GD-onderzoek: ‘Geen hoge aanwezigheid ziektes bij kleinschalige pluimveehouderijen’

Door het praktijkonderzoek van Royal GD is er nu meer inzicht of en in welke mate ziektekiemen voorkomen op kleinschalige pluimveehouderijen met minder dan 250 dieren. Het onderzoek liep van januari tot en met oktober 2025 en per categorie zijn bemonsteringen uitgevoerd op twintig tot dertig locaties verspreid over Nederland. Het onderzoek is in opdracht van AVINED uitgevoerd en maakt onderdeel uit van het jaarlijkse AVINED-onderzoeksprogramma dat door pluimveehouders wordt gefinancierd.
29 kleinschalige houderijen getest
In deel A van het onderzoek werden kleinschalige, commerciële houderijen, die eieren of vlees verkopen, onderzocht. GD-pluimveedierenarts Fiona Schoemaker-van Kaam: „Voor grotere commerciële voedselproducerende pluimveehouderijen zijn er verplichtingen op het gebied van ziektemonitoring. Voor kleinere houderijen niet, waardoor we minder goed weten wat er speelt. We hebben op 29 kleinschalige houderijen daarom voor dezelfde ziektes getest als bij de grote verplicht is.”
Uit dit onderzoek blijkt dat de prevalentie van Mycoplasma gallisepticum (Mg) laag is. Er werden geen antistoffen tegen aviaire influenza (AI) aangetroffen, 24 van de 29 bemonsterde locaties voldeden aan de NCD-titereis voor volwassen leghennen en nergens werd, met de overschoentjestest, zoönotische salmonella aangetroffen. „Een heel positief resultaat”, aldus de GD-pluimveedierenarts. Met de uitkomsten kunnen volgens GD aanbevelingen worden gedaan voor de inhoud van een eventueel monitoringsprogramma voor genoemde ziektekiemen.
Luchtwegaandoeningen hobbypluimvee
In deel B zijn twintig kleinschalige, ‘hoogcontact’-locaties onderzocht, zoals dierenspeciaalzaken en fokkoppels. Schoemaker-van Kaam: „Hier is veel aan- en afvoer van dieren en dat maakt de kans op ziekte-insleep groter. Ook op deze houderijen zijn bloedmonsters en keelswabs genomen en is de overschoentjestest gedaan. “
Uit de resultaten blijkt dat de onderzochte ziektekiemen die luchtwegaandoeningen kunnen veroorzaken (Mg, Ms, AvP, TRT-virus, ILT-virus en IB-virus) zoals verwacht regelmatig voorkomen bij hobbypluimvee. Er werden op twee locaties antistoffen tegen AI aangetoond, daarbij ging het om laagpathogene types. „Deze uitkomsten passen grotendeels bij het beeld dat we bij GD hadden vanuit vrijwillig ingestuurde monsters door hobbyhouders. Er zijn wat kleine verschillen, maar geen verrassingen.”
Goed beeld gezondheid
Door het onderzoek heeft GD naar eigen zeggen een mooi beeld gekregen van de gezondheid van pluimvee op kleinschalige commerciële en hobbymatige houderijen, die hier allemaal vrijwillig aan hebben meegewerkt. „Dat is echt fantastisch: zo werken we samen aan een nog betere diergezondheid”, besluit Schoemaker-van Kaam.
Reinout Burgers
Al bijna 25 jaar volg en schrijf ik als journalist onder meer over de varkenshouderij en pluimveehouderij. Twee uiterst boeiende en dynamische sectoren met veel gepassioneerde ondernemers.
Beeld: Ruth van Schriek
Bron: Royal GD



