Meeste melkveehouders streven naar ureumgetal tussen 16 en 20

Op de vraag naar welk ureumgetal in de melk streef jij, laat bijna een op de vijf melkveehouders (19 procent) weten naar een ureumgetal te streven dat tussen 21 en 25 ligt. Iets meer dan een op de tien (11 procent) wil een ureumgetal tussen 11 en 15. Een kleine meerderheid (3 procent) geeft aan dat hij of zij niet op het ureumgetal.
Overmaat ruw eiwit
Het ureumgetal in de melk is een maat voor de stikstofbenutting van de koeien. In combinatie met het eiwitgehalte geeft het kengetal de verhouding weer tussen eiwit en energie in het rantsoen. Lagere ureumgehalten kunnen een negatief effect hebben op de melkeiwitproductie. Een hoger ureumgetal kan juist duiden op een overmaat aan ruw eiwit in het rantsoen. Is in dat geval het melkeiwit laag, dan benut de koe het voereiwit onvoldoende. De hoeveel ruw eiwit in het rantsoen is dan te hoog en het aandeel koolhydraten te laag.
Door wisselingen van het rantsoen als gevolg van verschillen in de kwaliteit van vers gras, de grasopname en uiteenlopende weersomstandigheden varieert het ureumgetal gedurende het weideseizoen. Bijsturen kan met behulp van het aandeel snijmaïs in het rantsoen en/of de hoeveel eiwit dat via het krachtvoer wordt verstrekt.
Stefan Buning
Geboren en getogen op een melkveebedrijf in de Achterhoek. Sinds 1998 werkzaam als redacteur bij Agrio. Als chef Melkvee is hij samen met zijn team verantwoordelijk voor het kritisch volgen van alles wat er in en om de melkveehouderij in Nederland gebeurt.
Beeld: Susan Rexwinkel



