Zeeland zet vraagtekens bij 500-meterzones rond natuurgebieden

Het Rijk heeft deze zomer zeven Zeeuwse Natura 2000-gebieden aangewezen voor een mogelijke zone van 500 meter. Binnen zo'n zone kunnen aanvullende maatregelen en regels gaan gelden. Het gaat om de Kop van Schouwen, Manteling van Walcheren, Vogelkreek, Groote Gat, Yerseke en Kapelse Moer, Canisvliet en de Zwin- & Kievittepolder. Het Rijk kijkt bij de aanpak naar vijf mogelijke drukfactoren: stikstof, hydrologie, waterkwaliteit, gewasbeschermingsmiddelen en leefgebied en versnippering. Voor gewasbeschermingsmiddelen komt het Rijk naar verwachting met een landelijke aanpak. Leefgebied/versnippering speelt bij de zeven Zeeuwse Natura 2000-gebieden niet. De Zeeuwse beoordeling richt zich daarom op stikstof, hydrologie en waterkwaliteit.
Nog niet definitief
De provincie benadrukt dat daarmee nog geen definitieve 500-meterzones zijn vastgesteld. Ook is nog niet duidelijk welke maatregelen aan een eventuele zone worden gekoppeld. Het uiteindelijke besluit over de zonering ligt bij het Rijk.
Mogelijk vier geschikt
Op basis van de informatie die nu beschikbaar is, ziet Zeeland bij vier van de zeven gebieden mogelijkheden voor een bijdrage aan natuurherstel. Bij de Kop van Schouwen en de Manteling van Walcheren gaat het vooral om stikstof en hydrologie. Volgens de provincie sluit dit aan bij het Zeeuwse stikstofplan Zeeland op weg naar herstel, waarin wordt uitgegaan van vrijwillige maatregelen binnen een zone van drie kilometer.
Geen stikstofopgave
Bij de Vogelkreek en het Groote Gat speelt geen stikstofopgave. Daar is vooral de hydrologische situatie een aandachtspunt. Bij de Vogelkreek komt daar de waterkwaliteit bij. Voor de Yerseke en Kapelse Moer zijn al verschillende onderzoeken uitgevoerd naar de hydrologische situatie. Gedeputeerde Staten willen binnenkort bepalen welke maatregelen nodig zijn om de natuurkwaliteit daar te verbeteren.
Andere maatregelen
Bij Canisvliet en de Zwin- & Kievittepolder is eveneens natuurherstel nodig, maar volgens Zeeland zijn daar andere maatregelen nodig dan de aanpak die het Rijk met de zonering voor ogen heeft. De provincie wil daarom per gebied bekijken of zonering nodig is en of een grens van 500 meter daadwerkelijk passend is.
Niet overal zelfde opgave
Voor boeren is vooral van belang dat een 500-metergrens op zichzelf nog weinig zegt over wat er op een bedrijf gaat gebeuren. Voor boeren is volgens GS van Zeeland bovendien een reëel toekomstperspectief nodig. Zij moeten voldoende tijd en ondersteuning krijgen om eventuele veranderingen door te voeren.
Erik Kruisselbrink
Is als freelance vakbladredacteur van vele markten thuis.
Beeld: Provincie Zeeland
