Sterke Erven Logo

Stikstofbrief levert akkerbouw kopzorgen maar ook vooral veel vraagtekens op

05 min
De stikstofbrief bevat maatregelen voor bemesting, rotatie en zonering die ook de akkerbouw raken. Over de precieze uitwerking bestaan nog veel vragen.
Beeld ter illDe stikstofbrief bevat maatregelen voor bemesting, rotatie en zonering die ook de akkerbouw raken. Over de precieze uitwerking bestaan nog veel vragen.ustratie.
Wat betekent de extensivering van de veehouderij voor de druk op grond? Wat betekenen de nieuwe normen voor de beschikbaarheid van grond voor mest? Hoeveel impact heeft de beperking van bemesting in grondwaterbeschermingsgebieden, beekdalen en stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden? De stikstofbrief van landbouwminister Van Essen gaat ook in de akkerbouw voor impact zorgen, maar vooralsnog blijft de sector vooral met veel vragen zitten.

De stikstofbrief van dinsdag stelt veel maatregelen voor om stikstofuitstoot te beperken en daarmee natuur te verbeteren en vergunningverlening voor onder andere de bouw los te trekken. Maatregelen zijn primair gericht op de veehouderij en de impact zal daar ook het grootst zijn. Toch wordt er ook gesproken over maatregelen die beperkingen geven op het gebied van nutriënten en gewasbescherming binnen de plantaardige sectoren.

Met name voor ondernemers langs beekdalen en in grondwaterbeschermingsgebieden kunnen zoneringsmaatregelen een behoorlijke impact hebben. De minister heeft een set aan generieke maatregelen voor ogen, maar stelt in de stikstofbrieven ook een maatwerkaanpak voor ‘het in stand houden van habitat- en vogelrichtlijnsoorten’ en ‘verbetering van habitattypen’. De provincies krijgen voor de gebiedsaanpak het voortouw. De opgave voor uitwerking en programmering van stikstofmaatregelen binnen de zones zal dus op de provinciehuizen komen te liggen.

Naast de zones rond Natura 2000-gebieden voorziet Van Essen aanvullende inzet voor beekdalen en grondwaterbeschermingsgebieden. Ook deze maatregelen voor emissiereductie moeten nog vorm krijgen, maar zullen impact gaan hebben, omdat de akkerbouw in die gebieden doorgaans sterk vertegenwoordigd is.

Generieke maatregelen

Van Essen schrijft in zijn brief dat bemesting een belangrijk aandachtspunt is en dat de regels ook betrekking hebben op plantaardige open teelten. Zo gaat er een maximale totale stikstofgebruiksnorm van 170 kilogram stikstof per hectare per jaar gelden. Er worden stikstofvrije stroken van 5 meter langs beken ingesteld. Daarnaast komt er een verplichte gewasrotatie van 1 op 3 met een bijbehorende lijst rustgewassen. ‘Aanscherping van de verplichte rotatie draagt bij aan verbetering waterkwaliteit door verminderde uitspoeling van nitraat en fosfor’, staat in de brief.

Mochten provincies niet met goede gebiedsplannen komen, dan wordt er een norm voor de veehouderij van 1,5 grootvee-eenheden per hectare ingevoerd. Een extensivering van de veehouderij om de stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden te verlagen, is in ieder geval de inzet. Naast het eventueel inkrimpen van het aantal stuks vee zal dit ook gevolgen hebben voor de druk op grond, omdat melkveebedrijven simpelweg meer land nodig hebben om de bedrijfsvoering rond te krijgen. Bovendien betekent minder vee ook minder mest en is de verwachting dat dit lokale samenwerking tussen veehouderijen en akkerbouwers gaat raken.

Invulling grondgebondenheid onduidelijk

Het kabinet stuurt nog een wetsvoorstel voor invoering van een stelsel van grondgebondenheid naar de Tweede Kamer. Hierin worden ook de resultaten van de consultatie en van het traject over de alternatieve invulling met de sector gewogen en verwerkt. Dit proces wordt vanaf november 2026 voor vier maanden voortgezet om een alternatieve invulling te bezien, met name op de invulling van de voorwaarden aan de samenwerkingsovereenkomsten en de gras- en rustgewassenverplichting.

Ook het beperken van grondwateronttrekkingen wordt in de Kamerbrief genoemd als mogelijke maatregel binnen de verschillende zoneringen. Een concrete invulling ontbreekt vooralsnog.

Aanpak van gewasbescherming in convenantstraject

Het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen wordt wel genoemd in de brief van Van Essen, alleen wordt voor de uitwerking gewezen op het Convenant toekomstige gewasbescherming waar nu aan wordt gewerkt. Het terugdringen van middelen zal een bijdrage moeten leveren aan het behalen van gewenste ecologische effecten en de bijdrage aan de natuurherstelopgave.

Belangenbehartiger LTO voorziet een grote impact op plantaardige sectoren. De uitwerking en invoering van de zoneringsaanpak ligt bij de provincies, maar zodra duidelijk is waar de zones komen, zal dit beperkingen opleveren voor het gebruik van nutriënten en gewasbescherming.

Voorzitter Tineke de Vries van de vakgroep Akkerbouw binnen LTO heeft vooral veel vragen. „Grote verrassingen zijn er niet, maar er blijft nog wel heel veel onduidelijk. Het is een stapeling van zaken waar we niet van weten hoe die in de praktijk gaan uitwerken. De provincies hebben anderhalf tot twee jaar tijd om plannen te maken. Veel hangt samen met hoe extensief de veehouderij moet worden. Van Essen geeft een aantal stokken achter de deur, alle maatregelen grijpen in elkaar. En dat het er niet beter op wordt, vooral in de grondwaterbeschermingsgebieden, beekdalen en rondom Natura 2000-gebieden, was al duidelijk. Wij blijven vooral met veel vraagtekens achter.”

Zorgen, maar landbouw moet meebewegen

De vakgroepvoorzitter denkt dat de voorgestelde route er uiteindelijk wel voor gaat zorgen dat vergunningverlening weer op gang komt. „Althans, dat is ten minste wel wat je hoopt. We staan nu al zeven jaar stil.” De uitwerking en de impact voor de plantaardige sectoren baren LTO wel zorgen. „Ondertussen hebben we als landbouw ook al niet zoveel vrienden meer. Heel veel andere sectoren willen los en zijn de boeren inmiddels ook wel zat. Er is dus ook druk van de andere kant om stappen te zetten, en geeft ze eens ongelijk. Het draait niet alleen om de landbouw.”

De zorgen moeten in de ogen van De Vries daarom vooral leiden tot een constructieve bijdrage om ervoor te zorgen dat individuele bedrijven voldoende perspectief hebben. Zo komt op dit moment circa 40 procent van de gewassen boven de voorgestelde stikstofgebruiksnorm van 170 kilogram per hectare uit. De exacte impact verschilt per gewas en grondsoort, maar het voorstel zal grote gevolgen hebben op het gebied van opbrengst en kwaliteit. „Voor de komende tijd betekent dit dat wij, waar we dat kunnen, onze invloed zullen uitoefenen op de processen binnen de provincies. Het proces binnen het Convenant gewasbescherming wordt ook cruciaal. Daar werken we hard aan.”

Beeld: Ruth van Schriek

Tags
AkkerbouwBelangenbehartigingDierlijke mestGrondwaterKringlooplandbouwNatura 2000OppervlaktewaterPolitiekRegelgevingSpuitvrije zonesJaimi van Essen