Nieuwe IBR-regels: levende vaccins toegestaan, NVWA gaat handhaven

Melkveehouders hebben sinds 1 april 2018 al te maken met een verplichte deelname aan een privaat IBR-bestrijdingsprogramma dat onderdeel uitmaakt van de leveringsvoorwaarden van zuivelondernemingen. Vanaf 1 januari 2027 wordt de bestrijding publiekrechtelijk verplicht voor alle rundveehouders, dus ook vleesveehouders.
Een belangrijke voorgestelde wijziging is dat het gebruik van levende markervaccins tegen IBR wordt toegestaan. Tot nu toe gold in Nederland in principe een verbod op levende vaccins, vanwege het risico op verspreiding van de entstof en terugmutatie. Volgens het ministerie van LVVN is inmiddels gebleken dat de beschikbare levende IBR-vaccins veilig in gebruik zijn, waardoor deze uitzondering wordt opgenomen in de Regeling houders van dieren. Levende vaccins worden daarbij als effectiever beschouwd dan geïnactiveerde vaccins.
Afvoer positief geteste dieren
Ook worden de regels voor de afvoer van koeien aangepast. Runderen die na aanvoer positief testen op gE-antistoffen moeten volgens het Besluit houders van dieren binnen zeven dagen worden afgevoerd. Dat botste met de huidige eis dat aangevoerde runderen minimaal 21 of 30 dagen op een bedrijf moeten blijven voordat ze weer mogen worden verplaatst.
De wijziging zorgt ervoor dat positief geteste dieren alsnog tijdig kunnen worden afgevoerd. Daarbij blijven de Europese regels voor diertransport en export onverminderd van kracht, zo valt uit het voorstel op te maken.
Landelijke databank voor registratie
Verder wordt een landelijke databank ingericht voor de registratie van vaccinaties, onderzoeksuitslagen en andere gegevens die nodig zijn voor de bestrijding van IBR. Veehouders moeten de vereiste gegevens daarin laten registreren. De databank moet onder meer inzicht geven in de voortgang van de bestrijding, signalen afgeven over ontbrekende of afwijkende gegevens en informatie verstrekken over de verplichte afvoer van positief geteste dieren.
Vaccinatiegegevens van individuele runderen worden bovendien openbaar voor iedereen die beschikt over de identificatiecode van het betreffende dier. Gegevens blijven acht jaar bewaard.
Tot slot worden overtredingen van diverse IBR-verplichtingen uit het Besluit houders van dieren beboetbaar. Daarmee krijgt de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) de mogelijkheid om handhavend op te treden wanneer houders zich niet aan de nieuwe regels houden. De wijzigingsregeling treedt volgens het voorstel tegelijk in werking met het gewijzigde Besluit houders van dieren, beoogd op 1 januari 2027.
Stefan Buning
Geboren en getogen op een melkveebedrijf in de Achterhoek. Sinds 1998 werkzaam als redacteur bij Agrio. Als chef Melkvee is hij samen met zijn team verantwoordelijk voor het kritisch volgen van alles wat er in en om de melkveehouderij in Nederland gebeurt.
Beeld: Ellen Meinen


