Stikstofbrief zet melkveehouderij voor zware opgaven

Nederland moet van het slot en het is aan de melkveehouderij om de sleutel om te draaien. De landbouw in zijn geheel en de melkveehouderij in het bijzonder krijgen te maken met zware maatregelen, die stevig ingrijpen op het boerenerf.
Strenge norm stikstofemissie, 0,164 kilogram ammoniak per fosfaatrecht
Op verzoek van de boeren en zoals afgesproken in het regeerakkoord kiest de minister in zijn aanpak voor het instellen van doelsturing met afrekenbare emissienormen in 2035. Waar de minister in zijn verdere aanpak over veel dingen nog wil overleggen met derden acht hij dat bij het vaststellen van een norm voor de maximale stikstofemissie per melkveebedrijf niet nodig. ‘Voor de melkveehouderij stelt het kabinet deze vast op basis van wat technisch mogelijk is met stal- en managementmaatregelen’, zo staat in de brief beschreven. De minister komt daarmee uit op een norm van 0,164 kilogram ammoniak per fosfaatrecht. Een uitdagende opgave aldus een gerenommeerde bedrijfsadviseur in de melkveehouderij. „Dat gaan we met alleen managementmaatregelen niet redden”, stelt hij.
Deze norm heeft overigens alleen betrekking op emissies uit stallen en opslag. Veldemissies worden teruggedrongen door aanscherping van middelenvoorschriften, valt in de brief te lezen.
Alle melkveehouders terug naar 2,6 grootvee-eenheden (GVE) per hectare
Tegelijkertijd erkent de minister dat niet de hele landbouwopgave via het verlagen van emissies op bedrijven kan worden gerealiseerd. Het kabinet vult de restopgave in met extensivering, vrijwillige beëindiging en afroming van dier- en fosfaatrechten bij overdracht buiten familieverband. Tegelijkertijd introduceert het kabinet een norm voor grondgebondenheid in de melkveehouderij van 2,6 GVE per hectare oftewel 0,385 hectare per GVE, als eindnorm in 2035. Om aan die norm te voldoen, kunnen melkveehouders gebruikmaken van samenwerkingsovereenkomsten met akkerbouwers binnen een straal van 25 kilometer. Voor melkveehouders in uitspoelingsgevoelige gebieden, te weten zand- en lössgronden, geldt daar bovenop een grasland-/rustgewassenverplichting van 85%.
Aanpak moet ook de waterkwaliteit op peil brengen
De minister is zich ervan bewust dat hij met deze maatregel het stikstofprobleem niet op kan lossen. In de Gelderlander zegt hij daarover: ‘We leggen nu iets neer wat voor de komende decennia bepaalt hoe we de landbouw in Nederland willen inrichten. Die grondgebondenheid, zo heet dat in vaktermen, moet ingevoerd worden van de Europese Commissie om de waterkwaliteit te verbeteren. Ik kan het niet maken - vind ik - om over twee of drie jaar opnieuw met een pijnlijke maatregel te komen voor boeren. Ik vind het niet fair om nu een pakket af te kondigen waar deze norm niet in zit.’
Generieke krimp als laatste redmiddel
Om er zeker van te zijn dat de voorgestelde maatregelen ook daadwerkelijk leiden tot het gewenste resultaat wil de minister een borgingsinstrument ontwikkelen. Over de exacte samenstelling/invulling van het borgingsinstrument gaat het kabinet nog in overleg met provincies en maatschappelijke partijen. ‘Indien daarbij geen consensus wordt bereikt’, zo staat in de brief, ‘kiest het kabinet als ultieme remedie voor een korting op productierechten in 2035.’ Oftewel het bestaansrecht van de melkveehouderij hangt af van de bereidheid van provincies en maatschappelijke partijen om te komen tot een gezamenlijke afspraak over de borging van maatregelen.
Gebiedsprocessen, kavelruil en herverkaveling moeten natuur ontlasten
In zones rond kwetsbare, overbelaste Natura 2000-gebieden zet het kabinet ook nog in op verdere extensivering van de landbouw, reductie van stikstofdepositie, systeemherstel en de aanpak van andere drukfactoren. Voor het vlot trekken van de extensivering ziet het kabinet een grote rol weggelegd voor de gebiedsprocessen. Het Rijk ondersteunt de provincies bij het in gang zetten van de gevraagde beweging in en rondom kwetsbare natuur- en watergebieden met een pakket van bestaande en nieuw te ontwikkelen instrumenten.
Onderdeel van deze ondersteuning zijn onder andere een actief grondbeleid en een transitieregeling die ondernemers helpt richting een extensieve bedrijfsvoering met toekomstperspectief. Dat kan onder andere via de inzet van de nationale grondbank, pachtuitgifte, vrijwillige kavelruil en wettelijke herverkaveling (voorheen WILG). Het kabinet kijkt onder andere naar de inzet van extensiveringsregelingen zoals de Subsidieregeling extensivering melkveehouderij (SEM), de Samenwerkingsregeling melkvee-akkerbouw, afwaardering en zaakbegeleiding.
Hermien van der Aa
Woont en werkt op een melkveebedrijf in Hernen met als neventakken educatie en zorglandbouw. Sinds 2020 parttime redacteur melkvee bij Agrio, waar ze hoofdzakelijk schrijft voor de website melkvee.nl, het vakblad Melkvee en de regiobladen
Beeld: Ellen Meinen


