Sterke Erven Logo

Vanaf 1 november tegemoetkoming faunaschade berekend op basis van KWIN

03 min
De KWIN-prijs van het gewas wordt vanaf 1 november 2025 leidend bij het vaststellen van een tegemoetkoming van faunaschade. Dat is de basisregel, meldt BIJ12. De KWIN-normprijzen (Kwantitatieve Informatie akkerbouw en vollegrondsgroenten) stelt Wageningen University & Research jaarlijks vast. Naast de KWIN-prijs is de standaardopbrengst van een gewas bepalend voor de tegemoetkoming.

Voorheen werd bij sommige schadeberekeningen nog afgeweken van de KWIN, door uit te gaan van de afgesproken gewasprijs in een contract tussen een grondgebruiker en een afnemer. Deze uitzondering komt volgens BIJ12 nu te vervallen (voor de provincie Overijssel geldt daarop wel een uitzondering). ‘Deze aanpassing maakt de prijsbepaling eenduidiger, eerlijker en transparanter. Voor deze gewassen worden nu de dezelfde prijzen aangehouden’, aldus BIJ12.

Als er geen KWIN-prijs beschikbaar is (dit geldt bijvoorbeeld voor gras en hardfruit), dan stelt BIJ12 de prijs vast. Voor bijzondere teelten waar geen KWIN of andere algemene marktinformatie voor is, bepaalt een taxateur de prijs op basis van de best beschikbare informatie. Een contract kan hierbij als onderbouwing dienen.

Preventieve maatregelen

Om in aanmerking te komen voor een tegemoetkoming, wordt van een grondgebruiker verwacht dat hij preventieve maatregelen uit de Faunaschade PreventieKit (FPK) neemt. Welke preventieve maatregelen genomen moeten worden, wordt bepaald door de standaardopbrengst van een gewas. Gewassen worden op basis van hun standaardopbrengst ingedeeld in drie categorieën: laag, midden en hoog. ‘Bij hoog en midden salderende gewassen zijn minimaal twee preventieve maatregelen verplicht om in aanmerking te komen voor een tegemoetkoming in faunaschade. Om schade door zoogdieren aan gewassen met een hoge standaardopbrengst te voorkomen wordt een deugdelijk raster vereist’, schrijft BIJ12.

Voor laagsalderende gewassen binnen de kwetsbare periode moeten ook minimaal twee effectieve maatregelen worden genomen om voor een tegemoetkoming in aanmerking te komen. Dat geldt onder andere voor graan (vanaf het zaaimoment tot de fase van aarvorming), maïs (tot vorming van het 5de bladstadium) en net ingezaaid grasland (tot zes maanden na inzaai). Een uitzondering op bovenstaande regels is dat er voor de provincie Zeeland bij laag salderende gewassen met kwetsbare periode maar één preventieve maatregel gevraagd wordt.

Beeld: Ellen Meinen

Bron: BIJ12

Tags
AkkerbouwBiologischMelkveeVarkensPluimveeRegelgevingPolitiekOpinie