Sterke Erven Logo
Kennispartner

Mycoplasma hyopneumoniae: stabiliteit op het bedrijf creëren en behouden - praktische tips

Waarom Mhyo nog steeds een spelbreker is

Kennispartner8 min
Mycoplasma hyopneumoniae (Mhyo) is een bacterie die de diepere luchtwegen van het varken koloniseert. Ze hecht zich aan de trilharen in de diepste luchtwegtakken. Typische gevolgen zijn droge hoest, groeivertraging, een verhoogde voederconversie en meer antibioticumgebruik.

Mhyo verspreidt zich langzaam maar zeker tussen dieren, vooral via direct contact en via aerosoldruppels. Ondanks de hoge vaccinatiegraad in de Benelux blijft Mhyo in het veld vaak aanvoelen als een blijvende spelbreker. Was Mhyo al altijd medeplichtig bij longproblematiek van varkens of is dit een nieuw fenomeen? Dat heeft meerdere oorzaken.

Waarom Mhyo vaker (h)erkend wordt

Waar het probleem zichtbaar wordt (en waar de motor zit)

Meestal blijven de symptomen beperkt tot de vleesvarkens: tragere groei, hogere voederconversie, droge hoest her en der, en meer longletsels aan de slachtlijn.

Toch moet de aanpak ook starten bij de zeugen en - bovenal - bij de gelten. In veel gevallen vormen zij de motor van het probleem.

Gelten met hoge gezondheidsstatus: gevoelig bij introductie

We streven naar aankoop van gelten met een hoge gezondheidsstatus. Als die dieren Mhyo-vrij zijn, moeten ze bij introductie in de zeugenstapel ook als gevoelig worden beschouwd.

Wanneer zulke gelten op het bedrijf in contact komen met Mhyo, kunnen ze geïnfecteerd raken en langdurig uitscheiden (tot 240 dagen). Daardoor is de kans groot dat ze hun eerste toom biggen besmetten. Die biggen kunnen vervolgens opnieuw Mhyo uitscheiden en bij het spenen hokgenoten besmetten. Zo kan de infectie op het bedrijf langzaam maar zeker in stand blijven.

Aankoop en introductie: beperk variatie, plan bioveilig

De kans is reëel dat er een verschil is in Mhyo-status tussen gelten en zeugen, en zelfs binnen eenzelfde categorie. Mhyo is een trage verspreider: er zullen dieren zijn die (tijdelijk) meer uitscheiden, en dieren die (tijdelijk) gevoeliger zijn. Dat patroon houdt de infectie mee in stand.

De introductie van gelten in een zeugenstapel is daarom een cruciaal onderdeel van de bedrijfsvoering en vraagt een gerichte aanpak.

Zeugen en gelten als (meestal) symptoomloze dragers

Gelten en zeugen zijn vaak symptoomloze dragers van de bacterie in de diepere ademhalingswegen. Ze kunnen meer dan 200 dagen Mhyo uitscheiden en elkaar, maar vooral ook biggen besmetten.

Jonge biggen zijn erg gevoelig. Wanneer zij besmet raken, kunnen ze op hun beurt langdurig uitscheiden. Zo blijft de circulatie van Mhyo aan de gang.

Kritische momenten: introductie in de groep en het werpen

Een belangrijke stap naar stabiliteit is het reduceren van Mhyo-uitscheiding door gelten op het moment dat ze in de zeugengroep worden ingebracht.

Daarnaast is de uitscheiding door eersteworpszeugen naar hun pasgeboren biggen rond het werpen een cruciaal punt in het plan van aanpak.

Quarantaine en vaccinatie: tijd is een essentiële factor

Een goed geltenmanagement met strikte quarantaine en een passend vaccinatieprotocol is onmisbaar.

Pas nadat deze periode in alle rust verstreken is, kan het gevaccineerde dier sneller reageren op een infectie en - belangrijk - minder uitscheiden in de periode na contact met de kiem.

Als de quarantaineperiode niet lang genoeg is, kan er een “lek” ontstaan in de bioveiligheid met mogelijk verlies van Mhyo-stabiliteit op het bedrijf.

Vaccinatie versus acclimatisatie (bewust besmetten)

Vaccinatie tijdens quarantaine is één ding; acclimatisatie (dieren “gecontroleerd” blootstellen aan de pathogeen) is iets anders. Er bestaan uiteenlopende meningen over hoe dit praktisch moet.

Bij Mhyo zijn er twee grote uitdagingen:

  1. Bioveiligheidsrisico: bij contact met positieve dieren, speekselmonsters of eigen ‘bouillon’ van longen kan je ook andere kiemen verslepen.
  2. Trage verspreiding: om naïeve gelten “zeker” te laten immuniseren is langdurig, intensief contact over meerdere weken nodig met dieren die voldoende uitscheiden.

Conclusie voor Mhyo: eerder goed vaccineren dan bewust besmetten.

Eersteworpszeugen apart houden

Om de kans te verlagen dat (positieve) gelten andere zeugen besmetten aan het begin van de dracht - en hun biggen bij de eerste worp - wordt aangeraden om eersteworpszeugen tijdens dracht en kraamstalperiode apart te houden tot na het spenen van hun eerste toom biggen.

Bedrijfsgrootte, aankoopmomenten en mengen: waar het risico écht zit

Aankoop van gelten blijft een introductie van “vreemd materiaal”. Op grotere bedrijven zie je vaker een hogere graad van Mhyo-voorkomen, onder meer door meer aankoop- en introductiemomenten en meer contact- en mengmomenten.

Minder aankoopmomenten (en minder verschillende leeftijden) kan helpen, op voorwaarde dat er voldoende tijd en discipline is in quarantaine en management.

Niet zozeer grote afdelingen op zich, maar “het mengen van dieren” vormt het risico - bij gelten én bij (pluripare) zeugen, en bij dieren uit verschillende groepen en leeftijden.

Werk met stabiele groepen

Als je in een groepensysteem werkt, is het aangewezen de structuur zoveel mogelijk te respecteren.

De vraag “1-, 2-, 3- of 4-wekensysteem?” moet steeds bekeken worden met het doel: “zoveel mogelijk behoud van stabiele groepen”. In 1- en 3-wekensystemen kunnen terugkomers bijvoorbeeld makkelijker bij een volgende groep aansluiten. In 2- en 4-wekensystemen bots je vaker op bezetting in de kraamhokken, waarbij weinig leegstand/droogstand mogelijk is.

Groepshuisvesting (welzijn) versus bioveiligheid

Loslopen en groepshuisvesting van zeugen is een uitdaging voor de stabiliteit van de zeugenstapel. Dierenwelzijn en bioveiligheid zitten hier op de wip: er is een evenwicht nodig.

Belangrijk: voeg gelten niet “blind” toe aan bestaande groepen. Je kan ze onderzoeken vooraleer toe te voegen. Goede monitoring kan helpen, bij voorkeur via staalname in de diepere luchtwegen en aantonen van de kiem op tracheobronchiale swabs.

Bloedname is weinig zinvol bij positieve en/of gevaccineerde dieren, omdat je geen onderscheid kan maken tussen antistoffen door vaccinatie of door infectie.

Kraamhoksystemen, cross fostering en verplaatsingen beperken

Ook systemen zoals familiekraamhokken kunnen een uitdaging zijn wanneer biggen van verschillende zeugen contact hebben met andere biggen en zeugen dan hun moeder. De ene zeug scheidt meer uit dan de andere, en de ene zeug geeft meer immuniteit mee dan de andere. Daardoor worden dieren met verschillende Mhyo-statussen vermengd.

Het blijft een kernpunt voor de toekomst: beperk mengmomenten en respecteer stabiele groepen zoveel mogelijk.

Cross fostering: kan het binnen Mhyo-aanpak?

Cross fostering kan, maar elke big moet voldoende biest kunnen opnemen. Verleg biggen pas na colostrumopname, bij voorkeur naar een zeug die rond hetzelfde moment geworpen heeft. Hou het aantal verplaatsingsbewegingen zo beperkt mogelijk.

Vroeger spenen: een mogelijke hefboom (met afwegingen)

Aangezien de zeug - en zeker de eersteworpszeug - de bron van infectie is voor jonge biggen, kan vroeger spenen (bijv. dag 21 i.p.v. dag 28) in dit kader het infectierisico verminderen. Tegelijk moet je rekening houden met mogelijke nadelige gevolgen van vroegtijdig spenen. Overwegingen moeten dus goed gemaakt worden.

Vergeet de zoekbeer niet

Wat soms als kritisch punt naar boven komt bij audits is de “vergeten” zoekbeer. Die heeft intensief neus-aan-neuscontact met zeugen van alle leeftijden en kan fungeren als symptoomloze ‘superverspreider’.

Neem de zoekbeer mee op in het vaccinatieschema (volgens bijsluiter; verschilt per product).

Algemene bioveiligheid en biggenvaccinatie

Algemene bioveiligheidsmaatregelen blijven van belang. Mhyo verspreidt vooral via neus-aan-neuscontact, maar kan ook via lucht en materialen op het bedrijf worden rondgedragen (en tussen bedrijven).

Bovenop de maatregelen rond fokdieren helpt biggenvaccinatie om dieren individueel te beschermen tegen klinische symptomen en om de uitscheiding van Mhyo te reduceren.

Samenvatting: verlaag infectiedruk door focus op de bron

Wie de infectiedruk op het bedrijf wil verlagen, focust systematisch op zeugen en gelten: zij vormen de bron van infectie en hercirculatie. Fokdieren kunnen asymptomatisch geïnfecteerd zijn.

Mycoplasma-dynamiek is niet statisch en verschilt per bedrijf. Ook het vaccinatieschema en andere maatregelen moeten op maat van het bedrijf worden opgesteld én geëvalueerd worden. Bespreek dit met uw dierenarts.

Waakzaamheid op alle vlakken blijft essentieel voor een stabiele Mhyo-status op uw bedrijf.

An Vanderzeypen, juli 2026

Meer informatie

MM-51337

Tags
VarkensBiggenDiergezondheidVleesvarkenZeugen
Logo Zoetis

Bij Zoetis draait het om de diergezondheid. We maken ons sterk om varkenshouder en dierenarts te voorzien van hoogwaardige geneesmiddelen, vaccins en diensten.
Met maatwerkoplossingen die voortkomen uit ons uitgebreide R&D-programma en waar het werkveld om vraagt. Want bij Zoetis werken we graag samen aan resultaten die tellen.