Nieuwe stikstofuitwerking geeft boeren ruimte en zekerheid: ‘Maar geen polonaise’

Na drie maanden onzekerheid, boerenprotesten en onderhandelingen (politiek vlak én met boerenorganisaties LTO en NAJK) stuurde D66-minister Jaimi van Essen dinsdagmiddag zijn langverwachte volgende stikstofbrief naar de Tweede Kamer. Daarin lijkt iets meer lucht te zitten voor boeren en ondernemers, al blijven de maatregelen fors.
Met de uitwerking wil de minister boeren, maar ook andere sectoren, meer helderheid bieden over de doelstellingen waar ze de komende jaren aan moeten voldoen, zodat ze plannen kunnen maken om die te bereiken. Daarnaast neemt hij maatregelen om de natuur te herstellen en weerbaarder te maken. Zoals bekend gaat de KDW uit de wet, en wordt die vervangen door emissiedoelstellingen voor stikstof. Daarmee krijgen boeren ook duidelijkheid over die doelstellingen, volgens de minister, want in het verleden is gebleken dat de KDW-omgevingswaarden kunnen veranderen.
De landbouw zal voor 2035 de ammoniakemissie met 42 tot 46 procent moeten verminderen ten opzichte van de uitstoot in 2019. Dat is een reductieopgave van 24,8 tot 27,0 kiloton. Daarvan is volgens het ministerie de helft, 13,1 kiloton ammoniak al gerealiseerd. Een deel daarvan komt van de verschillende uitkoopregelingen die al zijn gepasseerd, maar het ministerie kan desgevraagd niet aangeven hoe groot dat deel is. Aan de andere kant lopen de uitwerkingen van die uitkoopregelingen nog, en die zullen in de komende jaren voor nog meer kiloton reductie geven.
Zonering ‘motor van de aanpak’
De zoneringsmaatregelen rondom Natura 2000-gebieden, die minister Van Essen in juni heeft aangekondigt, gaat hij met de nieuwe uitwerking niet verzwakken. „Juist niet”, zegt hij. „De zonering is de motor van onze aanpak. Dit is de manier waarop we de doelen gaan halen.”
Wel benadrukt hij dat provincies in plaats van deze generieke maatregelen met eigen plannen kunnen komen. Zolang deze plannen geborgd dezelfde effecten hebben, en niet significant meer gaan kosten dan het budget voor generieke maatregelen, kunnen die plannen de plaats innemen van de generieke maatregelen. „Ik daag de provincies uit om dit te doen”, vertelt hij. „Zij hebben de gebiedskennis en in veel gevallen zijn ze, samen met boeren, al bezig met programma’s om dat te bereiken.”
Volgens hem creëert deze mogelijkheid voor een alternatief niet meer onzekerheid voor boeren. „Integendeel. Als ik bij boeren kom, vertellen zij juist vaak hoe ze bezig zijn met die gebiedsprogramma’s.”
Provincies hebben tot 1 september 2028 de tijd om een dergelijk programma in te dienen, dat dan door een groep van externe deskundigen zal worden beoordeeld op effectiviteit. Voor gebieden waarvoor er voor die tijd geen alternatief plan ligt, zullen de rijksregels gelden.
Rekenkundige ondergrens
Op 1 juli volgend jaar wil de regering een rekenkundige ondergrens (RKO) van 0,5 mol per hectare invoeren. Dat is eerder dan de datum die de minister in juni heeft gedeeld. „We hebben die datum kunnen vervroegen vanwege de zoneringsregeling.”
Om ruimte te bieden voor de RKO zal de regering ook natuurherstel aanpakken. Daarnaast neemt het ministerie een aantal zogeheten beheersmaatregelen, die moeten zorgen dat de stikstofuitstoot niet te veel groeit. Zo wil ze voorkomen dat veehouderijsectoren die nu niet begrensd zijn door productierechten, zoals geiten- en kalverhouderijen, verder groeien. Hoe ze dat gaat doen, wordt nog uitgewerkt. Daarnaast komt er een anti-cumulatiemaatregel; dit houdt in dat een bedrijf niet keer op keer een nieuw project kan beginnen dat onder de RKO blijft, maar waarbij al die projecten samen over die grens heen gaan.
LTO, NAJK ‘zullen nog steeds niet de polonaise lopen’
Als de minister gevraagd wordt of hij er met de boerenorganisaties is uitgekomen, vertelt hij dat ze het over veel punten nog niet eens zijn. „Maar het waren ook geen onderhandelingen. We hebben nooit de instemming van LTO en NAJK gevraagd, en ze zullen nu ook niet de polonaise lopen.”
Wel heeft Van Essen geluisterd naar de praktische bezwaren die de organisaties in hebben gebracht, en gekeken of en hoe die kunnen worden aangepakt. Zo wil de minister het plan om PAS-melders te legaliseren, dat NAJK samen met een juridisch bureau heeft opgesteld, zeker bekijken. „Als we samen met de jonge boeren een juridische route kunnen vinden om die groep te helpen, zullen we dat zeker doen.”
Maar andere maatregelen waar de boeren grote bezwaren over hebben, blijven staan. Aan de koppeling van ammoniaknormen aan fosfaatrechten, bijvoorbeeld, wil de minister, ondanks grote bezwaren uit de sector, niet tornen.
Ondersteuning: innoveren, extensiveren, omschakelen, verplaatsen of stoppen
In een extra Kamerbrief zet het kabinet uiteen hoe boeren worden ondersteund. De Wageningen Social & Economic Research (WSER) deed in opdracht van het ministerie van LVVN een onderzoek waarop de ondersteuning is gebaseerd. Er komt 1,7 miljard euro voor stal- en managementmaatregelen, waarvan 164 miljoen euro vanaf 2027 tot en met 2030 om managementmaatregelen in de melkveehouderij te belonen en 60 miljoen euro voor advies, praktijknetwerken en demobedrijven. Ook de keten moet meebetalen, zodat boeren beloond worden voor de waarde die zij toevoegen, vindt het kabinet.
„Uitgangspunt daarbij is dat we agrarische ondernemers geen bedrijfs- of verdienmodel gaan voorschrijven, maar ondersteunen bij het ontwikkelperspectief dat de ondernemer kiest voor het bedrijf. Niet elke richting is passend voor elke ondernemer of elk bedrijf. Het ontwikkelperspectief zal bestaan uit (een combinatie van) innoveren, extensiveren, omschakelen, verplaatsen of stoppen", schrijft Van Essen in die brief aan de Tweede Kamer. „Het kabinet staat naast de boeren om hen te helpen de eigen richting te bepalen. We zorgen ervoor dat er voldoende capaciteit beschikbaar blijft om ondernemers van advies te voorzien en bieden voldoende mogelijkheden voor (financiële) ondersteuning. Het kabinet heeft daarbij ook oog voor mogelijke negatieve gevolgen voor de agrarische sector en de werkgelegenheid en zal er alles aan doen om deze gevolgen zoveel mogelijk te beperken."
Ook fiscaal wil het kabinet de boeren een handje gaan helpen. „In de Fiscale Verzamelwet 2028 wordt een maatregel uitgewerkt die het knelpunt bij gronduitwisseling tussen agrariërs en de toepassing van de BOR wegneemt. Het kabinet verwacht dat deze maatregel gronduitwisseling zal stimuleren. Het kabinet beziet ook hoe vergelijkbare knelpunten in de toepassing van de Landbouwvrijstelling kunnen worden opgelost', schrijft het kabinet. 'Er komt ook een fiscale investeringsfaciliteit dier en klimaat, waarmee agrariërs tot 2035 worden ondersteund bij het doen van investeringen in dierenwelzijn en natuurherstel waaronder ook maatregelen ten behoeve van de stikstofopgave. Over de inzet van fiscale maatregelen zal het kabinet een besluit nemen in het kader van de Voorjaarsnota 2027. Het kabinet stelt nu reeds 5 miljoen euro euro in 2027 en daarna 10 miljoen euro structureel beschikbaar."
Ook voor mestverwerking komt er extra geld. In totaal is er voor de stimulering van mestverwerking (waaronder Renure), het opstarten van mestvergistingsinitiatieven en emissiearme aanwendingstechnieken van meststoffen (tevens onderdeel van het stikstofpakket) tot en met 2030 circa 160 miljoen euro beschikbaar.
Boeren in de zonering
Ondernemers in de zones die willen extensiveren en omschakelen kunnen daarvoor gebruik maken van bestaande instrumenten maar krijgen ook toegang tot een nieuw instrument dat speciaal voor hen wordt ontwikkeld: de Regeling extensieve landbouw in zones (ELZ-regeling). „We gaan bij deze regeling uit van meerjarige premies, ondersteuning bij omschakeling of eenmalige afwaardering van landbouwgronden. Daarnaast kan het bestaande Investeringsfonds Duurzame Landbouw (IDL) worden benut, dat we met 43 miljoen euro aanvullen. Ik verwacht uiterlijk 1 juni 2027 de invulling van deze regeling met uw Kamer te delen. In de zones is biologische landbouw een voorbeeld, maar niet de norm. Ook andere extensieve vormen van de landbouw blijven mogelijk", schrijft Van Essen. Ondernemers die hun bedrijf naar een locatie buiten de zone willen verplaatsen worden geholpen met een nieuwe landelijke verplaatsingsregeling.
Ketenpartijen
De keten moet dus ook leveren, vindt Van Essen. „Daarom maak ik voor 1 april 2027 heldere afspraken met ketenpartijen over het vergroten van de afzet van duurzaam geproduceerd voedsel, het aanbod in de winkel en de aansluiting tussen private en publieke doelsturing. Ik verwacht dat ketenpartijen bereid zijn om een extra inspanning te leveren, maar heb daarbij oog voor het risico van vrijblijvendheid. Daarom zijn de afspraken die ik beoog bindend en kijk ik ook naar de eventuele verplichtingen voor deze partijen."
Innovatie
Het kabinet ziet een aantal opties voor stalinnovaties. „Enkele voorbeelden van maatregelen die de afgelopen jaren beschikbaar zijn gekomen zijn HA1.35 (Cow Toilet), HA1.34 (V1 Groove) voor melkvee, AP2.6 (ASPRA Agro), AP100.6 (ECO Air Care) voor pluimvee (per 1 oktober 2026) en HA1.38 (Lely Sphere)", schrijft het kabinet. „Daar waar passend zullen bestaande systemen herbeoordeeld worden zodat veehouders ze kunnen blijven gebruiken om te voldoen aan de vast te stellen bedrijfsemissienormen. Voor dit traject zijn metingen nodig. De noodzakelijke metingen worden in de eerste helft van 2027 opgestart. In overleg met de sector wordt dit in 2026 verder uitgewerkt. Als leveranciers hier ondersteuning bij nodig hebben zal bezien worden hoe dit gefaciliteerd kan worden. In overleg met sectorpartijen wordt bezien of extra capaciteit en budget nodig is."
NAJK: Fundamentele aanpassingen stikstofplan brengen haalbaarheid binnen bereik, maar grote opgaven blijven
Het Nederlands Agrarisch Jongeren Kontakt (NAJK) blijft zeer kritisch op het vandaag gepresenteerde stikstofpakket van het kabinet. Hoewel de plannen na maandenlange intensieve gesprekken op fundamentele punten zijn verbeterd, blijft de uitwerking cruciaal om daadwerkelijk te voldoen aan de eisen van NAJK. 'Het blijft een gigantisch ingrijpend pakket dat een enorme opgave neerlegt bij jonge boeren en tuinders', stelt NAJK in een eerste reactie. 'Ondanks deze belangrijke stappen moet de verdere uitwerking uitwijzen of de maatregelen in de praktijk daadwerkelijk haalbaar, betaalbaar en uitvoerbaar zijn en jonge boeren en tuinders rechtszekerheid bieden. Belangrijk is dat NAJK continu verbeteringen heeft aangedragen, maar niet tot een akkoord is gekomen met het kabinet.'
'Jonge boeren en tuinders zijn bereid hun verantwoordelijkheid te nemen, maar niet tegen elke prijs. NAJK heeft daarom de afgelopen maanden concrete voorstellen aangedragen om de kabinetsplannen binnen de gestelde doelstellingen fundamenteel te verbeteren. Die inzet heeft op cruciale onderdelen tot noodzakelijke aanpassingen geleid voor de achterban van NAJK', schrijft NAJK verder.
Dankzij de inzet van NAJK is er concreet perspectief ontstaan op legalisatie van PAS-melders en interimmers, vindt de organisatie voor jonge boeren. 'NAJK is zich altijd blijven inzetten voor deze ondernemers. Daarnaast ligt er een helder tijdspad richting vergunningverlening en is bij de zonering meer ruimte gecreëerd voor een gebiedsgerichte aanpak. Voor grondgebondenheid wordt samen met NAJK de komende maanden een alternatief uitgewerkt.'
Daarnaast heeft het kabinet bij het vaststellen van haalbare normen duidelijk gesteld dat ondernemers niet aan het onmogelijke kunnen worden gehouden. 'De overheid moet daarin vergunningverlening, voldoende erkende maatregelen en voldoende financiële ondersteuning faciliteren. Zonder deze randvoorwaarden kunnen jonge boeren en tuinders niet aan onhaalbare normen worden gehouden. Maar daarmee zijn de problemen niet opgelost. Op belangrijke onderdelen moeten de plannen de komende periode nog verder worden uitgewerkt, voordat ze kunnen worden omgezet naar wet- en regelgeving. Juist die verdere uitwerking is cruciaal.'
„We hebben de afgelopen maanden stevig ingezet op noodzakelijke verbeteringen. Die zijn er op belangrijke punten gekomen, maar daarmee zijn we er nog lang niet. Het blijft een keihard pakket met grote impact op jonge boeren. Het kabinet moet nu laten zien dat de toezeggingen ook daadwerkelijk worden waargemaakt. Jonge boeren en tuinders hebben niets aan plannen waar ze op het erf niet mee uit de voeten kunnen”, aldus NAJK-voorzitter Gerben Boom.
Inzet en uitkomsten van de gesprekken
- Legalisatie: belangrijke doorbraak voor PAS-melders en interimmers
De inzet van NAJK heeft een belangrijke doorbraak opgeleverd voor PAS-melders en interimmers, meldt de organisatie in het eigen bericht. 'Het kabinet wil zo snel mogelijk een hedendaags referentiemoment invoeren. Dit betreft een moment in het verleden, waarbij de daadwerkelijk al fysiek aanwezige dieren (in het verleden) zullen gelden als referentie voor een vergunning voor specifiek PAS-melders en interimmers. Die emissies zitten immers als in de monitoring. Juridisch onderzoek van advocatenkantoor Stibbe, in opdracht van IPO en NAJK, ondersteunt deze route. De verdere uitwerking moet ervoor zorgen dat ondernemers eindelijk een natuurvergunning krijgen voor hun huidige bedrijfsomvang. Zo ontstaat na jaren van onzekerheid weer ruimte om te investeren, verduurzamen en het bedrijf door te ontwikkelen.' - Zonering: van generieke beperkingen naar gebiedsgericht maatwerk
De inzet van NAJK heeft geleid tot een belangrijke verbetering van de voorgestelde zonering rondom Natura 2000-gebieden. 'In plaats van een vaste zone van 500 tot 1.000 meter krijgen provincies nu de mogelijkheid om via een omwisselbesluit gebiedsgericht maatwerk toe te passen. Dit maakt het mogelijk om af te stappen van de vaste afstanden en echt te kijken naar wat het gebied nodig heeft. NAJK erkent de grote opgave van een gebiedsgerichte aanpak, maar benadrukt dat de verdere uitwerking in nauwe samenwerking met provincies zal moeten plaatsvinden. Zonering blijft ingrijpend en mag volgens NAJK alleen plaatsvinden waar dit strikt noodzakelijk is voor vergunningverlening. Een doorn in het oog van NAJK zijn de voorgestelde instructieregels die grote gevolgen kunnen hebben voor agrarische bedrijven. Uitvoerings- en proportionaliteitstoetsen moeten uitwijzen of deze eisen werkbaar zijn en jonge boeren en tuinders voldoende toekomstperspectief bieden.' - Haalbaarheid van normen: belangrijke stappen, maar bewijs moet nog volgen
De inzet van NAJK heeft geleid tot belangrijke verbeteringen in de uitwerking van de emissienormen. 'Zo komt er een haalbaarheidstoets op de stapeling van normen, worden eerder afgekeurde emissiearme stalvloeren opnieuw beoordeeld en worden de mogelijkheden voor doelsturing op ammoniakemissies uit het veld verder onderzocht. Ook de eerder voorgestelde generieke korting blijkt overbodig. De hoogte van de normen blijft echter een groot aandachtspunt. Voor NAJK is de uitkomst van de haalbaarheidstoets cruciaal. Jonge boeren en tuinders moeten de gestelde doelen met beschikbare en betaalbare maatregelen daadwerkelijk kunnen halen. De haalbaarheidstoets en het onderstreepte feit dat ondernemers niet aan de normen gehouden kunnen worden als de overheid niet levert op vergunningverlening, ondersteuning en het borgen van voldoende erkende maatregelen is cruciaal om te voorkomen dat jonge boeren en tuinders worden geconfronteerd met verplichtingen die in de praktijk niet haalbaar of betaalbaar zijn.' - Grondgebondenheid: forse zorgen blijven, NAJK zet alles op alles voor aanpassing
De voorgestelde invulling van grondgebondenheid blijft voor NAJK een belangrijk aandachtspunt. 'De norm van 2,6 GVE per hectare, de afstandsgrens van 25 kilometer en de eis van 85 procent grasland en rustgewassen zullen in de huidige vorm grote gevolgen hebben voor jonge melkveehouders, die op de huidige grondmarkt nauwelijks mogelijkheden hebben om extra grond te verwerven. Er is ruimte om de komende drie maanden met NAJK een alternatief plan neer te leggen, om grondgebondenheid praktisch, werkbaar en effectief in te richten. Komende tijd zetten wij alles op alles om in dit proces betere aansluiting bij de praktijk van jonge boeren te realiseren. Als na dit proces een wezenlijk alternatief niet in plaats van de huidige invulling wordt overgenomen trekt NAJK alsnog haar conclusies.' - Ondersteuning: belangrijke verbeteringen, verdere uitwerking blijft cruciaal
De inzet van NAJK heeft ook op het gebied van financiële ondersteuning belangrijke verbeteringen opgeleverd. 'Zo komen er afspraken om bedrijfsverplaatsingen beter te faciliteren en wordt onderzoek gedaan naar fiscale regelingen, waaronder de Tante Agaath-regeling, uitbreiding van de VAMIL en herinvoering van de vijfjaarsmiddelingsregeling en wordt hier structureel 10 miljoen euro per jaar voor vrijgemaakt. Ook is meer duidelijkheid gekomen over de inzet van beschikbare middelen. Voor NAJK blijft de verdere uitwerking cruciaal. Jonge boeren en tuinders moeten vooraf weten op welke ondersteuning zij kunnen rekenen en welke kosten zij zelf moeten dragen.'
NAJK blijft zich de komende periode onverminderd inzetten voor de invoering van de noodzakelijke onderdelen binnen de stikstofplannen. 'Daarbij blijven we druk zetten op een concrete legalisatieroute, haalbare en betaalbare normen, voldoende financiële ondersteuning en een werkbare uitwerking van zonering en grondgebondenheid. Dit doen we in de vervolggesprekken met de betrokken ministers en via onze inzet richting de Tweede Kamer.'
„Ons doel blijft onveranderd: beleid dat jonge boeren en tuinders niet vastzet, maar daadwerkelijk perspectief biedt. Daar blijven we ons hard voor maken”, aldus Boom, voorzitter van NAJK.
„Na maandenlange moeizame gesprekken ligt er een herzien stikstofpakket dat op belangrijke onderdelen minder slecht is dan de hoofdlijnenbrief van 26 juni. Maar dat nog lang niet goed genoeg is.” Dat is de reactie van LTO-voorzitter Ger Koopmans op de stikstofbrieven die minister Van Essen vandaag naar de Tweede Kamer stuurde.
Koopmans: „Er zijn stappen gezet op het gebied van zonering, grondgebondenheid, financiële ondersteuning en vergunningverlening. Op belangrijke onderdelen is dit pakket minder slecht dan de eerdere hoofdlijnenbrief. Tegelijkertijd zijn een aantal van onze fundamentele bezwaren nog niet of onvoldoende aangepast. Daarover gaan we nog heel pittige en intensieve gesprekken met het kabinet en de Kamers voeren. De onzekerheid waar boeren de voorbije maanden in leefden, is met deze nieuwe brieven niet weggenomen. Daar moét het kabinet echt zo snel mogelijk verandering in brengen. Zonder zekerheid is er ook geen perspectief.”
Belangrijke randvoorwaarden om tot een effectieve stikstofaanpak te komen, zijn nog steeds niet ingevuld. Het is wat LTO betreft onacceptabel dat het kabinet nog steeds geen dashboard heeft waarmee inzichtelijk wordt gemaakt wat de totale reductieopgave is en hoeveel reductie sinds 2019 al is gerealiseerd (landelijk, sectoraal, provinciaal en per Natura 2000-gebied). Wel zegt het kabinet nu toe om dit dashboard met prioriteit te ontwikkelen. Doordat deze randvoorwaarde nog niet is ingevuld, weten boeren nog steeds niet hoeveel stikstofuitstoot zij waar moeten reduceren. Koopmans: „Daar ben ik helder over: zolang deze informatie niet in beeld is, zal LTO sowieso niet instemmen met de voorgestelde normeringen.”
Een andere randvoorwaarde gaat over ‘wederkerigheid’: boeren willen stappen zetten op de verdere verduurzaming van hun bedrijfsvoering, maar moeten die stappen ook kunnen zetten, vindt LTO. Als de mogelijkheden daarvoor niet tijdig loskomen, kunnen boeren niet afgerekend worden op hun resultaat. Koopmans: „Terecht noemt het kabinet daarbij in deze Kamerbrief een harde grens: ‘De boer is niet aan het onmogelijke gehouden. Het spreekt dan ook voor zich dat het kabinet aan de lat staat om samen met de medeoverheden de juridische en overige uitvoeringscondities op orde te hebben’. Voor LTO is de die zin niet-onderhandelbaar: als het kabinet niet ruim op tijd over de brug komt op het gebied van vergunningverlening, instrumenten (= het hele Trappetje van Remkes) en financiële ondersteuning, dan kunnen boeren er niet aan gehouden worden om de doelen in 2035 te realiseren. Punt.”
Minder slecht, maar nog niet goed genoeg
In de stikstofaanpak zitten nog steeds structuurmaatregelen die weinig of niets met emissiereductie te maken hebben. Dat geldt met name voor de maatregelen rondom grondgebondenheid. Die komen neer op een platte (regionale) krimpopgave zonder dat het bijdraagt aan de stikstofdoelen. Koopmans: „Voor LTO is dat onacceptabel. Het kabinet kondigt nu aan dat ze alsnog gaat onderzoeken of grondgebondenheid ook via doelsturing ingevuld kan worden. Dat proces gaan wij maximaal beïnvloeden, zodat het realistisch en haalbaar is. Voor LTO is het een voorwaarde dat het beleid stuurt op doelen en niet op dit soort vergaande middelen.”
Op onderdelen ziet het pakket er minder slecht uit dan het hoofdlijnenpakket van 26 juni. Bijvoorbeeld als het gaat om het juridisch kader. Invoering van de Rekenkundige ondergrens (RKO) wordt vervroegd naar 1 juli 2027. En provincies moeten additionaliteit versneld onderbouwen. Dat is een randvoorwaarde voor vergunningverlening, en moet nu gereed komen in 2027. Tegelijkertijd moet ook daar nog veel worden uitgewerkt. PAS-melders en andere agrariërs die in een vergunnings-onzekere situatie verkeren, krijgen nog steeds geen absolute duidelijkheid over het tijdpad van vergunningverlening.
Op het vlak van grondgebondenheid zijn enkele verbeteringen doorgevoerd. De 85%-eis voor gras of rustgewassen op zand en löss komt te vervallen. De randvoorwaarden voor gras- of rustgewasverplichting worden nader uitgewerkt in combinatie met doelsturing. Op het vlak van bedrijfsemissienormen worden goede processtappen gezet ten aan van vloeren, voorwaarden, veldemissies en investeringsregelingen.
Zonering
Provincies krijgen een nog belangrijkere rol bij de uitwerking en aanwijzing van de zonering. Zij krijgen ook meer tijd voor het uitwerken van de zogenaamde ‘omwisselbeslissingen’ (= meer maatwerk via gebiedsprocessen als alternatief voor generieke instructieregels).
In de vandaag gepubliceerde Kamerbrieven heeft de minister wel zeer zware concept-instructieregels opgenomen. Deze worden vervangen als de ‘omwisselbeslissingen’ worden goedgekeurd. Een voorbeeld van een rigide eis is 1,5 GVE per hectare, die dan weliswaar niet geldt voor individuele bedrijven, maar voor alle grond binnen de zone in totaliteit. Door deze concept-instructieregels vast te leggen, worden zij doorrekenbaar. Hiermee wordt het risico van een generieke korting ondervangen. Koopmans: „Dat het risico van een generieke korting hiermee van tafel gaat, is een verbetering voor de hele sector. Tegelijkertijd zet LTO erop in om die instructieregels zelf ook werkbaarder en haalbaarder te maken.”
'De bekendmaking van welke gebieden alsnog uit de zonering worden gehaald, omdat die gebieden niet stikstofgevoelig zijn of omdat de depositie daar al onder de KDW zit, heeft het kabinet uitgesteld tot december. De inzet van LTO is dat alle gebieden waar stikstof geen dominante drukfactor is uit de begrenzing worden gehaald worden, waarbij de zones zo klein mogelijk moeten worden op basis van provinciaal maatwerk. En fundamenteel: generieke zonering met bijbehorende maatregelen, zoals nu in de brieven staat, mag nooit een doel op zich zijn. Het doel moet zijn: lokaal maatwerk ter onderbouwing van additionaliteit, natuurverbetering en vergunningverlening. De regionale LTO-organisaties LTO Noord, ZLTO en LLTB geven er alle prioriteit aan om deze benaderingswijze met lokaal precisiewerk in te vullen, zonder Haagse middelvoorschriften', schrijft LTO.
Positie LTO
'Het kabinet heeft niet met LTO onderhandeld. We hebben met maximale inzet verbetervoorstellen op tafel gelegd. Onze gesprekken met het kabinet betekenen dus niet dat er steun, begrip of draagvlak is voor een aantal keuzes in deze plannen', benadrukt LTO.
Koopmans: „We hebben niet met de plannen ingestemd en we zijn niet van tafel gelopen. We doen er alles aan om de plannen te blijven verbeteren. LTO richt zich voor de behandeling van de stikstofbrieven en het wetsvoorstel nu eerst op de Tweede en Eerste Kamer om noodzakelijke verbeteringen en invullingen aan te brengen, zodat de onnodig grote kaalslag die dreigt voor het platteland maximaal verkleind gaat worden.”
Wim van Gruisen
Zoon van een Zuid-Limburgse pluimveehouder met eigen slachterij, geschoold als econoom. Sinds 2011 in dienst van Agrio, waar hij artikelen schrijft voor de regio- en vakbladen en de Agrio-websites. Zijn focus lag aanvankelijk op landbouweconomie, tegenwoordig vooral op de Haagse en Brusselse politiek.
Guus Daamen
Als zoon van een fruitteler opgegroeid tussen de appelbomen in Gelderland. Tijdens mijn master Journalistiek aan de Vrije Universiteit in Amsterdam mij verder gespecialiseerd in politiek. Schrijft voor Agrio voornamelijk over Politiek en Beleid. Luistert, vraagt en onderzoekt. Andere passie: sport.
Beeld: Ellen Meinen
