Sterke Erven Logo

CBGV: Na zomerdroogte drijfmest liever in de put houden

03 min
Bemesten in de zomer
Regen na droogte betekent niet dat de mesttank meteen het land op moet. Beoordeel eerst hoe het gras reageert en of een extra stikstofgift werkelijk nodig is.
Na een periode van extreme droogte is het voor melkveehouders niet altijd verstandig om direct weer drijfmest uit te rijden. Is er voldoende opslagruimte, dan kan de mest beter worden bewaard voor het voorjaar. Alleen als de mestput vol begint te raken, kan een kleine gift zinvol zijn. Dat adviseert de Commissie Bemesting Grasland en Voedergewassen (CBGV).

Woensdag werd bekend dat de uitrijdperiode voor dierlijke mest verlengd is tot 15 september. Minister Van Essen nam deze maatregel vanwege de uitzonderlijke droogte van deze zomer. Toch kan het verstandig zijn om van deze uitzondering geen gebruik te maken.

Na langdurige droogte kan er bij voldoende regen weer extra stikstof uit de bodem vrijkomen. Tegelijk kan nog stikstof aanwezig zijn van eerdere bemestingen. Tijdens de droogte stond de grasgroei immers grotendeels stil, waardoor die stikstof niet volledig is benut. Opnieuw bemesten betekent dan ook niet automatisch dat er meer gras groeit.

Kleine gift en flink verdunnen met water

Melkveehouders die nog genoeg ruimte in de mestopslag hebben, kunnen de drijfmest volgens de CBGV daarom beter bewaren. In het voorjaar is de werking van stikstof uit dierlijke mest doorgaans beter en kan het gras de beschikbare stikstof gemakkelijker opnemen. Zeker wanneer in juni nog drijfmest is uitgereden, is terughoudendheid verstandig.

Wordt de opslagruimte wel krap en is er al langere tijd geen mest uitgereden, dan kan een kleine gift van 10 tot 12 kubieke meter per hectare worden gegeven. Verdunnen met water kan helpen om de mest beter te benutten. Daarbij kan een verhouding van één deel water op twee delen mest worden aangehouden.

Minimaal tweemaal tot 20 millimeter neerslag nodig

Voor het bemesten heeft het echter weinig zin om alleen naar de eerste regenbui te kijken, stelt de CBGV. Een sterk uitgedroogde bodem heeft tijd en behoorlijk wat neerslag nodig om te herstellen. Soms is tweemaal 15 tot 20 millimeter regen nodig voordat gras en wortels weer goed aan de groei komen. Bij zodenbemesting moet de grond bovendien voldoende vochtig zijn om de mest netjes in de bodem te kunnen brengen.

Regen na droogte betekent dus niet dat de mesttank meteen het land op moet. De commissie adviseert om eerst te beoordelen hoe het gras reageert en of een extra stikstofgift werkelijk nodig is. Daarmee wordt voorkomen dat stikstof wordt uitgereden die het gewas op dat moment nauwelijks kan benutten, aldus het bemestingsadvies.

Beeld: Susan Rexwinkel

Bron: Commissie Bemesting Grasland en Voedergewassen

Tags
MelkveeGrasGraslandKunstmestRuwvoerTopvoerVoerWeidemanagement