Vergelijkt de voorgestelde normen voor ammoniak, klimaat en grondgebondenheid met 37 melkveebedrijven.
Geen enkel bedrijf voldoet nu aan de volledige normenset.

In de analyse van het Netwerk is gekeken naar de normen die in de kamerbrief worden voorgesteld: 0,164 kg NH₃ uit stal en opslag per fosfaatrecht, 92 kg CO₂-equivalenten per fosfaatrecht en het maximum van 2,6 GVE per hectare. Deelnemers binnen Netwerk Praktijkbedrijven werken al sinds 2021 intensief aan het verlagen van ammoniak- en methaanuitstoot met managementmaatregelen op het gebied van rantsoen, dier, stal, mestopslag, beweiding en bemesting. Daarmee vormen zij een groep melkveehouders die actief ervaring opdoet met het verlagen van uitstoot in de praktijk.
Over de analyse
De analyse is toegepast op de KringloopWijzercijfers van 2025 en de deelnemers hebben hoofdzakelijk gebruikgemaakt van managementmaatregelen. Daarbij geldt dat niet alle emissiereducerende maatregelen die in de praktijk worden toegepast, zoals druppelen en schuiven van de stalvloer en ventilatie van de stal, worden meegenomen in de berekeningen. De resultaten geven daarom een indicatie van de prestaties van bedrijven ten opzichte van de voorgestelde normen, maar kunnen afwijken van de daadwerkelijk gerealiseerde emissie op een bedrijf.
Ammoniak per fosfaatrecht
De ammoniakuitstoot wordt beïnvloed door onder meer staltype, het aandeel emissiearme vloer, rantsoen, melkproductie, weidegang, veestapelopbouw, mestopslag, en de bedrijfsintensiteit. Veldemissies worden in de analyse buiten beschouwing gelaten. In Grafiek 1 is te zien dat ongeveer één op de vijf deelnemende bedrijven onder of rond de voorgestelde ammoniaknorm van 0,164 kg NH₃ per fosfaatrecht uitkomt. De resultaten variëren van 0,133 tot 0,310 kg NH₃ per fosfaatrecht. De verschillen tussen bedrijven is groot en bedrijfsspecifieke factoren hebben een belangrijke rol bij het behalen van de norm.
In de berekeningen is het reductie-effect van emissiearme vloeren meegenomen volgens de huidige rekenregels van de KringloopWijzer. Ook zijn de ammoniakemissies berekend voor alle graasdieren op het bedrijf, waardoor de berekening niet volledig aansluit op de afbakening van de voorgestelde norm. In de voorgestelde norm wordt alleen gekeken naar dieren waar fosfaatrechten voor nodig zijn.
Grondgebondenheid

Grafiek 1. Ammoniakemissie uit de stal en opslag (kg NH3) per fosfaatrecht versus GVE per hectare op 37 melkveebedrijven binnen Netwerk Praktijkbedrijven in 2025.
In dezelfde grafiek wordt het aantal GVE per hectare weergegeven als eenheid voor grondgebondenheid. Ongeveer driekwart van de bedrijven voldoet aan deze individuele norm. Tegelijkertijd laat de analyse zien dat een aantal bedrijven ver boven de norm uitkomen. Voor deze bedrijven vraagt het voldoen aan de norm om keuzes in de bedrijfsvoering.
CO₂ -equivalenten per fosfaatrecht afhankelijk van bedrijfsopzet

Grafiek 2. CO2 -equivalenten per fosfaatrecht op 37 melkveebedrijven binnen Netwerk Praktijkbedrijven in 2025.
De CO2 -score hangt onder meer samen met melkproductie, rantsoensamenstelling, methaanemissie uit pensfermentatie en de wijze van opslag van de mest. In Grafiek 2 is te zien dat van de 37 deelnemende bedrijven in 2025 drie bedrijven onder de voorgestelde norm van 92 kg CO2 -equivalenten per fosfaatrecht uitkomen. De resultaten variëren van 73 tot 121 kg CO2-equivalenten per fosfaatrecht.
De drie bedrijven die onder de norm uitkomen, maken gebruik van een methaanremmend voeradditief. Daarmee laten de cijfers zien dat, naast de managementmaatregelen waarop wij sturen, voor het behalen van de voorgestelde norm aanvullende emissiereducerende maatregelen kunnen helpen.
Combinatie van doelen lijkt grote uitdaging
De resultaten laten zien dat binnen Netwerk Praktijkbedrijven deelnemers kunnen voldoen aan afzonderlijke normen voor ammoniak, klimaat of grondgebondenheid. Tegelijkertijd voldoet geen van de deelnemende bedrijven aan de combinatie van alle gestelde normen.
Succes op één indicator leidt dus niet automatisch tot het voldoen aan de volledige normenset. De bedrijven die voldoen aan de voorgestelde klimaatnorm doen dit met aanvullende emissiereducerende maatregelen.
“Juist daarom blijft praktijkonderzoek belangrijk. In de afgelopen jaren is in dit project veel kennis opgebouwd over maatregelen die bijdragen aan ammoniak- en methaanreductie. De volgende stap is om bewezen effectieve maatregelen verder te onderbouwen, te borgen en toepasbaar te maken binnen systemen waarop ondernemers worden beoordeeld.”
Over Netwerk Praktijkbedrijven
Binnen Netwerk Praktijkbedrijven werken melkveehouders in heel Nederland aan het reduceren van methaan- en ammoniakuitstoot op hun bedrijf door middel van managementmaatregelen. Dat doen ze niet met één oplossing voor iedereen, maar met managementmaatregelen die passen bij de eigen bedrijfsvoering en de omgeving waarin een melkveebedrijf zich bevindt. Managementmaatregelen hebben vooral betrekking op aanpassingen in het rantsoen, diermanagement, stalmanagement, mestopslag en bemesting. In Netwerk Praktijkbedrijven worden maatregelen in de praktijk getoetst op haalbaarheid en effectiviteit. Naast deze maatregelen kijkt Netwerk Praktijkbedrijven de komende jaren in onderzoek ook naar de effectiviteit van technologische maatregelen om ammoniak- en methaanemissies te verlagen, zoals het druppelen van de stalvloer en CO₂-gestuurde ventilatie.
Het project ‘Netwerk Praktijkbedrijven’ is een initiatief van LTO Noord en Wageningen University & Research. Netwerk Praktijkbedrijven maakt onderdeel uit van de programmatische aanpak ‘Integraal Aanpakken’ en wordt gefinancierd door het ministerie van LVVN.
Netwerk Praktijkbedrijven publiceerde deze analyse op 11 augustus 2026 op netwerkpraktijkbedrijven.nl. Voor Melkvee.nl is de inhoud opnieuw uitgelicht.
Bron: netwerkpraktijkbedrijven

Netwerk Praktijkbedrijven
Ruim 100 melkveehouders zetten in Netwerk Praktijkbedrijven stappen om de uitstoot van ammoniak en methaan te verminderen. Vanaf 2021 combineren zij praktijkonderzoek en een integrale aanpak om een pakket met haalbare maatregelen samen te stellen. De basis ligt bij rantsoen, maar ook stal, beweiding en het uitrijden en opslaan van mest worden onderzocht. Wat werkt en wat werkt niet? Volg de ontwikkelingen van de deelnemers en ontdek wat past bij jouw bedrijf.
Netwerk Praktijkbedrijven is een initiatief van LTO Noord en Wageningen University & Research en maakt deel uit van het programma ‘Integraal Aanpakken’. Het project wordt gefinancierd door het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN).


