CDA: 'Zonering niet zomaar rond stikstofgevoelige natuur'

Aanleiding voor de vragen van Koorevaar is een nieuwsbericht van Omroep Zeeland met als titel: ‘ZLTO: kabinet moet vijf van zeven Zeeuwse stikstofgebieden schrappen’. Daaruit blijkt volgens Koorevaar dat er een aantal gebieden in Zeeland is waar geen sprake is van stikstofoverbelasting, maar die in Verdiepingsbijlage Hoofdlijn 3 bij de brief van 26 juni wel worden genoemd in de indicatieve lijst met gebieden met een zone van 500 meter.
Welke criteria
Koorevaar wil daarom vooral weten welk criterium het kabinet hanteert voor het instellen van een zone. Volgens het CDA-Kamerlid is de aanwezigheid van stikstofgevoelige natuur op zichzelf onvoldoende reden om een zone in te stellen. Er zou volgens hem aantoonbaar sprake moeten zijn van een dreigende of daadwerkelijke verslechtering van de natuur én van een bijdrage van agrarische activiteiten binnen de betreffende zone. Daarmee raakt de vraag volgens Koorevaar aan de kern van de voorgestelde gebiedszonering. Als een Natura 2000-gebied wel stikstofgevoelige natuur bevat, maar er geen sprake is van overbelasting of verslechtering, is volgens Koorevaar niet vanzelfsprekend waarom agrarische bedrijven in een straal van 500 meter onder een nieuwe zone zouden moeten vallen.
Verschil stikstofgevoelig en overbelast
De Zeeuwse situatie maakt volgens Koorevaar duidelijk waarom dat onderscheid van belang is. Bij de vijf ‘stikstofgebieden’ die volgens ZLTO geschrapt moeten worden, gaat het om Canisvliet, Groote Gat, Vogelkreek, Yerseke en Kapelse Moer en Zwin & Kievittepolder. Koorevaar vraagt de minister expliciet of deze gebieden inderdaad voorlopig zijn aangewezen voor een zone van 500 meter, terwijl uit de meest recente stikstofmonitor blijkt dat daar geen stikstofgevoelig areaal als overbelast is aangemerkt. Hij wil bovendien weten op basis van welke exacte informatie deze gebieden dan toch op de indicatieve lijst zijn terechtgekomen.
Koorevaar vraagt de minister daarom ook of sneller duidelijkheid kan worden gegeven over de noodzaak van een zone per gebied. Veel informatie over de stikstofsituatie van Natura 2000-gebieden is volgens hem al beschikbaar. Hij wil weten waarom die gegevens niet sneller kunnen worden gebruikt om onderscheid te maken tussen gebieden waar zonering daadwerkelijk nodig is en gebieden waar dat niet het geval is.
Gerichter zoneren
Ook vraagt hij naar de mogelijkheden om veel gerichter te zoneren. Daarbij noemt hij specifiek de mogelijkheid om aan te sluiten bij de exacte overbelaste hexagonen in plaats van een volledig Natura 2000-gebied als uitgangspunt te nemen. Daarmee zou kunnen worden voorkomen dat een groot gebied onder een uniforme zone valt, terwijl de stikstofproblematiek zich slechts op een beperkt deel voordoet.
De vraag is voor boeren van belang, omdat een brede zone direct gevolgen kan hebben voor agrarische activiteiten rondom natuurgebieden. Een gerichte aanpak zou volgens de redenering van het CDA beter moeten aansluiten bij de daadwerkelijke oorzaak van de natuurproblematiek. Koorevaar wil weten of de provincies inderdaad tot het einde van dit jaar de mogelijkheid krijgen om per gebied aan te geven of zij een zone willen instellen.
Tot slot vraagt Koorevaar om betere en snellere communicatie over de zonering. De onduidelijkheid over de Zeeuwse gebieden laat volgens de vragen zien dat er behoefte is aan helderheid over de criteria, de verschillende lijsten en de manier waarop wordt bepaald welke gebieden daadwerkelijk worden gezoneerd.
Erik Kruisselbrink
Is als freelance vakbladredacteur van vele markten thuis.
Beeld: Bas Lageschaar




