Kunnen provincies de boeren nog helpen?

Op de dag dat de Tweede Kamer met het kabinet debatteerde, liep ik met een natuurbeheerder over de heide in Ermelo. Ermelo ligt midden op de Veluwe. Een opvallende locatie die we bezochten, was de hei tegen de bebouwde kom aan. Het is Natura 2000-gebied en de heide moet daar op een goede wijze in stand worden gehouden en mag dus zeker niet verslechteren. Het was ook zeer biodivers, echter niet volgens het lijstje dat het ministerie van LVVN hanteert voor heide. Maar ik noem het hier, omdat het ook een hondenuitlaatgebied is. Dagelijks worden daar honderden honden uitgelaten, die daar rechtstreeks stikstof deponeren in hoeveelheden die op jaarbasis nooit via de lucht aangevoerd kunnen worden. Toch moeten boeren die kilometers van deze plek een bedrijf uitoefenen, krimpen of hun deuren sluiten, omdat ze daar ook een minieme bijdrage leveren.
Boerenstand moet kapot
Een ander voorbeeld. Naar aanleiding van de stikstofbrief van minister Van Essen van 26 juni zijn er overal vergaderingen belegd, om de brief voor de landbouw te duiden. Boeren die normaal gesproken op die vergaderingen verschijnen, waren er nu niet. Ik hoor uit mijn netwerk dat die boeren er helemaal doorheen zitten. In dit geval ging het over het aanwijzen van de bufferzones die als een verrassing kwamen. Vooral de zones van 1.000 meter zijn hard binnengekomen. Ik ken diverse projecten waar boeren samen met de omgeving de afgelopen jaren hebben gewerkt aan een plan met toekomstperspectief, waarbij ze flink willen extensiveren en de stikstofemissie fors willen terugdringen. Dat zijn geen gemakkelijke processen. Maar nu lezen ze opeens dat ze nog veel verder terug moeten in hun emissie, omdat de minister besloot om een zonering aan te leggen.
In Overijssel gaat het bijvoorbeeld om de Natura 2000-gebieden Vecht en Beneden-Reggegebied en Springendal & Dal van de Mosbeek. Wat daarbij ook opvalt, is dat hier hydrologie het grootste knelpunt is en geen stikstofdepositie. Deze handelswijze frustreert bovendien tot op het bot. Wanneer je als sector al de handschoen oppakt om aan het grillige beleid van de overheid te voldoen, presenteert de overheid ‘doodleuk’ strengere normen. Daarmee miskent dit kabinet iedere inspanning die geleverd wordt en waar jaren aan is gewerkt. Of platter verwoord: de boerenstand moet kapot in die gebieden.
Geen onderbouwing
In de stukken die de minister van LVVN naar de Tweede Kamer stuurde, lees ik wel dat het kabinet een handreiking doet richting provincies en maatschappelijke organisaties dat er nog gebieden af kunnen vallen waar nu een zone omheen is gezet. Provincies moeten beargumenteren waarom een zone smaller kan zijn of zelfs kan vervallen. Dat is pikant. Waar het kabinet geen onderbouwing levert voor de zones, vragen ze dat van de andere organisaties wel om nog iets aangepast te krijgen.
Top-down
Het is per definitie bijzonder dat het kabinet op deze wijze werkt. Bij zulke ingrijpende plannen, waarbij het kabinet de provincies nodig heeft voor de uitvoering, is gewoon top-down geredeneerd. In de reacties van de provincies lees je dat ook terug. Gelderland laat weten jaren bezig te zijn geweest met beleid en leest nu opeens dat er een GVE-norm in gefietst wordt. Gedeputeerde Mol stelt dat er gekozen moet worden tussen de Gelderse plannen of die van het kabinet. Friesland noemt het ‘onbegrijpelijk’ dat de Waddeneilanden een bufferzone en generieke korting krijgen. Friesland vermoedt dat het kabinet is uitgegaan van verouderde natuurdoelanalyses. Zuid-Holland was ook verrast en zegt al dat het geen bredere zones dan 250 meter zal toestaan.
Debat Tweede Kamer
Deze voorbeelden bieden boeren wellicht wat hoop. Maar wie het debat in de Tweede Kamer woensdag volgde, zal zich afvragen of er nog iets aan te sturen valt. Laura Bromet van PRO wil alleen steun verlenen aan de plannen als er niets wordt afgezwakt. Het kabinet verzekerde zich voor het naar buiten brengen van de plannen al van die steun. Het debat was meer voor de bühne.
Robert Ellenkamp
Hoofdredacteur Agrio en onderzoeksjournalist op het domein landbouw en natuur. Sinds 1999 werkzaam in de landbouwsector. Verdiept zich als onderzoeksjournalist sinds 2019 in stikstof en natuur.
Beeld: Robert Ellenkamp


