Column van Marjolein van Woerkom
'Rouwen deden ze niet na de stikstofbrief'

En nu stond hun gebied op de lijst als een van de gebieden waar de zonering aangepast zou worden naar 1.000 meter. Het verderop gelegen Natura 2000-gebied was aangemerkt als stikstofgevoelig en werd ineens een bedreiging. De boeren trokken die avond de conclusie: ‘Als deze zonering wordt vastgelegd, dan komt het gebiedsproces stil te liggen, dan kunnen we niet meer investeren in natuurbehoud en gaat de biodiversiteit juist achteruit. Is dit wat ze willen in Den Haag?’
Zoiets zullen ze gezegd hebben. Ik was er niet bij. Toen ik via de mail aankondigde dat ik er graag bij wilde zijn en me voorstelde als een antropoloog die onderzoek doet naar verlies en rouw, van landschappen, van levenswijzen, van identiteit, gingen de wenkbrauwen waarschijnlijk omhoog. Wat doet een antropoloog dan en waarom verlies en rouw?
‘Wij rouwen helemaal niet. We kijken vooruit: we werken samen in een gebiedsproces en hebben mooie plannen voor de natuur, waarmee we ons bedrijf ook een toekomst bieden. We gaan een andere kant op dan onze voorouders, dat is waar, ja. Het landschap, de plek die we zo goed kennen, zal er door onze plannen anders uit gaan zien, maar hé, is verandering niet van alle tijden? Zolang we maar op deze plek kunnen blijven boeren.’
Zoiets zullen ze gedacht hebben.
Ik besefte ineens dat ik een fout had gemaakt op twee fronten. Ten eerste door die mail. Ik vond dat ik niet zomaar onaankondigd erbij kon komen zitten, dus vandaar die mail naar de boer die het organiseerde. Maar zonder persoonlijke uitleg slaat zo'n thema dus helemaal de plank mis. Het vraagt om een gedegen kennismaking en verdere uitleg. Een belangrijk leermoment voor de rest van mijn onderzoeksperiode.
Ten tweede was ik ervan uitgegaan dat deze boeren ook gefrustreerd zouden reageren op deze brief. Dat deden ze ook. Ze waren er zeker niet blij mee, maar wel vanuit een positieve grondhouding. Deze boeren hebben een plan, zien kansen in hun gebied, met elkaar. Dus nee, rouwen deden ze nu niet.
Ondertussen heb ik meerdere boeren gesproken over verlies van het landschap om hen heen. De een ziet met lede ogen aan hoe het landschap dat zijn voorouders nog hebben ontgonnen, verandert door bijvoorbeeld peilopzet. De plek voelt voor hem niet meer als zijn thuis.
De ander heeft de mogelijkheid vooruit te kijken en weet de positieve energie erin te houden. Zijn plek verandert dan wel, maar het is nog steeds zijn plek.
Daar kunnen we van leren, daar kan ik van leren. Want hoe wordt dat beleefd, ‘verlies’ en ‘rouw’?
Zijn het gevoelens van verlies en rouw of is het iets anders? En hoe gaan we daarmee om? Hoe gaan we om met al die veranderingen in het landschap dat we koesteren? Nemen we afscheid en hoe kijken we vooruit? Die vragen gelden niet alleen voor boeren, maar voor iedereen die een bepaalde plek liefheeft die wordt verstoord.
Voor mij en mijn onderzoek zijn al deze verhalen en ervaringen van belang om te laten zien wat de menselijke gevolgen zijn als een plek wordt verstoord en veranderd, want daar wordt in mijn ogen nog te weinig rekening mee gehouden van bovenaf. Hopelijk wordt mijn onderzoek dan ook voor beleidsmakers een ‘leermoment’.
Marjolein van Woerkom
Marjolein van Woerkom is antropoloog en landbouwjournalist. Naast haar werk in het landelijk gebied doet ze een promotieonderzoek aan de Wageningen University & Research en Vrije Universiteit Amsterdam, waarin ze onderzoek doet naar verlies en rouw in de agrarische sector. Hierbij gaat het om verlies, zoals verlies van een plek, van waarden, van werkwijzen, van tradities, van het boer-zijn, van identiteit. Elke maand schrijft zij een column over haar ervaringen die ze opdoet tijdens haar onderzoek.
Tekst: Marjolein van Woerkom
Beeld: Marjolein van Woerkom

