. Schimmels vergroten het wortelbereik en leveren fosfor direct aan de plant – in ruil voor suikers. Mycorrhiza is daar het bekendste voorbeeld van. Wormen mengen, beluchten en stimuleren het bodemleven. Maar het is ook zeker de bodemstructuur die bepalend is: zonder poriën, geen wortels, geen schimmelnetwerk, geen wormengangen. En ook het bodemleven moet gevoed worden met organische stof. Denk ook aan zaken als de Ca/Mg-verhouding waarbij bekalken met het juiste soort kalk heel belangrijk is. En waar bekalken de chemie op orde brengt, zorgt mycorrhiza ervoor dat de plant het fosfaat ook daadwerkelijk kan benutten. Bovenstaande duurt lang, dus een kleine kanttekening: bufferstroken (maatregelen) leveren direct wat op om de P-belasting naar het oppervlaktewater te verminderen.
Gebruik KPI’s allereerst om jezelf te vergelijken met collega’s op vergelijkbare grondsoorten en met vergelijkbare bouwplannen. Zie het als een kans om je duurzaamheidsprestaties continu te verbeteren. En in relatie tot dat „gat van de burger” ... misschien toch weer een „húske” op het erf zetten?
Meten en verbeteren via KPI’s brengt de sector vooruit. Zie het als kans en voorkom kalenderlandbouw
Tekst: Frank Verhoeven
Beeld: Ellen Meinen

