Sterke Erven Logo
Column

Van Essen spant PBL-rapport voor zijn veekrimpkarretje

Column05 min
Minister van Essen in de Tweede Kamer
Alle belangenorganisaties van boeren vragen minimaal forse aanpassingen op de stikstofplannen. In plaats van toezeggingen om de pijn wat te verzachten, gebruikt de minister het PBL-rapport om zijn rekenkundige benadering kracht bij te zetten.

Het is best knap. Stikstofmaatregelen voorstellen om toekomstperspectief te geven aan boeren, de natuur te helpen en de vergunningverlening los te trekken en dan van alle boeren te horen krijgen dat het desastreus is voor hun bedrijf. In die situatie zit onze minister van Landbouw. Deze week kwam ook Caring Farmers met een reactie op de stikstofbrief van de minister. Waar andere organisaties stelden dat de brief van tafel moest en LTO en NAJK grote aanpassingen vragen, stelt Caring Farmers een heel andere benadering voor om het beleid op te baseren. Iedere belangenorganisatie praat natuurlijk voor de eigen achterban, maar de gemene deler is dat er op zijn minst forse aanpassingen worden verlangd.

PBL kritisch

Tot nu toe heeft Van Essen nog geen toezegging gedaan om het beleid wat af te zwakken. Integendeel. Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) heeft forse kritiek op de plannen van de minister. Volgens het PBL is niet inzichtelijk hoe de gestapelde maatregelen uitwerken voor een landbouwbedrijf. Er is geen ecologische onderbouwing voor de emissiereductiedoelstellingen en de maatregelen tellen samen onvoldoende op, zodat er uiteindelijk nog een generieke korting volgt. En over de ecologie gesproken: het PBL constateert dat slechts 14 van de 120 stikstofgevoelige natuurgebieden in 2035 onder de KDW komen. Met andere woorden: de vergunningverlening blijft zeer moeizaam gaan.

‘Steun’ van PBL

Maar het deert onze minister niet. Die leest iets heel anders in het rapport en ziet het als steun voor zijn beleid om de veestapel flink te reduceren. Hij merkte terecht op dat het PBL niet naar veldemissies heeft gekeken. Dat komt, omdat het PBL alleen iets kan vinden van concrete maatregelen die worden voorgesteld en daarover heeft het ministerie nog niets gepubliceerd. Voor Van Essen is dit een handige politieke escape, want hij stelde direct dat met het terugdringen van veldemissies de generieke korting voorkomen kan worden.

Wel dreiging generieke korting

Een minister die zijn plannen doorgevoerd wil krijgen, is positief over zijn plannen en verwacht daar dan ook veel van. Maar Van Essen weet zelf natuurlijk ook niet of het zo uitpakt. Het PBL merkt op dat alles moet lukken om tot het beoogde resultaat te komen. De praktijk is vaak weerbarstiger, dus het is veel realistischer om te veronderstellen dat de optelsom die de minister maakt en die door het PBL is nagerekend wat lager uitkomt. Dus de generieke korting hangt wel degelijk boven de markt.

En in de begeleidende brief van de minister bij het toesturen van het PBL-rapport aan de Tweede Kamer gaat Van Essen ook niet in op de kritiek van het PBL dat vergunningverlening ongewis is. Hij herhaalt alleen dat al zijn maatregelen perspectief bieden op het lostrekken van de vergunningverlening.

Dezelfde berekening

Dat het PBL rekenkundig tot zo’n optelsom komt, is logisch. De rekenmachine van het PBL werkt hetzelfde als die van de LVVN-ambtenaren. De ambtenaren hebben uitgerekend wat er nodig is om het doel te halen. Daardoor komen ze op voorstellen zoals 0,164 kilogram ammoniak per fosfaatrecht. Het PBL rekent vervolgens op basis van dit getal weer terug, waardoor er nooit veel afwijking in kan zitten. Zo was Van Essen voor het presenteren van zijn brief met maatregelen al redelijk zeker over de uitkomst van het PBL-onderzoek.

Maatregelen voorstellen op basis van dit soort berekeningen zonder de impact daarvan op bedrijven mee te wegen, zegt iets over hoe deze minister, samen met het CDA en de VVD, een deel van de samenleving de rug toekeert. Daar komt het in mijn ogen namelijk op neer. De minister schrijft dan wel dat er 20 miljard euro beschikbaar is, waarvan het grootste deel op het boerenerf terecht zal komen, de vraag is of dat zo is en in welke vorm. Ik ben bang dat het vooral in opkoopregelingen zal belanden van het Rijk en provincies, omdat veel veehouders geen andere oplossing zien dan straks hun fosfaatrechten te verkopen. En dat is precies wat dit kabinet beoogt: veekrimp.

Boeren gaan niet investeren in maatregelen als ze die niet kunnen terugverdienen en zeker niet als het verdienvermogen nog een extra tik krijgt van een korting. De minister schrijft dat zelf ook al en het PBL bevestigt dat. Een deel van de bedrijven zal deze ‘historische’ verandering niet mee kunnen maken. En waar de minister schrijft dat boeren zekerheid krijgen, zal voor een deel van de ondernemers de onzekerheid over een korting die in de lucht blijft hangen de reden zijn om het bedrijf niet voort te zetten.

Politiek tegengas

Ik hoop dat er vanuit de politiek nog wat tegengas komt. Dat zou eigenlijk wel moeten, anders zijn de politieke partijen medeplichtig aan het invoeren van slecht beleid. De minister geeft dat namelijk zelf ook aan. Extensieve bedrijven krijgen mogelijk een uitzonderingspositie, omdat ze door dit kabinet wel gewild zijn. Maar of dat juridisch standhoudt, is natuurlijk ook onzeker. Ik zou zeggen: voer gewoon goed beleid in en het liefst op een manier waarbij boeren die door wíllen ook door kúnnen. En dat kan best met minder emissies als ze daar middelen en tijd voor krijgen.

Beeld: Ellen Meinen

Tags
AkkerbouwBiologischMelkveeVarkensPluimveeNatura 2000PolitiekStoppende boerenStikstofemissieJaimi van Essen