Sterke Erven Logo
Opinie

Marcel Roerdink, Statenlid Gelderland (Groep Roerdink), schreef het boek De Modellencrisis

De stille staatsgreep? Hoe bestuurders normen aan boeren opleggen

Opinie05 min
Marcel Roerdink
De besluitvorming over ruimtelijke ontwikkelingen in het landelijk gebied, waar landbouwbedrijven ook mee te maken hebben, verschuift van volksvertegenwoordigers naar bestuurders. Dat zegt Gelders Statenlid Marcel Roerdink van Groep Roerdink (voorheen BBB). Hij deed de afgelopen drie jaar onderzoek en schreef daar een boek over: De Modellencrisis. In deze opinie zet hij samengevat uiteen hoe de Omgevingswet het democratische proces omzeilt en hoe dat landbouwbedrijven raakt.

Er is de afgelopen jaren geen wet aangenomen die de democratie in Nederland heeft opgeschort. Er zijn geen Kamers ontbonden, geen grondwet opgeschort, geen soldaten op straat. En toch is er iets fundamenteels veranderd in wie er eigenlijk beslist over uw grond, uw bedrijf en uw dorp. En het is bijna niemand opgevallen.

Dit is geen mening. Het is de optelsom van drie jaar onderzoek, vastgelegd in De Modellencrisis: 36 hoofdstukken met Statenvragen, antwoorden van Gedeputeerde Staten (GS), jurisprudentie en bestuurlijke stukken. Hoofdstuk voor hoofdstuk opgebouwd tot een sluitend beeld. Dit stuk zet die optelsom op een rij: hoe honderd op zichzelf verdedigbare beslissingen samen hebben geleid tot waar we nu staan.

Hoe het werkt

Sinds 1848 kent Nederland het Huis van Thorbecke: Rijk, provincie en gemeente, elk met een gekozen volksvertegenwoordiging die de kaders stelt, en een bestuur dat uitvoert wat die vertegenwoordiging heeft besloten. Simpel gezegd: de Tweede Kamer, Provinciale Staten en de gemeenteraad bepalen wát er gebeurt. Het kabinet, Gedeputeerde Staten en het college voeren uit.

De Omgevingswet, die sinds 2024 geldt, heeft dat stilletjes omgedraaid. Beslissingen die vroeger bij Provinciale Staten lagen over een windpark, een rondweg, een stikstofzone die honderden boerenbedrijven raakt, kunnen nu door het provinciebestuur zelf worden genomen, zonder dat de volksvertegenwoordiging er vooraf iets over te zeggen heeft. Provinciale Staten mogen achteraf tekenen bij het kruisje.

In Gelderland is dat geen theorie meer. Op 17 juni 2026 ondertekende het provinciebestuur een tienjarig programma voor de Veluwe van 300 miljoen euro en bindende normen per bedrijf, via een overleg van uitvoerders: een minister, het provinciebestuur, gemeentecolleges en waterschapsbesturen. Geen van hen is daarvoor gekozen om dit specifieke akkoord te sluiten. Provinciale Staten, de gemeenteraden en de mensen die het waterschap kiezen, kregen er pas een brief over ná ondertekening.

Dit is geen incident

Op 26 juni 2026, negen dagen na de ondertekening van dat Veluwse programma op 17 juni, kondigde het minderheidskabinet-Jetten aan dat dit model, een overlegorgaan van bestuurders en een door het Rijk benoemde regisseur die normen vaststelt buiten de volksvertegenwoordiging om, het sjabloon wordt voor vijf prioritaire gebieden en twee economische clusters door heel Nederland. En de door het minderheidskabinet opgestelde instructieregels, die vanaf januari 2027 gelden, leggen in beginsel voor alle provincies dezelfde regels op, niet alleen voor die zeven gebieden.

Wat in Gelderland als lokaal experiment begon, is inmiddels nationaal beleid. En de volgende stap staat al gepland: de normen die nu op provinciaal niveau worden vastgelegd, werken automatisch door in de omgevingsplannen die elke gemeente vóór 2032 moet vaststellen. Ook daar geldt straks: de gemeenteraad mag meepraten over hóé de norm wordt uitgevoerd, niet óf hij geldt.

Waarom ‘staatsgreep’

Het woord is groot en ik gebruik het met opzet zorgvuldig. Er is geen dader, geen datum, geen geheim plan. Er is een optelsom van honderden op zichzelf verdedigbare technische beslissingen, elk bedoeld om het efficiënter te maken. Samen leiden ze tot hetzelfde resultaat als een klassieke machtsgreep: de gekozen volksvertegenwoordiging is de baas niet meer over wat er in haar eigen provincie en gemeente gebeurt. Ze bekrachtigt wat anderen al besloten hebben.

Dat is een politiek neutraal probleem. Het raakt niet alleen boeren of het platteland; het raakt iedereen die ooit iets wil laten meewegen bij een beslissing over de plek waar hij woont. Een windpark in uw achtertuin, een rondweg door uw dorp, een bouwproject naast uw huis: straks lopen die keuzes via dezelfde route, namelijk buiten de raad en Provinciale Staten om, tot het moment dat er niets meer te kiezen valt.

Winterswijk: waar het eerst gebeurt

Dit is niet abstract. Ik ben geboren en getogen in Winterswijk en woon er nog steeds. Twee natuurgebieden in mijn eigen gemeente, de Willinks Weust en de Bekendelle, zijn de eerste plekken buiten de Veluwe waar dit patroon zich voltrekt. Vier boerenfamilies en een bedrijf dat kalk wint uit de steengroeve kregen nog vóór het vaststellen van de omgevingsverordening te horen dat hun bedrijf opeens in een stikstofreductiegebied ligt. De gevolgen voor hun bedrijf worden nu, ná dat besluit, in kaart gebracht. Niet ervóór.

Het gebiedsplan waarop de maatregel zou steunen, had de steun van de provincie, de gemeente en de waterschappen. De bestuurders zelf, dus. Maar de partijen die namens de inwoners meededen, trokken zich terug. De maatregel ging desondanks door. Het definitieve besluit valt pas volgend voorjaar, maar Provinciale Staten worden al in september gevraagd het kader daarvoor vast te leggen. Dat is precies de volgorde die in de rest van dit stuk beschreven staat, alleen ditmaal met namen die ik ken en in een dorp waar ik zelf woon.

Wat er nu kan gebeuren

Provinciale Staten, gemeenteraden en waterschapsbesturen hebben de instrumenten om dit terug te draaien, zonder dat daar een nieuwe wet of een kabinetsbesluit voor nodig is. Dat begint met één simpele vraag, die elk gekozen volksvertegenwoordiger morgen kan stellen bij elk plan dat wordt voorgelegd: welk besluit van de volksvertegenwoordiging ligt hieraan ten grondslag?

Die vraag consequent stellen, bij elke Omgevingsverordening, elk gebiedsproces, elk toekomstig omgevingsplan, legt de bewijslast precies daar waar die hoort. September 2026, wanneer Provinciale Staten van Gelderland de Omgevingsverordening moet vaststellen, is het eerste moment waarop dat zichtbaar wordt. Het zal niet het laatste zijn.

Tekst:

Beeld: Groep Roerdink

Tags
AkkerbouwMelkveeNatura 2000PlattelandPolitiekRegelgevingStikstofemissieGelderland