Tweede Kamer kritisch op stilte bij LVVN na stikstofbrief

De vier Kamerleden vinden dat het ministerie de afgelopen weken meer had moeten communiceren. „Wij vinden het onbegrijpelijk dat, terwijl de onrust toeneemt, boeren nog steeds niet weten waar ze aan toe zijn en de informatie vanuit het ministerie tekortschiet“, vertelt Grinwis.
Om dat helder te krijgen heeft Grinwis, samen met de andere Kamerleden, de minister een aantal vragen voorgelegd. „Waarom heeft u de tijd niet benut om toegankelijk uit te leggen wat uw aangekondigde beleid betekent in gebieden, en op bedrijfsniveau?“ vragen ze. „Waarom liet u de informatievoorziening over aan andere organisaties, zoals Agractie met een heldere rekentool?“
Is er ruimte voor een gebiedsgerichte aanpak?
Ze leggen ook de vinger op verschillen in het aangekondigde beleid met ander beleid en jurisprudentie. Zo legt het kabinet van bovenaf generieke uitstoot- en andere normen op rondom natuurgebieden, terwijl de Raad van State eerder, in zijn uitspraak over natuurgebied Lieftinghsbroek, heeft aangegeven dat dat andersom moet: per natuurgebied moet je kijken welke drukfactoren moeten worden aangepakt, en pas daarna wat de bijdrage van de landbouw daaraan zou moeten zijn. Ze willen ook weten welke ruimte provincies nu hebben in de gebiedsgerichte aanpak; of ze zich aan de normen van de generieke stikstofaanpak moeten houden en alleen nog extra reductiedoelen daarbovenop kunnen neerzetten, of dat ze met een gebiedsgerichte aanpak ook een alternatief kunnen bieden voor die landelijke, generieke normen. Ook zijn ze kritisch op de tijd die de minister provincies biedt om tot een gebiedsgerichte aanpak te komen.
Kan de norm van 0,164 kg NH3 worden aangepast?
Over de in de kabinetsplannen voorgeschreven ammoniaknorm van 0,164 kg NH3 per fosfaatrecht is onder melkveehouders veel onrust ontstaan. Die is voor veel bedrijven onhaalbaar. De Kamerleden willen weten waarom deze norm alleen wordt gekoppeld aan stalemissies, en veldemissies buiten beeld blijven. En of de minister bereid is om die norm aan te passen om veldemissies ook mee te nemen. Ook willen ze weten of de minister managementmaatregelen als meer weidegang, aanzuren van mest en dergelijke mee wil tellen als bijdrage voor het halen van die norm. En op welke berekeningen die norm überhaupt gebaseerd is.
‘LVVN heeft niet stilgezeten’
Minister Van Essen is het niet eens met de kritiek dat zijn ministerie te weinig gecommuniceerd heeft, vertelt hij in een interview dat volgende week in de regiebladen van Agrio verschijnt. „We hebben een omvangrijk pakket gepresenteerd, waarbij we veel vragen, zeker van boeren dichtbij stikstofgevoelige natuurgebieden“, zegt hij daarin. „Ik vind het dan ook niet gek dat ze daar hun mening over geven. Die zouden er, denk ik, altijd zijn geweest, welk moment we ook hadden gekozen.“ Maar hij stelt dat hij de afgelopen weken veel gesprekken over de plannen heeft gevoerd. Met individuele boeren, maar ook met sectorpartijen en terreinbeherende organisaties. „Maar die gesprekken heb ik in alle rust, en buiten de schijnwerpers, gevoerd.“
De gesprekken helpen bij het uitwerken van de maatregelen, vertelt hij, en daarom wil hij daar in de komende periode mee doorgaan. „Mijn deur staat voor iedereen open.“
Wim van Gruisen
Zoon van een Zuid-Limburgse pluimveehouder met eigen slachterij, geschoold als econoom. Sinds 2011 in dienst van Agrio, waar hij artikelen schrijft voor de regio- en vakbladen en de Agrio-websites. Zijn focus lag aanvankelijk op landbouweconomie, tegenwoordig vooral op de Haagse en Brusselse politiek.
Beeld: A.J. van der Wal, via Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed


