Sterke Erven Logo
Column

Column Hermen Vreugdenhil

'Een konijn uit de hoge hoed'

Column04 min
Hermen Vreugdenhil.
Het was een hilarisch gezicht. Opeens stond mijn tijdlijn vol met konijnen. Konijnen in de wei, voor het voerhek en konijnen die dartelden in het kalverhok. Een ludieke reactie op de plannen om in de Rotterdamse haven weer natuurvergunningen te verlenen door onder andere konijnen in te zetten in Natura 2000-duingebieden.

Het doet me denken aan de tijd dat ik nog weleens ging zeevissen op de Maasvlakte. Het barstte daar toen van de konijnen, terwijl op de achtergrond de zeeschepen af en aan voeren onder een grote zwarte rookwalm. De konijnen werden overigens fel achternagezeten door valkeniers om het graafwerk binnen de perken te houden, want de bouw van de olieterminals mocht er vooral geen last van hebben.

Natuurlijk zit er een serieuze ondertoon in dit verhaal. Konijnen spelen een belangrijke rol in het natuurbeheer. Ze houden de duinen open, zorgen voor verstuiving en een gezond duin-ecosysteem. Net als reeën en hazen houden ze het landschap open, zorgen ze voor variatie in begroeiing en houden ze vegetatie kort, wat open plekken creëert die gunstig zijn voor insecten. Goed nieuws dus dat nu ook in de stikstofaanpak erkend wordt dat herstel van natuurlijke processen een belangrijke bijdrage levert aan het op gang brengen van vergunningverlening.

Ik denk dat menig boer en agrarisch natuurliefhebber meteen gekeken heeft welke maatregelen, die bijdragen aan het natuurherstel, hij zelf in zijn omgeving al neemt. De koeien die in de natuurgebieden grazen. De aanleg van voederhagen, waarmee mineralen en spoorelementen vanuit de diepere bodemlagen via de bladeren weer in het ecosysteem komen.

Natuurvriendelijke oevers, waarmee de rivierkreeften op een natuurlijke manier bestreden worden. Het begrazen van de binnendijken door runderen, waarmee de insectenpopulatie een enorme boost krijgt. Kruidenrijke graslanden en luzerne-klaverpercelen, waar bestuivers in gortdroge perioden massaal naartoe trekken om te overleven.

De ongelijkheid in behandeling tussen boeren en industrie steekt

Achter de hilariteit van de konijnenplaatjes in de stal zit natuurlijk een cynische, haast machteloze gedachte. Waarom kan de Rotterdamse haven opeens wél met onder andere de inzet van konijnen een vergunning krijgen, terwijl we allemaal weten hoe groot de milieudruk is en wat een enorme uitstoot daar geproduceerd wordt?

Waarom kan ASML wél een vergunning krijgen voor de bouw van een enorme campus, terwijl iets verderop boeren die volop willen verduurzamen en de plannen op de plank hebben liggen géén vergunning krijgen?

Waarom worden op Lelystad Airport zonder de benodigde natuurvergunning door Defensie de hangars alvast gebouwd, terwijl de discussies over de laagvliegroutes midden over ons meest kwetsbare natuurgebied nog gaande zijn? De ongelijkheid in behandeling tussen boeren en industrie steekt, en die ongelijkheid kreeg de afgelopen weken met het konijn weer een nieuw gezicht. Bij de konijnen af!

Maar laten we de positieve lijn vasthouden. Als de inzet van natuurinclusieve maatregelen die boeren nu al nemen en het beheer dat ze uitvoeren in en rondom de natuurgebieden voor hen óók zorgt dat ze weer een vergunning kunnen krijgen, is het niet alleen voor de industrie een konijn uit de hoge hoed. Moet je kijken wat er dan opeens mogelijk is, hoeveel positieve energie er loskomt en welke mooie samenwerkingen er van de grond komen!

Hermen Vreugdenhil is domeinleider landbouw bij Collectief Natuurinclusief. Ook is hij voormalig Statenlid in de provincie Noord-Brabant. Hij was ook ruim drie jaar lang directeur/regiocoördinator van agrarisch collectief Rivierenland.

Tekst:

Beeld: Ellen Meinen

Tags
AkkerbouwBiologischMelkveeAgrarisch natuurbeheerMaatschappijMinisterie landbouwNatura 2000Natuur & LandschapNatuurinclusiefOpinieRechtszakenRegelgevingStikstofemissieMOB
Sterke Erven West › Editie 2026-23
Lees meer in het vakblad
In Sterke Erven West lees je wat speelt in jouw sector, met kennis, verhalen en duiding voor de praktijk.