Geen grote verrassingen voor pluimvee- en varkenshouders in gepubliceerde AMvB Dierwaardige Veehouderij

Het verbod op couperen is al jaren een onderwerp waar de varkenssector hard aan werkt en het is al langer bekend dat 2030 de einddatum is. Ook dit staat in het convenant. Daarnaast geldt voor de pluimveehouderij dat ook de snelgroeiende kippen gefaseerd worden afgebouwd. Ook dit is afgesproken in het convenant (dat nog niet ondertekend is door de Nederlandse Vakbond Pluimveehouders, in afwachting van de AMvB).
Ruimte voor koplopers
Staatssecretaris Erkens, ministerie LVVN: ‘De regels die vandaag naar het parlement gaan, bouwen grotendeels voort op de plannen die de sector samen met de Dierenbescherming heeft gemaakt om het dierenwelzijn verder te verbeteren. Daarmee zetten we samen een grote én realistische stap vooruit. We geven de koplopers de ruimte om hun ambities waar te maken en zorgen ervoor dat ook de achterblijvers meegaan. Zo tillen we het dierenwelzijn in de hele veehouderij naar een hoger niveau.’
Economische gevolgen
Bij de maatregelen is door Erkens gekeken naar de uitvoerbaarheid in de praktijk, de economische gevolgen voor veehouders en de mogelijkheden binnen vergunningen. Waar mogelijk wordt gewerkt met doelvoorschriften. Het doel staat vast, maar boeren houden ruimte om zelf te bepalen hoe zij dat op hun bedrijf bereiken. De regels sluiten aan bij het convenant dat vorig jaar is gesloten met agrarische partijen, de Dierenbescherming en markt- en ketenpartijen.
Bestaande stallen
Er wordt daarnaast onderscheid gemaakt tussen nieuwe en bestaande stallen voor pluimveehouders en varkenshouders. Op deze manier kunnen volgens de staatssecretaris veehouders die nieuwe stallen laten bouwen gelijk aan zowel de emissieregels als maatregelen voor dierenwelzijn voldoen. Niet alle maatregelen worden daarom direct of in de meest vergaande vorm ingevoerd. In sommige gevallen krijgen veehouders langer de tijd. ‘Zo houden we de omslag haalbaar en beperken we het risico dat productie naar het buitenland verdwijnt. Dat weglek is ook vanuit dierenwelzijn onwenselijk, omdat in het buitenland vaak met lagere dierenwelzijnsstandaarden wordt gewerkt’, schrijft Erkens in de brief.
Integraal en verdienmodel
Er wordt ook rekening gehouden met andere opgaven waar boeren op het erf mee te maken krijgen. Daarmee wil de staatsecretaris voorkomen dat verschillende regels elkaar in de weg zitten. ‘Boeren moeten weten waar ze aan toe zijn, zodat zij verantwoorde investeringsbeslissingen kunnen nemen voor een toekomstbestendig en integraal duurzaam bedrijf.’
Verder hoopt Erkens dat supermarkten, verwerkers, foodservice en andere markt- en ketenpartijen meedoen. Alleen als de hele keten meedoet, kan volgens hem de omslag op een realistische manier gemaakt worden met oog voor het verdienvermogen van boeren. Hij stelt daarbij dat dierenwelzijn een kans is, omdat steeds meer consumenten kiezen voor producten met extra aandacht voor dierenwelzijn. Helaas wordt deze stellingname van Erkens in de realiteit niet ondersteund door cijfers, waardoor het verdienmodel toch een pijnpunt zal blijken te zijn.
Varkens: Ruwvoer permanent beschikbaar drachtige gelten en zeugen
Wat betreft de varkenshouderij zijn naar aanleiding van de internetconsultatie en aanvullend onderzoek op een aantal onderdelen wijzigingen aangebracht. Zo zijn de bepalingen over daglicht verduidelijkt door concrete minimumnormen op te nemen voor de toetreding van daglicht, is de bepalingen over ammoniak nader uitgewerkt en onderscheid gemaakt tussen bestaande en nieuw te bouwen stallen, en is voor de inrichting van functiegebieden bij nieuwbouwstallen een evaluatiemoment in 2028 opgenomen. Als uit de evaluatie blijkt dat aanvullende kennis nodig is, kan alsnog worden bezien of aanpassing van het tijdpad voor inwerkingtreding, voorzien in 2030, noodzakelijk is. Hiermee wordt geborgd dat de verplichting uitvoerbaar zal zijn in de praktijk.
Verder is in de ontwerp-AMvB verduidelijkt dat voor drachtige gelten en zeugen ruwvoer permanent beschikbaar moet zijn. Daarnaast zijn de eisen voor waterverstrekking aan biggen aangepast naar permanente beschikbaarheid vanaf zeven dagen leeftijd.
Tot slot zijn de eisen voor gespeende varkens met een volledige roostervloer aangepast. Als tussenstap wordt vanaf 2028 verplicht dat een deel van de roostervloer wordt afgedekt, zodat een aaneengesloten dicht vloergedeelte ontstaat. Hiermee wordt naar de mening van de staatssecretaris vooruitgelopen op de uiteindelijke verplichting tot gedeeltelijk dichte vloeren, waardoor gespeende varkens al eerder kunnen beschikken over een geschikte lig- en verrijkingsplek.
Pluimvee: verbod nieuwbouw koloniekooien per 2028
Voor pluimvee is in de ontwerp-AMvB de evaluatiebepaling voor het verbod op koloniekooihuisvesting per 2035 vervallen en komt er een verbod op de nieuwbouw van koloniekooien per 2028. In de ontwerp-AMvB is ook de evaluatiebepaling vervallen voor de bezettingsdichtheden die in 2030 van kracht worden. Bij de vaststelling van deze bezetting is volgens Erkens namelijk al rekening gehouden met de impact. Door per 2028 de nieuwbouw van koloniekooien en systemen waarin niet voorzien kan worden in de gedragsbehoeften te verbieden, wordt ook voorkomen dat houders investeringen doen in stallen die per 2035 verboden zijn.
In de consultatieversie is er voor vleeskuikens een verplichting opgenomen voor robuuste rassen per 2040, omdat vleeskuikens zo gefokt worden dat ze zoveel mogelijk willen eten. Dit leidt tot dusdanige pootproblemen dat veel vleeskuikens niet meer goed kunnen lopen. In de consultatieversie was de invoering van deze maatregel gekoppeld aan een evaluatie. In de voorliggende versie van de ontwerp-AMvB is de evaluatiebepaling vervallen, zodat komende jaren de overgang naar het houden van andere rassen in gang gezet kan worden.
Erkens: ‘Ik heb daarnaast ook bezien of er op dit moment een verbod op reguliere vleeskuikenouderdieren opgenomen kan worden. Hoewel ik van mening ben dat het houden van reguliere vleeskuikenouderdieren, die als gevolg van de toegepaste voerbeperking een langdurig hongergevoel ervaren, niet past in een dierwaardige veehouderij, heb ik ervoor gekozen hiervoor geen maatregel op te nemen. De reden hiervoor is het grote internationale karakter van deze sector. Een verbod op het houden van vleeskuikenouderdieren in Nederland vind ik niet behulpzaam, vanwege het risico op verplaatsing naar het buitenland van deze bedrijven. Daarnaast zal door het verbod voor vleeskuikens een deel van de vleeskuikenouderdieren voor Nederland al robuust worden. Dat neemt niet weg dat in de toekomst vleeskuikenouderdieren niet robuust zouden moeten worden. Ik zal mij daarom op Europees niveau inzetten voor houderijvoorschriften en het verplicht gebruik van robuuste rassen.’
Verder heeft Erkens in de ontwerp-AMvB twee nieuwe maatregelen opgenomen, namelijk de verplichting tot toetreding van daglicht en een verplichte donkerperiode. Ook worden de maatregel voor de zitstok voor leghennen aangescherpt en voor opfokleghennen geconcretiseerd.
Reinout Burgers
Al bijna 25 jaar volg en schrijf ik als journalist onder meer over de varkenshouderij en pluimveehouderij. Twee uiterst boeiende en dynamische sectoren met veel gepassioneerde ondernemers.
Beeld: Ellen Meinen
Bron: Ministerie van LVVN


