Vroege bescherming tegen Gumboro is cruciaal
Nieuwe Gumboro-variant blijft circuleren: hoe je met vaccinatie, bioveiligheid en monitoring grip houdt

Nieuwe Gumboro-variant tast afweersysteem van kippen aan
Sinds 2019 circuleert in Europa een nieuwe variant van het Gumborovirus die kuikens al op jonge leeftijd kan infecteren, soms nog voordat voldoende bescherming is opgebouwd. Volgens Herreman heeft Gumboro daarbij ‘twee gezichten’: eerst de subklinische aantasting van de afweer en pas daarna eventueel de klinische vorm met sufheid, secundaire infecties en sterfte. Bij de huidige variant komt de klinische vorm minder vaak voor dan bij oudere varianten.
Hoewel de vaccinatiegraad hoog is, blijft waakzaamheid noodzakelijk. “Bijna al het pluimvee in Nederland wordt tegen Gumboro gevaccineerd. Toch vinden we bij ongeveer 40 procent van de vleeskuikens en leghennen nog een veldstam. Een hoge vaccinatiegraad betekent dus niet automatisch dat het virus ook onder controle is,” vertelt Herreman.
Een infectie blijft soms lang onder de radar. “Vaak speelt er een probleem op het pluimveebedrijf waar ze de vinger niet op kunnen leggen."
Dan is het absoluut noodzakelijk om ook naar de aanwezigheid van Gumboro te kijken
Vertelt Herreman, “Wil je Gumboro goed bestrijden, dan heb je een vaccin nodig dat heel vroeg werkt.”
Vaccinatie houdt veldvirus niet altijd tegen
Als het veldvirus de Bursa van Fabricius bereikt voordat voldoende bescherming is opgebouwd, kan het zich alsnog in het koppel verspreiden. De Bursa is een belangrijk afweerorgaan waarin antilichamen worden aangemaakt. Wanneer dit orgaan wordt aangetast, verzwakt de afweer van de kip. Daardoor is het dier vatbaarder voor ziekten en kan het ook minder goed reageren op andere vaccinaties. “Om verder insleep van het virus te voorkomen is het belangrijk dat elk kuiken binnen een koppel evengoed beschermd is en de juiste vaccindosering krijgt,” vertelt Herreman.
Daar zit in de praktijk een uitdaging. De hoeveelheid maternale antilichamen, de afweerstoffen die kuikens via de moederhen meekrijgen, verschilt per kuiken en ook de homogeniteit binnen een koppel speelt een belangrijke rol. Bij drinkwatervaccinatie komt daar nog bij dat niet ieder dier gegarandeerd op hetzelfde moment dezelfde hoeveelheid vaccin binnenkrijgt. Daardoor ontstaan er gaten in de bescherming.
Welke vaccinatiemethoden tegen Gumboro zijn er?
Tegen Gumboro zijn verschillende vaccinatiemethoden beschikbaar die verschillen in timing, toediening en de snelheid waarmee bescherming wordt opgebouwd. Bij de traditionele drinkwatervaccinatie is vooral de timing bepalend. Ook de maternale antilichamen van de kuikens zijn hierbij van invloed. Volgens Herreman blijft het zoeken naar het juiste moment waarop zoveel mogelijk dieren beschermd kunnen worden, zonder dat een deel van het koppel te lang onbeschermd blijft. Daarnaast is bij toediening via het drinkwater niet exact te controleren hoeveel vaccin ieder kuiken binnenkrijgt.
Vaccinatie in de broederij neemt een deel van die onzekerheid weg. Ieder kuiken kan daar afzonderlijk een vaste dosis krijgen. Binnen deze methode bestaan verschillende typen vaccins. HVT-vectorvaccins bouwen hun bescherming geleidelijk op. “Deze vaccins kunnen de dieren beschermen tegen de klinische vorm van Gumboro, maar zelden tegen de vroege, subklinische vorm die de immuniteit aantast. Dit komt omdat HVT-vectorvaccins pas beginnen te werken na 3 tot 4 weken en de Bursa niet afschermen,” vertelt Herreman.
Immuuncomplexvaccins, zoals Nextmune van CEVA, combineren de nauwkeurige toediening in de broederij met een levend vaccin dat op het juiste moment actief wordt. “Dankzij de accurate toediening kan een immuuncomplexvaccin de Bursa afschermen en zo infectie voorkomen. Daarmee wordt bescherming opgebouwd tegen zowel de vroege immunosuppressieve vorm als de klinische vorm van Gumboro.”
Bij broederijvaccinatie hoeft de pluimveehouder op het bedrijf geen entmoment meer te bepalen en weet dat ieder kuiken bij de start is meegenomen in het vaccinatieproces. Bovendien komt het vaccin vervolgens geleidelijk vrij. Dat helpt om een plotselinge reactie op de vaccinatie te beperken en kan bijdragen aan een gelijkmatigere voeropname, groei en uniformiteit binnen het koppel.
Hoe doorbreek je de infectiecyclus van Gumboro?
De infectiecyclus wordt doorbroken door te voorkomen dat het veldvirus de Bursa infecteert en zich daar kan vermenigvuldigen. Volgens Herreman is dat een belangrijk verschil tussen alleen ziekteverschijnselen voorkomen en het virus echt onder druk zetten. Als het virus zich niet of nauwelijks kan vermenigvuldigen, wordt er ook minder uitgescheiden naar andere kippen en naar de stalomgeving. Dat verlaagt de infectiedruk voor het huidige én het volgende koppel.
Als je die cyclus niet doorbreekt, blijft het virus op de locatie aanwezig
Aldus Herreman.
Waarom zijn bioveiligheid én monitoring belangrijk bij Gumboro?
Omdat het Gumborovirus lang in de stalomgeving aanwezig kan blijven, zijn reinigen en ontsmetten vaste onderdelen van de aanpak. Vaccinatie alleen haalt de infectiedruk op een bedrijf niet weg. “Bioveiligheid is belangrijk, zeker in de eerste drie weken van het koppel.” Met bijvoorbeeld een VIR-Check van GD kan worden gecontroleerd hoe effectief reiniging en ontsmetting zijn uitgevoerd.
Ook monitoring is cruciaal. Alleen afgaan op klinische verschijnselen is niet voldoende, omdat een Gumboro-infectie ook subklinisch kan verlopen. Via het opvolgingsprogramma van CEVA wordt de Gumboro-situatie op het bedrijf met monstername en laboratoriumonderzoek in kaart gebracht. Herreman: “Gumboro en de ziekte van Marek zijn twee van de belangrijkste immunosuppressieve ziekten bij vleeskuikens. Ze beïnvloeden de gezondheidsstatus van het koppel en de technische en economische resultaten. Inzicht is dus belangrijk.” Die opvolging geeft de pluimveehouder meer zicht op de infectiedruk en bescherming van het koppel en maakt het mogelijk om waar nodig gerichter bij te sturen.
Tekst: Marloes ten Oever
Beeld: Ceva

Samen werken aan een gezond varkensbedrijf
Ceva streeft er voortdurend naar om betere oplossingen te vinden voor dierziekten; waardoor de gezondheid, het welzijn en de productiviteit van de dieren worden verbeterd. Steeds meer is Ceva zich gaan richten op de preventieve diergeneeskunde, vooral met vaccins. In het kader van ziektepreventie is een goede diergeneeskundige bedrijfsbegeleiding zeer belangrijk. Daarom wil Ceva een totaalservice naar de dierenarts en varkenshouder aanbieden. Een sterke technische ondersteuning, de Biovac autovaccins en longonderzoek met het Ceva Long Programma maken deel uit van deze totaalservice.
Samen met de dierenarts probleemoplossend werken staat centraal.


