Boete voor slachthuis blijft overeind na slechte opvang overliggende varkens

Tijdens een reguliere antemortemkeuring trof een NVWA-dierenarts een koppel van zo’n honderd varkens aan in een hok waar al het aanwezige strooisel doordrenkt was met mest en urine. Bij navraag bleek dat de varkens de dag ervoor in de middag waren geleverd en dus al veel langer levend op het slachthuis aanwezig waren dan de maximale twaalf uur. Bovendien was er slechts één drinknippel voor alle varkens. „Dit is te weinig voor een dergelijke groep dieren. Gezien de grootte van het aantal dieren (100 stuks) is het fysiek onmogelijk dat al deze dieren gedurende hun verblijf op de stal in het slachthuis onbeperkt toegang gehad hebben tot voldoende drinkwater", schreef de inspecteur in zijn rapport.
Slachthuis heeft procedurele bezwaren
De NVWA legde voor de overtredingen een boeten op van 5.000 euro. Het slachthuis stelde echter dat er geen sprake was van een beboetbare overtreding en voerde daarnaast procedurele bezwaren aan. Zo zou de eerdere schriftelijke waarschuwing niet als grondslag voor de boete mogen dienen, was de hoorplicht geschonden en had de boete moeten worden gematigd.
De rechtbank gaat daar niet in mee. De rapportage geldt als voldoende bewijs voor de overtredingen en de Europese welzijnsregels waren gewoon van toepassing op de situatie. Ook ziet de rechtbank geen bijzondere omstandigheden die aanleiding geven om de boete te verlagen.
Deel van de boete tenietgedaan door dwangsom
Het slachthuis behaalde alleen succes op een procedureel punt. De minister had te laat opnieuw op het bezwaar beslist en kende daarom onterecht een te lage dwangsom toe wegens het overschrijden van de oorspronkelijke beslistermijn. De rechtbank verhoogt die vergoeding van 724 naar het wettelijke maximum van 1.442 euro, maar de boete blijft wel staan.
Tekst: Bart van de Laak
Beeld: Davy Coghe
Bron: Rechtspraak


