Effecten langere lactatie het sterkst bij vaarzen
Langer doormelken vooral effectief als dit per koe wordt afgestemd

Onderzoekers van de Universiteit van Guelph in Canada analyseerden de resultaten van 21 eerder gepubliceerde studies, afkomstig uit 19 afzonderlijke experimenten. Ze vergeleken de melkproductie en vruchtbaarheid van koeien met een verlengde lactatie met die van koeien met een normale lactatielengte. Daarbij maakten ze onderscheid tussen vaarzen en oudere koeien. Ook onderzochten ze of het gericht selecteren van koeien voor een langere lactatie invloed had op de resultaten.
De onderzoekers concluderen in het wetenschappelijk tijdschrift Journal of Dairy Science dat het verlengen van de lactatie voordelen kan bieden, maar dat een standaardaanpak voor de hele veestapel niet wenselijk is.
Melkproductie vaarzen stijgt bij langere lactatie
De effecten van een langere lactatie zijn het sterkst bij vaarzen. Bij koeien die voor het eerst hadden gekalfd, steeg de gemiddelde dagelijkse melkproductie met 0,08 kilo energiegecorrigeerde melk (ECM) – omgerekende hoeveelheid melk naar een standaardgehalte vet en eiwit – voor elke tien dagen dat de periode tussen twee afkalvingen langer werd. Bij oudere koeien werd geen algemeen effect op de melkproductie vastgesteld.
Dat verschil hangt volgens de onderzoekers samen met de lactatiepersistentie. Vaarzen houden hun melkproductie doorgaans langer op peil, terwijl de productie van oudere koeien later in de lactatie sterker kan teruglopen.
Bij oudere koeien lijkt een gerichte selectie voor verlengde lactatie wel voordelen te bieden. Koeien die speciaal werden geselecteerd voor een langere melkproductie, gaven gemiddeld 1,9 kilo ECM per dag meer dan koeien die willekeurig voor een langere lactatie waren aangewezen. Dit verschil was volgens de onderzoekers echter niet groot genoeg om met voldoende zekerheid te kunnen zeggen dat de selectie ook echt beter werkt. Ook produceerden de geselecteerde koeien niet aantoonbaar meer dan koeien met een normale, dus niet verlengde, lactatielengte.
Minder inseminaties per dracht bij langere wachttijd
Een langere wachtperiode tussen afkalven en de eerste inseminatie hield ook verband met betere vruchtbaarheidsresultaten, zo ontdekten de onderzoekers. Per tien dagen extra wachttijd nam het gemiddelde aantal inseminaties per dracht met 0,02 af.
Daarnaast steeg de kans op dracht na de eerste inseminatie. Bij koeien die al vaker hadden gekalfd, nam de kans op dracht bij de eerste inseminatie sterker toe dan bij vaarzen. Iedere tien dagen extra wachttijd vergrootte de kans op een succesvolle eerste inseminatie.
Volgens de onderzoekers kan de betere vruchtbaarheid onder meer samenhangen met een gunstigere energiebalans en een verder herstel na het afkalven.
Koedata voor inseminatieadvies
Volgens de onderzoekers biedt het gebruik van melkproductiegegevens en sensordata, zoals die door onder andere melkrobots en managementsystemen worden verzameld, mogelijkheden voor de melkveehouder om beter te bepalen welke koeien geschikt zijn voor een verlengde lactatie. Uit de analyse blijkt namelijk dat eerdere onderzoeken uiteenlopende methoden gebruikten om koeien hiervoor te selecteren. Een duidelijk effectieve selectiemethode konden ze echter niet aanwijzen. Daarom pleiten de onderzoekers voor verder onderzoek naar de mogelijkheden van selectie op basis van koedata, bijvoorbeeld met behulp van gegevens uit melkrobots en koesensoren.
Financieel rendement verlengde lactatie nog onzeker
Of een langere lactatie daadwerkelijk financieel aantrekkelijker is, hangt volgens de onderzoekers af van meerdere factoren. Naast melkproductie en voerkosten spelen ook kalveropbrengsten, gezondheidskosten en de vervanging van melkkoeien een rol.
De onderzoekers benadrukken daarom dat verlengde lactatie geen standaardstrategie voor alle koeien moet worden, maar onderdeel kan zijn van individueel veemanagement.
Stefan Buning
Geboren en getogen op een melkveebedrijf in de Achterhoek. Sinds 1998 werkzaam als redacteur bij Agrio. Als chef Melkvee is hij samen met zijn team verantwoordelijk voor het kritisch volgen van alles wat er in en om de melkveehouderij in Nederland gebeurt.
Beeld: Susan Rexwinkel
Bron: Journal of Dairy Science


