Convenant gewasbeschermingsmiddelen ondertekend: de hoofdlijnen

‘De inzet voor dit hoofdlijnenconvenant is om de milieubelasting van het gebruik van schadelijke gewasbeschermingsmiddelen in de plantaardige sector fors terug te dringen’, schrijft staatssecretaris Silvio Erkens in een Kamerbrief, waarin hij het hoofdlijnenconvenant toelicht. Het hoofdconvenant moet na de zomer worden uitgewerkt in deelconvenanten die uiterlijk eind 2026 vastgesteld moeten worden.
Lees hier: Veldpartijen en kabinet sluiten convenant gewasbescherming op hoofdlijnen
Nationaal reductiedoel
Allereerst zijn er voor het convenant afspraken gemaakt over een nationaal kwantitatief reductiedoel voor het verminderen van de milieubelasting van het gebruik van schadelijke gewasbeschermingsmiddelen. ‘Voor de korte termijn wordt de milieubelastingreductie op landelijk niveau gemeten met inzet van de Nationale Milieu-Indicator (NMI). Op de langere termijn wordt gebruik gemaakt van benchmarking en de Milieu-Indicator Gewasbescherming (MIG) om te sturen op milieubelasting op individueel bedrijfsniveau, zodat ondernemers ook van elkaar kunnen leren en zo de milieubelasting kunnen laten dalen.’
In 2030, 2035 en 2040 vindt een voortgangsevaluatie plaats. Daarnaast wordt er een onafhankelijke gegevensautoriteit opgericht die het nationale reductiedoel en de MIG met data ondersteunen. De gegevensautoriteit moet vóór januari 2027 zijn opgericht.
Erkens: ‘In het deelconvenantentraject zullen partijen voor de NMI een overall reductiedoel vaststellen voor 2040, met duidelijk startpunt en een berekening maken van concrete ambities en maatregelen waarmee het NMI-reductiedoel in realiteit bereikt moet worden. De WUR zal worden gevraagd hierover te adviseren. Ook start een traject om tot afrekenbare reductiedoelen op deelconvenantniveau te komen (per sector).’
Kaderrichtlijn Water
In het convenant is ook vastgelegd dat de maatregelen die nodig zijn om aan de doelen voor de Kaderrichtlijn Water (KRW) te voldoen uiterlijk eind 2027 genomen moeten zijn. ‘Daar waar we de doelen in 2027 nog niet halen, moet voor de komende planperiode 2028-2033 tot een extra inzet worden gekomen die beweegt richting nul overschrijdingen van de waterkwaliteitsnorm en het voorkomen van nieuwe overschrijdingen’, schrijft de staatssecretaris. Daarnaast neemt het Rijk het initiatief voor het opstellen van een generiek aanvullend pakket voor kwetsbare watergebieden.
Natura 2000-gebieden
Beleidsafspraken moeten ervoor zorgen dat negatieve effecten van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in en rondom Natura 2000-gebieden worden beperkt, staat in de Kamerbrief. ‘De inzet is een vermindering van negatieve effecten op de natuur (via sterk omlaag brengen van emissies en door middel van extensivering en/of technische precisiemaatregelen). Daarnaast wordt ingezet op het terugbrengen en voorkomen van ‘overspill’ van actieve stoffen naar biologische landbouw.’
De beleidsafspraken hiervoor moeten vóór 1 januari 2027 zijn vastgesteld.
Woningen en scholen
De partijen die zijn betrokken bij het convenant streven ook naar een landelijk beleidskader voor het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen nabij gevoelige functies zoals scholen, kinderdagverblijven en woningen. De implementatie hiervan staat gepland voor 2027. Dit beleidskader moet concrete handvatten bieden voor een consistente en uitvoerbare toepassing van maatregelen.
‘Mocht onverhoopt onvoldoende voortgang worden geboekt, zal het Rijk zelf alsnog met de benodigde maatregelen komen, maar ik reken en vertrouw op een scherpe en constructieve inzet van de convenantspartijen’, stelt Erkens.
Duurzamere alternatieven
Om telers te ondersteunen in de transitie naar effectieve, duurzame alternatieven (en de grotere beschikbaarheid hiervan), zijn afspraken gemaakt over het opstellen van een innovatie, kennisontwikkeling en transitieprogramma. Dit innovatieprogramma wordt vóór 1 januari 2027 onder regie van LVVN opgesteld. Het programma richt zich op kennisontwikkeling, kennisdeling, en implementatie en opschaling van weerbare teelt- en plantsystemen. Het gaat om alternatieven voor alle landbouwvormen: gangbaar, biologisch en agro-ecologisch. In de deelconvenanten die per sector worden opgesteld, is aandacht voor de knelpunten per sector en beschikbare alternatieven.
Naleving wet- en regelgeving
Om de naleving van de wet- en regelgeving voor het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen te verbeteren (deze is nu 60 tot 70 procent) werken de partijen gezamenlijk acties uit. Die moeten uiterlijk 1 januari 2027 gereed zijn. Het Rijk ontwikkelt daarnaast een ander instrumentarium uit, waarin sancties en andere vormen van toezicht zijn opgenomen. ‘Eén van de randvoorwaarden voor effectief toezicht is toegang tot informatie voor toezichthouders. Daarom wordt in het deelconvenantentraject een systeem voor monitoring en verantwoording uitgewerkt, gebaseerd op een volledige en controleerbare registratie van inkoopgegevens en de vereiste gegevens uit Uitvoeringsverordening (EU) 2023/564 over digitale spuitregistratie. Ook wordt gekeken hoe publiek toezicht ondersteund kan worden door private kwaliteitssystemen’, schrijft Erkens.
In oktober 2026 informeert staatssecretaris Erkens de Kamer over de voortgang van de deelconvenanten.
Ondertekende partijen
· Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN)
· Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG)
· Unie van Waterschappen
· Land- en Tuinbouworganisatie Nederland (LTO)
· Nederlands Agrarisch Jongeren Kontakt (NAJK)
· Brancheorganisatie Akkerbouw (BO Akkerbouw)
· Greenports Nederland
· Centraal Bureau Levensmiddelenhandel (CBL)
Tekst: Renske van Valburg
Beeld: Ellen Meinen


