Sterke Erven Logo

Een ingrijpende emissiereductie moet ook bedrijfseconomisch haalbaar zijn

MOB bereid tot overleg, oplossing voor vijf pluimveehouders nog onzeker

03 min
Provincie Noord-Brabant dreigt de natuurvergunningen van vijf pluimveehouders in te trekken.
Een akkoord met milieuorganisatie MOB kan mogelijk een uitweg bieden voor de vijf Brabantse pluimveehouders die hun natuurvergunning dreigen te verliezen. MOB sluit afspraken met individuele bedrijven niet uit, maar stelt zich terughoudend op. Voor de ondernemers blijft onzeker onder welke voorwaarden zij hun bedrijf kunnen voortzetten.

Dat blijkt uit berichtgeving van het Eindhovens Dagblad. De mogelijke afspraken vormen een nieuwe ontwikkeling in de vergunningenkwestie rond de vijf pluimveebedrijven en zou de snelste weg naar een oplossing zijn.

Afspraken vastleggen in vergunning

Bij een overeenkomst zouden MOB en de betreffende pluimveehouder afspraken kunnen maken over vermindering van de stikstofuitstoot. De provincie zou die vervolgens vastleggen in de natuurvergunning. Daarmee ontstaat mogelijk een route om verdere juridische procedures te voorkomen.

Gedeputeerde Saskia Boelema staat positief tegenover zo’n oplossing. Zij verwijst naar afspraken die eerder met MOB zijn gemaakt over emissiereductie bij Cosun en FrieslandCampina. In juni werden op die manier afspraken gemaakt over 95 procent vermindering bij suikerfabriek Cosun in Dinteloord. Eind vorig jaar is met FrieslandCampina afgesproken dat het Veghelse bedrijf 85 procent stikstofuitstoot gaat reduceren. Of een vergelijkbare aanpak voor de vijf pluimveebedrijven haalbaar is, staat echter nog niet vast.

MOB wacht voorstellen af

MOB-voorzitter Johan Vollenbroek laat tegenover het ED weten dat zijn organisatie ook eerder overeenkomsten met afzonderlijke veehouderijen heeft gesloten. „We staan altijd open voor een constructieve oplossing.”

Tegelijkertijd plaatst hij een kanttekening: volgens MOB blijven de betrokken bedrijven ook na een uitstootvermindering van 85 procent piekbelasters. Vollenbroek wil daarom eerst de voorstellen beoordelen. De mogelijkheden kunnen volgens hem per bedrijf verschillen.

Ruimte om dieren te blijven houden

Zoals eerder gemeld, ziet de provincie inmiddels meer ruimte voor voortzetting van de pluimveebedrijven. Na een second opinion van advocatenkantoor Pels Rijcken gaat Brabant ervan uit dat binnen de resterende emissieruimte ook landbouwhuisdieren gehouden kunnen worden. De provincie neemt daarbij een stikstofreductie van 85 procent als uitgangspunt. Eerder ging zij ervan uit dat dieren houden binnen die resterende ruimte niet mogelijk was.

De betrokken ondernemers vinden volgens het ED dat de rechterlijke uitspraak meer ruimte biedt dan de provincie nu aanhoudt.

Ook financiële haalbaarheid telt

Voor de pluimveehouders gaat het niet alleen om de juridische mogelijkheid om dieren te blijven houden. Ook de investeringen en jaarlijkse kosten van aanvullende emissiereductie bepalen of voortzetting haalbaar is.

Het ED wijst op de kosten van luchtwassers en het gebruik daarvan. Een vergaande reductie kan technisch wellicht mogelijk zijn, maar daarmee is nog niet gezegd dat er voldoende verdienvermogen overblijft. Een eventuele overeenkomst zal dus ook op bedrijfsniveau uitvoerbaar moeten zijn.

Nog geen zekerheid

De provincie heeft ambtelijke vervolggesprekken aangekondigd voor eind oktober en bestuurlijke gesprekken voor begin november. De inhoud blijft vertrouwelijk. Brabant benadrukt bovendien dat het geen vervolgbesluiten neemt zonder eerst met de betrokken ondernemer te hebben gesproken.

Voor de vijf pluimveehouders is de bereidheid tot overleg een opening. Zekerheid over behoud van hun natuurvergunning en de toekomst van hun bedrijf is er nog niet.

Beeld: Monique van Loon

Bron: Eindhovens Dagblad

Tags
PluimveePolitiekRechtszakenRegelgevingStikstofemissieLimburgNoord-Brabant