Sterke Erven Logo

Stikstofplan kabinet: zonering, verplichte doelsturing en GVE-norm

011 min
Landbouwminister Jaimi van Essen.
Landbouwminister Jaimi van Essen.
De stikstofplannen van het kabinet zijn vrijdag gepresenteerd op het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) in Den Haag, ter waarde van 20 miljard euro. Dit zijn de gevolgen voor boeren: zonering rond 100 stikstofgevoelige natuurgebieden van 1.000 of 500 meter, verplichte doelsturing voor melkveehouders, pluimvee-, varkens- en kalverhouderij en een GVE-norm.

Het kabinet gaat een zonering van 1000 of 500 meter om 100 stikstofgevoelige natuurgebieden leggen. Het kabinet schrijft daarover in een verklaring: 'Naar verwachting is voor ongeveer 100 stikstofgevoelige natuurgebieden een aanvullende zone nodig. Voor circa 15 van deze gebieden geldt een zone van 1.000 meter en voor de andere gebieden gaat het om een zone van 500 meter. In de zones komt een aanpak om o.a. verdere verslechtering van de natuur, water- en bodemkwaliteit te voorkomen. In deze gebieden blijft ruimte voor extensieve landbouw.' Bekijk hier de lijst met gebieden.

Het kabinet is zich ervan bewust dat dit een ingrijpende maatregel is. 'Daarom werken we samen met provincies aan een ondersteunend pakket voor boeren. Dit pakket omvat onder meer de herwaardering van landbouwgrond, een regeling voor extensieve bedrijfsvoering en ondersteuning voor omschakeling naar biologische landbouw. Hiervoor is 9 miljard beschikbaar.'

0,164 kilo ammoniak per fosfaatrecht in 2035

Maar er komen ook generieke maatregelen. Het kabinet schrijft in een eigen bericht: 'Ondernemers willen zelf aan het stuur zitten. Daarom komt het kabinet met normen waarmee boeren zelf kunnen sturen op het verlagen van de stikstofemissie. Voor de melkveehouderij wordt deze norm vastgesteld op 0,164 kilo ammoniak per fosfaatrecht in 2035. Voor de pluimvee-, varkens- en kalverhouderij volgen de normen begin 2027. De norm is gebaseerd op wat ondernemers met de best beschikbare technieken realistisch kunnen bereiken op hun bedrijf, bijvoorbeeld door aanpassingen aan de stal of aan het voer. Daarmee wordt een belangrijk deel van de landbouwopgave gerealiseerd. Het overige deel wordt ingevuld met het verminderen van de aanwending van mest, extensivering, vrijwillige beëindigingen en afroming van dierrechten bij overdracht buiten familieverband.'

2,6 GVE/ha

De bedrijfsnormen geven aan hoeveel uitstoot in 2035 nog is toegestaan. 'Ondernemers die de afgelopen jaren al flinke stappen hebben gezet, zien die inspanningen daarin terug', schrijft het kabinet in een verklaring. 'Tegelijkertijd kunnen boeren rekenen op omvangrijke ondersteuning om aan de normen te voldoen. Voor aanpassingen van onder meer stallen en voer, is 2 miljard beschikbaar. Voor een toekomstbestendige melkveehouderij zet het kabinet daarnaast in op extensivering door de invoering van een grondgebondenheidsnorm van 2,6 GVE/ha met o.a. ruimte voor samenwerkingsovereenkomsten met akkerbouwers. Het kabinet werkt deze maatregel zorgvuldig uit met aandacht voor de ruimtelijke en maatschappelijke gevolgen.'

Harde afspraken met supermarkten en verwerkers

Omdat boeren, mede vanwege zonering om gaan schakelen naar extensievere landbouw, wordt er ook wat verwacht van de keten. Het kabinet schrijft: 'Ook supermarkten en andere ketenpartijen zijn een onmisbare schakel in de veranderingen waar we voor staan. Een grotere vraag naar o.a. biologische producten is essentieel voor het succes van de omschakeling naar biologische landbouw. Boeren die willen omschakelen hebben vertrouwen nodig in een structurele en significante groei van die vraag. Daarom worden vóór 1 april 2027 harde afspraken gemaakt met supermarkten en verwerkers; lukt dat niet, dan volgt wettelijke stimulering per 1 januari 2029. De Rijksoverheid neemt het voortouw hierin door meer biologisch en duurzaam voedsel te gaan inkopen.'

2,2 miljard voor natuurherstel

Niet alleen in de omliggende gebieden en generiek wordt er wat verwacht. Ook in de natuur zelf wordt geïnvesteerd. 'Alleen via natuurherstel komt Nederland van het slot. Daarom wordt er 2,2 miljard euro in natuurherstel en beheer geïnvesteerd. Om te zorgen dat terreinbeherende organisaties snel aan de slag kunnen met het opschalen en uitbreiden van bestaande beheer- en herstelmaatregelen, trekken we in 2026 al 100 miljoen euro uit voor het uitvoeren van concrete projecten. Over uitvoering, resultaten en verantwoording maken we heldere afspraken met medeoverheden en terreinbeherende organisaties.'

„Nederland zit al te lang vast: vergunningen blijven liggen, plannen lopen vertraging op en boeren weten niet waar ze aan toe zijn", stelt landbouw- en natuurminister Jaimi van Essen (D66). „Dat slot doorbreken we vandaag. Met dit samenhangende, ambitieuze pakket geven we weer ruimte voor boer, bouw en natuur. De veranderingen die voor ons liggen vragen veel, zeker ook van boeren. Daarom investeren we 20 miljard euro om samen de omslag te maken, de stilstand te doorbreken en de vergunningverlening weer op gang te brengen."

Lees verder onder de foto.

Minister-president Rob Jetten.

De juridische weg van de stikstofplannen van het kabinet

· In oktober 2026 dient het kabinet een spoedwet in met een programma van maatregelen waarmee handhavings- en intrekkingsverzoeken kunnen worden voorkomen.

· In januari 2027 komt het kabinet met instructieregels met voorschriften die gaan gelden in de zoneringsgebieden en komt er structureel geld vrij voor natuurbeheer. Deze stappen zijn van belang voor het stoppen van verslechtering van de natuur.

· Zo snel mogelijk, en uiterlijk in het vierde kwartaal van 2027, wil het kabinet een juridisch houdbare rekenkundige ondergrens invoeren waarmee overal activiteiten met kleine deposities mogelijk worden.

'De provincies kunnen per direct per gebied starten met het opstellen van een plan waarmee zij additionaliteit kunnen onderbouwen. Als wordt aangetoond dat de natuur niet verslechtert en behoud wordt geborgd, kan – bij deze gebieden – intern en extern worden gesaldeerd en komt vergunningverlening los', schrijft het kabinet aan de Tweede Kamer.

Maatregelen in de zone: óók gewasbescherming

Het kabinet kiest voor aanvullende maatregelen in zones rond Natura 2000-gebieden die zich richten op meerdere drukfactoren (o.a. stikstof, hydrologie, gewasbescherming en versnippering). 'Deze maatregelen moeten in de zones een aanvullende emissiereductie opleveren van landelijk gemiddeld 20 procentpunt. De precies benodigde emissiereductie per gebied wordt later dit jaar vastgesteld, waarbij rekening wordt gehouden met de aard van het gebied, de mate waarin agrarische activiteiten reeds extensief zijn en de staat van de natuur. Een gebied kan tot uiterlijk 1 januari 2028 een eigen aanpak tot stand brengen om de drukfactoren op het nabijgelegen Natura 2000-gebied substantieel weg te nemen en toe te werken naar een goede staat van instandhouding', schrijft Van Essen aan de Tweede Kamer.

'Lukt het niet om via deze weg de drukfactoren substantieel weg te nemen, dan zullen de door het kabinet vastgestelde regels en normen op bedrijfsniveau gaan gelden', stelt Van Essen. 'Deze regels worden in januari 2027 gepubliceerd en zullen uiterlijk per 1-1-2035 in werking treden. De regels hebben betrekking op plantaardige teelten en grondgebonden veehouderij systemen. De regels zien in ieder geval toe op beperkte mestplaatsingsruimte, vee-bezetting en gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Om de drukfactoren in het gebied in voldoende mate weg te nemen zullen vrijwel altijd langerlopende gebiedsprocessen nodig zijn, gericht op kavelruil en herverkaveling. Bij het instellen van de regels en normen krijgen ondernemers de komende jaren de mogelijkheid om stapsgewijs de bedrijfsvoering aan te passen, waarbij zij zelf beslissen welke aanpassingen naar extensieve bedrijfsvoering nodig zijn om aan deze normen en regels te voldoen. De aanpak via de gebiedsprocessen moet eenzelfde mate van borging en doelbereik kennen, met hetzelfde financiële beslag, als de Rijksregels op bedrijfsniveau die januari 2027 worden gepubliceerd.'

Voor de uitwerking van de gve-bezetting wordt de inpasbaarheid van de norm voor biologische bedrijven en de gevolgen voor natuurherstel bezien. Van Essen: 'De regels voor gewasbeschermingsmiddelen in het traject van het convenant gewasbeschermingsmiddelen worden uitgewerkt met de convenantspartijen. Indien hierbij onvoldoende wordt bijgedragen aan de natuuropgave, zal de Rijksoverheid zelf regels opstellen. Deze normen en regels worden in instructieregels gevat. Rondom veel gebieden zal het daarnaast nodig zijn om systeemherstelmaatregelen te nemen die gericht zijn op natuurherstel. Bijvoorbeeld door het verbeteren van de hydrologische condities, waterkwaliteit en verbinding tussen gebieden. Dat kan onder meer gaan om het verhogen van het grondwaterpeil of het aanleggen van groenblauwe dooradering. Andere sectoren wordt ook gevraagd om bij te dragen aan het verminderen van drukfactoren op Natura 2000-gebieden. Dit verloopt via andere trajecten, zoals de zoneringsaanpak van NOx-bronnen vanuit de industrie. Aanvullend gaat het kabinet in gesprek met buurlanden over hun inzet op natuurherstel.'

Om welke gebieden precies zonering komt, is hier terug te vinden. Lees verder onder het citaat.

Met dit samenhangende, ambitieuze pakket geven we weer ruimte voor boer, bouw en natuur

Vervangen KDW-doelen door emissiereductiedoelen stikstof

Het kabinet schrijft: 'De stikstofuitstoot wordt structureel en geborgd verlaagd: 42-46% (NH3) in de landbouw, 50% (NOX) in de mobiliteit, en 50% (NH3) in de industrie in 2035 ten opzichte van 2019. Het kabinet gaat er vanuit dat deze emissiedoelen voor 2035 met het pakket worden gehaald. Het kabinet presenteert eind oktober 2026 een wetsvoorstel en programma met maatregelen om de op KDW gebaseerde omgevingswaarden te vervangen door sectorale emissiereductiedoelen.'


Maatregelen

Het kabinet gaat met doelsturing via afrekenbare emissienormen in 2035 per bedrijf sturen op de emissies in de melkveehouderij en de intensieve veehouderij. 'Voor de melkveehouderij stelt het kabinet deze vast op basis van wat technisch mogelijk is met stal- en managementmaatregelen. Voor de intensieve veehouderijsectoren worden de normen in het eerste kwartaal van 2027 vastgesteld. Het kabinet ondersteunt met financiële middelen boeren bij investeringen of aanpassingen in stallen en bedrijfsvoering. Veldemissies worden teruggedrongen door aanscherping van middelvoorschriften. Niet de hele landbouwopgave kan via het verlagen van emissies op bedrijven worden gerealiseerd. Het kabinet vult de restopgave in met extensivering, vrijwillige beëindiging en afroming van dier- en fosfaatrechten bij overdracht buiten familieverband.'

Het kabinet introduceert een norm voor grondgebondenheid in de melkveehouderij. 'Daarmee doet het kabinet de verplichting gestand die Nederland is aangegaan in het kader van het addendum 7e actieprogramma Nitraatrichtlijn.

In zones rond kwetsbare, overbelaste Natura 2000-gebieden zet het kabinet in op verdere extensivering van de landbouw, reductie van stikstofdepositie, systeemherstel en de aanpak van andere drukfactoren. Het kabinet ondersteunt boeren bij aanpassing van hun bedrijf. Voor de aanpak van kwetsbare watergebieden komt het kabinet met medeoverheden tot de selectie van gebieden en de te nemen maatregelen.

Voor industrie en mobiliteit zet het kabinet in op bovenwettelijke ammoniakreductie in industrie, verduurzaming van scheepvaart, bouwmaterieel en wegverkeer.

Het kabinet investeert de komende jaren in herstel en beheer van natuur. De eerste concrete acties en projecten gaan dit jaar al van start. 'In het Ontwerp-Natuurplan is uitgewerkt hoe de natuur kan worden hersteld in het kader van de Natuurherstelverordening. Het definitieve plan wordt uiterlijk 1 september 2027 ingediend bij de Europese Commissie.'

Financieel

Voor de inzet op landbouw, natuur en stikstof is 20 miljard euro (cumulatief tot en met 2035) en 435 miljoen euro structureel gereserveerd. Het kabinet werkt de maatregelen verder uit en beziet aan de hand van de uitwerking of deze invulling nog aanpassingen behoeft. 'Zo kan bijvoorbeeld de verdere uitwerking van stal- en managementmaatregelen ertoe leiden dat de beschikbare 2 miljard euro anders verdeeld wordt.'

Het kabinet zal bij de Miljoenennota 2027 en Voorjaarsnota 2027 al vervolgstappen zetten, op basis van het maatregelpakket. 'Het kabinet doet dit uiteraard samen met medeoverheden, natuurorganisaties en sectorpartijen. De beschikbare middelen moeten ook daadwerkelijk leiden tot doelbereik in de vorm van stikstofemissiereductie, natuurherstel en het op gang komen van de vergunningverlening. Periodieke adviezen en oordelen van PBL en kennisinstellingen zijn een belangrijke toetssteen bij verdere uitwerking van maatregelen en overhevelingen van middelen naar het bestedingsartikel. Ook is van belang dat relevante borgende wetgeving draagvlak krijgt in het parlement.'

Borging aanpak: korting op productierechten ligt op tafel

Voor de borging van het effect van het pakket consulteert het kabinet provincies en maatschappelijke partijen met als doel om een borgingsinstrument vast te leggen in het programma bij de ‘Spoedwet vervangen omgevingswaarde stikstof’. 'Indien daarbij geen consensus wordt bereikt, kiest het kabinet als ultieme remedie voor een korting op productierechten in 2035.

Voor de landbouw geldt voor 2030 een sectorale streefwaarde van 23-25% (NH3). Indien deze niet wordt gehaald, worden aanvullende maatregelen getroffen. Een eerste moment van monitoring vindt plaats in 2027/2028. Het kabinet verkent mogelijkheden voor een passend borgingsmechanisme in 2030. Met terreinbeherende organisaties, provincies en Rijkswaterstaat worden afspraken gemaakt over heldere verantwoording en verplichtingen, bijvoorbeeld op kwaliteit van beheer, doelmatigheid en type maatregelen. Voor het uitvoeren van natuurherstelmaatregelen maakt het kabinet bindende afspraken met medeoverheden.

De emissiereductie in de industrie en mobiliteit wordt geborgd via bestaand klimaat- en milieubeleid; bij onvoldoende voortgang worden tijdig aanvullende maatregelen getroffen. 'Met deze aanpak geeft het kabinet voor zover mogelijk in dit tijdpad maximaal uitvoering aan het Greenpeace-vonnis, rekening houdend met de uitvoerbaarheid, benodigde zorgvuldigheid en maatschappelijke draagkracht.'

Vergunningverlening

Het kabinet voert zo snel mogelijk, uiterlijk in het vierde kwartaal van 2027, een juridisch houdbare rekenkundige ondergrens in. Dit kan alleen met een voldoende en geborgd pakket met aanvullende specifieke beheersmaatregelen. 'Het komende jaar werkt het kabinet, samen met provincies, deze maatregelen verder uit. Het kabinet heeft het Programma Maatwerk PAS-melders vastgesteld om de komende jaren alle PAS-melders naar een oplossing te helpen. Verder verkent het kabinet hoe andere ondernemers (‘interimmers’) zonder toereikende vergunning in een legale situatie kunnen komen. Met dit pakket kunnen handhavings- en intrekkingsverzoeken (bij onder andere PAS-melders) worden voorkomen.'

Provincies kunnen per direct per gebied starten met een plan opstellen waarmee zij additionaliteit onderbouwen. Als wordt aangetoond dat de natuur niet verslechtert en behoud wordt geborgd, kan bij deze gebieden intern en extern worden gesaldeerd. Soms is al meer mogelijk, bijvoorbeeld met ecologische onderbouwing. Vergunningverlening wordt mogelijk voor emissiereductie (verduurzaming) bijvoorbeeld via een passende maatregel, schijft het kabinet. Ook zet het kabinet zich op Europees niveau in om verduurzaming gericht op stikstofemissiereductie te vergemakkelijken.

Beeld: Ellen Meinen, Jasper Winters

Tags
AkkerbouwBiologischMelkveeVarkensPluimveeExtensieveringMinisterie landbouwNatura 2000Natuur & LandschapPlattelandPolitiekRegelgevingTweede Kamer