Verdroogd veen levert veel meer stikstof dan depositie pluimveebedrijven

Provincie Brabant wil de vergunningen van vijf pluimveehouders intrekken, omdat die te veel stikstofdepositie zouden veroorzaken op natuurgebieden met hoogveen. Maar de belangrijkste drukfactor voor hoogveen is, na alles wat ik erover gelezen heb, meestal verdroging. De vraag die mij al langer bezighoudt, is wat de verhouding is van stikstofdepositie die uit de lucht op die veengebieden terechtkomt en hoeveel verdroging van het veen bijdraagt. In het stikstofbeleid speelt deze vraag geen enkele rol. Onterecht, vindt ook bodemdeskundige Robert ter Horst. Ik sprak hem deze week, omdat hij gerekend had aan de mineralisatie van hoogveen.
Mineralisatie veen
Veen bestaat voor 100 procent uit organisch materiaal. Wanneer dat onder water staat, komt er geen stikstof vrij. Maar wanneer het veen verdroogt, gaat het mineraliseren: micro-organismen breken organisch materiaal af en zetten dit om in anorganische mineralen. Daarbij komt ook veel stikstof vrij.
Sinds 2018 zijn er een paar zeer droge zomers geweest, waarvan deze zomer zelfs extreem droog is. Ook in de natuurgebieden in de Peel is het water ver weggezakt. Stichting Aan Tafel laat dat in een video goed zien. Dat betekent dat er veel mineralen, en ook stikstof, beschikbaar komen voor de planten die er groeien. Omdat hoogvenen juist mineraalarm zijn, is dat een forse bedreiging voor de natuur die er voorkomt. Maar daar is weinig onderzoek naar gedaan, zo luidt ook de kritiek van de Ecologische Autoriteit.
160 kilogram stikstof
Op landbouwveengronden is naar mineralisatie van veen wel langjarig onderzoek gedaan. In het kader van het programma Proeftuin Veenweiden werd er van 1992 tot 2017 op 200 proefvelden gemeten in het westelijk veenweidegebied. Een gemiddelde veengrond met 35 procent organische stof levert jaarlijks 220 kilogram stikstof per hectare op. Een veengrond met 55 procent organische stof zo’n 300 kilogram. Vertaal je dat naar 100 procent organische stof, zoals in een hoogveengebied, dan kom je wel op 400 tot 500 kilogram uit. De Nederlandse overheid rekent voor het mestbeleid voor grasland op veengrond met 160 kilogram stikstof per hectare per jaar.
Wanneer je deze getallen omzet in de eenheid mol, zoals het RIVM en de overheid doet bij stikstofdepositie, dan is 160 kilogram stikstof 11.428 mol. Wanneer je rekent met 500 kilogram, is dat maar liefst 35.715 mol. Het zijn absurd grote getallen als je dat afzet tegen de achtergronddepositie van stikstof die het RIVM via Aerius uitrekent. Voor de Peel schommelt die tussen de 1.100 en 2.000 mol per hectare.
Bijdrage pluimveehouders
De vraag is natuurlijk of je de stikstofdepositie één op één met stikstof via mineralisatie in de bodem kan vergelijken. Bodemdeskundige Robert ter Horst denkt van niet. Maar de verhouding tussen depositie en mineralisatie legt volgens hem wel bloot dat de impact van verdroging in veengebieden veel groter is dan die van depositie. Helemaal als je dat afzet tegen de depositie van een individueel bedrijf, zoals van die vijf pluimveehouders.
De jaarlijkse bijdrage die Aerius uitrekent voor deze bedrijven, varieert van 3,74 tot 15,17 mol op de Natura 2000-gebieden Kampina, Deurnsche Peel & Mariapeel en Groote Peel. Dat betekent dat vier van de vijf bedrijven minder dan 1 procent bijdragen aan de gemiddelde stikstofdepositie die Aerius berekent. Trek je dat nog iets verder door naar overschrijding van de kritische depositiewaarden, dan verandert er met het intrekken van de vergunning of het verminderen van de emissie met 85 procent weinig. De berekende stikstofbelasting blijft dan circa 135 procent boven de kritische depositiewaarden zitten.
Verhouding zoek
Zet je het af tegen de mineralisatie van de veenbodem door verdroging, dan praten we echt helemaal nergens meer over. Gemiddeld deponeren deze vijf bedrijven 8,6 mol per hectare volgens Aerius, terwijl er dit jaar pakweg een factor duizend of meer via de bodem beschikbaar komt. Provincie Brabant kan natuurlijk volhouden dat alle beetjes helpen, maar de verhouding lijkt toch behoorlijk zoek.
Robert Ellenkamp
Hoofdredacteur, onderzoeksjournalist en documentairemaker bij Agrio op het domein landbouw en natuur. Sinds 1999 werkzaam in de landbouwsector. Verdiept zich als onderzoeksjournalist sinds 2019 in stikstof en natuur.
Beeld: Stichting Aan Tafel




