Sterke Erven Logo

Nieuwe regels dierwaardige veehouderij: 11 vierkante meter per koe bij nieuwbouw, geen wettelijke weidegang

05 min
koeien stal hooi hond
Het verbod op de aanbindstal verschuift naar 2040.
11 vierkante meter per koe, geen verplichte weidegang en uitstel voor het verbod op aanbindstallen. Staatssecretaris Silvio Erkens informeerde de Tweede en Eerste Kamer vandaag over de ontwerp-AMvB Dierwaardige veehouderij. De staatssecretaris kiest voor een integrale aanpak, om te voorkomen dat melkveehouders eerst in emissie-eisen (moeten) investeren en enkel jaren later in dierwaardigheid.

De aangepaste regeling moet de komende jaren stapsgewijs invulling geven aan de wettelijke opdracht om in 2040 tot een dierwaardige veehouderij te komen. De regels gelden voor rundvee, varkens, kalveren en pluimvee. In zijn brief aan de Tweede Kamer gaat de staatssecretaris met name in op de veranderingen in de AMvB naar aanleiding van de internetconsultatie. In juli 2025 zette de redactie van melkvee alle regels rondom een dierwaardige veehouderij op een rij.

Meer stalruimte voor koeien

Bij het nemen van huisvestingsmaatregelen maakt de staatssecretaris duidelijk onderscheid tussen bestaande stallen en nieuwbouw. Maatregelen die stalaanpassingen noodzakelijk maken, gelden bij nieuwbouw en verbouw vanaf 2030. Voor aanpassingen in bestaande stallen komt de staatssecretaris met een overgangsregeling. Deze regeling wordt gekoppeld aan de bedrijfsspecifieke emissienormen die in 2035 van kracht worden. Met deze aanpak wil Erkens stimuleren dat een melkveehouder die vanwege stikstof een nieuwe stal bouwt ook direct voldoet aan de eisen voor dierwaardigheid.

Vanaf 2030 geldt bij nieuwbouw voor melkgevende en droogstaande koeien een ruimte-eis van minimaal 11 vierkante meter per koe. Voor bestaande stallen volgt een overgangstermijn.

Het aantal beschikbare vreetplekken is aangepast naar ‘voldoende’. In het eerste ontwerp was nog sprake van één vreetplek per koe. Deze aanpassing koppelt de staatssecretaris aan de eis dat de koeien permanent de beschikking hebben over voldoende ruwvoer.

Minder ruimte nodig voor duo-huisvesting kalveren

Voor het huisvesten van kalveren tot een leeftijd van 3 maanden geldt een minimale oppervlakte van 1,65 vierkante meter per kalf. In het consultatievoorstel werd nog uitgegaan van 2 vierkante meter per kalf. De eis van 2 vierkante meter per kalf blijft wel bestaan als het gaat om het individueel huisvesten van kalveren. Erkens hoopt met deze aanpassing boeren te stimuleren de kalveren eerder in een groepshuisvesting te plaatsen.

Kalveren moeten minimaal zes weken melk krijgen via een speen. Maar in tegenstelling tot het eerste voorstel is de boer niet meer verplicht de melk in zoogpositie aan te bieden.

Geen wettelijke verplichting weidegang

De staatssecretaris ziet ondanks het grote aantal reacties op de internetconsultatie af van een wettelijke verplichting op weidegang. De staatssecretaris erkent dat grazen een gedragsbehoefte van runderen is en dat daar alleen buiten volledig aan kan worden voldaan. Toch kiest hij ervoor om de graasbehoefte niet als afzonderlijke gedragsbehoefte in de AMvB op te nemen.

Grondpositie, verkaveling, arbeid of andere bedrijfsomstandigheden spelen een belangrijke rol in de keuze voor weidegang, erkent de staatssecretaris in zijn brief. Een wettelijke verplichting zou dan ook ten koste kunnen gaan van maatwerk, innovatie en bestaande stimuleringsregelingen. Het kabinet blijft zich wel inspannen weidegang zoveel mogelijk te stimuleren. Daarvoor werkt de staatssecretaris samen met onder meer ZuivelNL, de Dierenbescherming en andere partijen binnen het Convenant Weidegang.

Verbod op aanbindstal verschuift naar 2040

Het verbod op aanbindstallen gaat niet in 2035, maar pas in 2040 in. Het aanpassen van deze datum hangt samen met de uitbreiding van de AMvB naar de vleesveesector. De staatssecretaris schat in dat de economische impact van een verbod op aanbindstallen in de vleesveesector groter is dan in de melkveehouderij. Met het verschuiven van de datum vervalt de evaluatiebepaling die eerder aan het verbod was gekoppeld. In 2040 valt het doek voor de aanbindstal definitief.

Thermoregulatie voor alle bedrijven verplicht

Een nieuw aandachtspunt voor melkveehouders wordt de thermoregulatie van de veestapel. Alle melkveebedrijven moeten een bedrijfsspecifiek plan opstellen waarin staat hoe dieren hun lichaamstemperatuur binnen gezonde grenzen kunnen houden. Dat betekent dat maatregelen tegen onder andere hittestress een vast punt van aandacht zijn in de bedrijfsvoering en bij de bouw en inrichting van nieuwe stallen.

Om melkveehouders in hun aanpak te ondersteunen is inmiddels een subsidieregeling aangekondigd voor investeringen in een dierwaardig omgevingsklimaat. De regeling wordt opengesteld van 24 november 2026 tot en met 19 januari 2027, met een subsidieplafond van 5,44 miljoen euro.

Investeringen moeten financieel haalbaar zijn

Niet alle opgenomen maatregelen krijgen meteen een definitieve invoeringsdatum. Voor maatregelen met een grote economische of emissie-impact kiest de minister voor een evaluatie van de haalbaarheid voorafgaand aan de invoering.

De evaluatie is gericht op de gevolgen van de maatregel voor het verdienmodel van de boer, de ontwikkelingen rondom emissies en de mogelijkheid om de benodigde vergunningen te verkrijgen. Met deze aanpak wil de overheid voorkomen dat melkveehouders uiteindelijk moeten voldoen aan eisen die in de praktijk niet uitvoerbaar of financieel haalbaar zijn.

Erkens benadrukt in zijn brief dan ook dat een dierwaardige veehouderij alleen haalbaar is als melkveehouders de benodigde investeringen kunnen terugverdienen. Om dat mogelijk te maken werkt hij aan een subsidieregeling voor dierwaardige stallen, ondersteuning van praktijkrijpe systemen, kennisontwikkeling en het opzetten van pilots.

Een belangrijk onderdeel van de ontwerp-AMvB is de koppeling met het stikstofbeleid. Dat kan leiden tot een flinke investeringsopgave voor melkveehouders. De staatssecretaris erkent dan ook dat vergunningverlening en financiering belangrijke voorwaarden zijn. Zonder vergunning kan een veehouder immers geen nieuwe stal bouwen of bestaande stal ingrijpend aanpassen. Voor integraal duurzame stallen is voor de periode 2026-2035 indicatief 1,2 miljard euro uit het stikstoffonds gereserveerd. Dierwaardigheid moet daarbij nadrukkelijk worden meegenomen naast stikstof, natuur en water.

Wie betaalt de rekening?

De staatssecretaris benadrukt dat de omschakeling naar een dierwaardige veehouderij niet alleen op het erf kan worden gerealiseerd. De extra investeringen moeten boeren wel terug kunnen verdienen.

Daarom wordt binnen het convenant Dierwaardige veehouderij, die nauw verweven is met de AMvB, ook ingezet op meer afzetmogelijkheden voor dierwaardige producten en een betere beloning in de keten. Ook wordt gekeken naar nieuwe afzetkanalen, waaronder horeca en andere vormen van foodservice.

Voor april 2027 wil de staatssecretaris afspraken maken met de keten maken over de verdere ontwikkeling van markt en afzet. Daarmee moet worden voorkomen dat de rekening van de hogere dierenwelzijnseisen volledig bij de melkveehouder terechtkomt.

Beeld: Ellen Meinen

Bron: Ministerie van LVVN

Tags
BiologischMelkveeDierenwelzijnDiergezondheidPolitiekRegelgevingRenovatieTweede KamerStalinrichtingStalklimaatSilvio Erkens