Onderzoekers: ‘Veehouderij met huidige AMvB niet dierwaardig in 2040’

De onderzoeksgroep bestaande uit wetenschappers van Wageningen Universiteit en Universiteit Utrecht schrijft begrip te hebben voor de keuze ruimte te laten voor bovenwettelijke marktconcepten gericht op dierenwelzijn. Maar koppelt daar direct de conclusie aan dat het realiseren van een dierwaardige veehouderij in 2040 niet zal lukken zonder wettelijk kader.
Veel te weinig eisen aan huisvesting melkvee
De onderzoekers zijn van mening dat er veel te weinig eisen worden gesteld aan de huisvesting van melkkoeien. Weliswaar is de minimale oppervlakte voor melkkoeien verhoogd van 9 naar 11 vierkante meter en wordt één ligplaats per koe verplicht gesteld. Maar regels over de afmetingen van een ligplaats ontbreken. Ook worden er geen eisen gesteld aan het aantal drinkplaatsen in de stal en eventuele maatregelen om concurrentie rondom de waterbakken tegen te gaan, zodat ook dieren die lager in de rangorde staan voldoende kunnen drinken.
Voorschriften voor de indrukbaarheid van de vloer ontbreken, terwijl dit voor koeien van groot belang is voor een onbelemmerde beweging en het voorkomen van pootproblemen, stellen de onderzoekers. De AMvB spreekt zich ook niet uit over het aantal koeborstels dat nodig is.
Onderbouwing van meerdere keuzes in AMvB ontbreekt
De onderzoeksgroep is met name kritisch op het ontbreken van duidelijke kaders. Zo worden boeren verplicht een thermoregulatieplan te maken, maar blijft onduidelijk hoe de maatregelen uit het plan geborgd worden.
Het ontbreken van een duidelijke onderbouwing voor het individueel huisvesten van kalveren tot een leeftijd van 14 dagen kan eveneens op kritiek rekenen. De verplichting kalveren zes weken lang via een speen melk aan te bieden, wordt door de onderzoekers als positief beoordeeld.
Ook het ontbreken van eisen rondom weidegang in de AMvB wordt door de onderzoekers bekritiseerd.
‘Voldoende’ vreetplekken nadelig voor dierenwelzijn
De oorspronkelijke eis van één voederplek per koe is afgezwakt naar voldoende voederplekken voor de koeien. Het is voor de onderzoekers onduidelijk op welke manier concurrentie tijdens het vreten wordt voorkomen. Het ontbreken van een voederplek voor iedere koe maakt synchroon voedergedrag onmogelijk. En dat kan met name het welzijn van de dieren die lager in rangorde zijn verminderen.
Kalf hoeft toch niet bij de koe te blijven
In tegenstelling tot het eerste voorstel blijft het toegestaan kalf en koe direct na de geboorte te scheiden. De onderzoekers wijzen erop dat bestaand onderzoek aantoont dat een natuurlijke binding tussen kalf en koe leidt tot meer normaal sociaal gedrag, minder afwijkend gedrag, een hogere stressbestendigheid en een betere ontwikkeling van het kalf. De onderzoekers stellen voor richting 2040 een tussenevaluatie op te nemen waarin op basis van de nieuwste wetenschappelijke kennis wordt beoordeeld of het direct scheiden van kalf en koe moet worden aangepast.
Meer aandacht nodig voor hoornloos fokken
Vanaf 2040 is het in Nederland niet meer toegestaan kalveren te onthoornen. De onderzoekers raden de sector aan de tijd tot 2040 te gebruiken voor het onderzoek van de potentie van hoornloze stieren. En tegelijkertijd te kijken naar eventuele noodzakelijke aanpassing aan het huisvestingssysteem wanneer een veehouder besluit koeien met hoorns aan te houden.
Wat verder nog ontbreekt zijn duidelijke richtlijnen omtrent groepsgrootte en samenstelling van de groepen.
Onderzoekers missen perspectief op dierwaardige veehouderij
Over het algemeen kan geconcludeerd worden dat de onderzoeksgroep positief is over de wettelijke erkenning van een aantal gedragsbehoeften van dieren. De vertaling van de gedragsbehoeften in concrete eisen laat volgens de onderzoekers echter nog te wensen over. Een belangrijke oorzaak voor het ontbreken van concrete eisen ligt volgens de onderzoekers in het feit dat bij het opstellen van de AMvB steeds is uitgegaan van de mogelijkheden binnen het huidige veehouderijsysteem. ‘Een helder transitieperspectief op de gewenste aard en rol van de veehouderij binnen het bredere voedselsysteem, het landelijk gebied en de natuur, had kunnen bijdragen aan een wezenlijke stap richting dierwaardige veehouderij’, stellen de onderzoekers in de door hen uitgevoerde wetenschappelijke toets. ‘Op zijn minst was het wenselijk geweest dat de wettelijke erkenning van gedragsbehoeften gepaard zou zijn gegaan met een breder perspectief op hoe dierwaardigheid er idealiter uitziet.’ Het ontbreken van een duidelijk perspectief brengt het risico met zich mee dat investeringen die nu worden gedaan, toekomstige verbeteringen in de weg staan.
Onderzoekers kritisch op afwegingen voor dieren in AMvB
Volgens de onderzoekers redeneert de AMvB in de meeste gevallen niet in het voordeel van het dier. De insteek van Erkens is uitermate voorzichtig. Zodra er geen volledige wetenschappelijke zekerheid is over de noodzaak van een maatregel, komt die maatregel niet in het AMvB. De staatssecretaris heeft wel nadrukkelijk in de AMvB opgenomen waarom bepaalde maatregelen niet kunnen worden doorgevoerd. Een lijst met redenen waarom bepaalde maatregelen versneld ingevoerd moeten worden ontbreekt echter, concludeert de onderzoeksgroep.
Ook is de onderzoeksgroep van mening dat het gebruik van de Gids voor Goede Praktijken te vrijblijvend is. Stimulansen om de gids te gebruiken ontbreken. Sterker nog, een duidelijke afspraak over het opstellen en periodiek actualiseren van de gids ontbreekt eveneens in de AMvB.
Klimaatadaptatieplan biedt dieren geen keuzevrijheid
De onderzoekers merken op dat het positief is dat boeren verplicht worden tot het opstellen van een klimaatadaptatieplan. Wel bekritiseren zij de keuze dat er veel aandacht is voor de keuze die veehouders kunnen maken binnen het plan. Terwijl er nauwelijks aandacht is voor de handelingsvrijheid van de dieren, zoals het aanbieden van schuilplekken voor melkvee in de wei. Het creëren van deze keuzevrijheid is een mogelijkheid om invulling te geven aan het zesde principe van een dierwaardige veehouderij, het bereiken van een positieve emotionele toestand van het dier.
Tot slot merken de onderzoekers op dat de afhankelijkheidsrelatie tussen dierenarts en veehouder het aanpassen van routinematige handelingen als het couperen van varkensstaarten in de weg kan zitten. Zij betreuren het dat de opgenomen uitzonderingen in de AMvB deze afhankelijkheid in stand kunnen houden.
Hermien van der Aa
Woont en werkt op een melkveebedrijf in Hernen met als neventakken educatie en zorglandbouw. Sinds 2020 parttime redacteur melkvee bij Agrio, waar ze hoofdzakelijk schrijft voor de website melkvee.nl, het vakblad Melkvee en de regiobladen
Beeld: Ellen Meinen
Bron: Tweede Kamer

