Echte kringlooplandbouw?
Doelsturing in de akkerbouw: KPI4: circulariteit

Circulariteit is een moeilijk woord voor wat we vaak kringlooplandbouw noemen. En nu schrijf ik voor Sterke Erven Akkerbouw, dus voor akkerbouwers die in de regel alle mest aanvoeren en gewassen telen bedoeld voor de mens of (via een brokkenmaker) voor de veehouder. Eigenlijk zou dit een pleidooi moeten zijn voor het moderne gemengde bedrijf. Bij KPI 3 heb ik al uitgelegd hoe het voor fosfaat werkt. Waarom dan nog een KPI? Omdat circulariteit verder gaat dan nutriënten alleen. Het gaat ook over landgebruik, de keuzes voor gewassen en meststoffen (organische mest versus kunstmest) en over die voer–mest samenwerking.
Hoogleraar Imke de Boer zegt het treffend: 'Gebruik vruchtbare grond als eerste voor voedsel dat mensen direct kunnen eten. En zet de veehouderij zoveel mogelijk op reststromen.' Als we dat principe serieus nemen, zou het Nederlandse bouwplan er anders uitzien. Dan was er minder vee en gebruikten we ook veel minder land voor veevoer. En dat hebben we eerder gezien, namelijk tijdens de oorlog. Toen werd grasland omgeploegd, ging de veestapel fors omlaag en verschoof het Nederlandse bouwplan naar aardappelen, granen, bonen en koolzaad. Uit noodzaak om zoveel mogelijk calorieën per hectare te produceren.
Vandaag de dag wordt ruim 60 procent van de Nederlandse landbouwgrond gebruikt voor veevoer. Op veengrond is er natuurlijk weinig anders mogelijk dan gras, toch heb ik me regelmatig afgevraagd wat zou, gegeven uw perceelskaart – grondsoort en ligging –, het ultieme bouwplan zijn? Welke rotatie bouwt aan de bodem, benut nutriënten, heeft minder input nodig en levert veel biomassa? Theoretisch gezwam hoor ik u denken. De markt bepaalt: aardappelen, suikerbieten en uien. Toch zou het interessant zijn om te scoren wie het optimale bouwplan realiseert? Dus KPI 4 gaat eigenlijk meer over de beoordeling van het bedrijfssysteem. Daarbij is het dus belangrijk om de keuze van meststoffen en de samenwerking met de veehouderij mee te nemen. Kunnen we dat gemengde bedrijf van vroeger toch weer een beetje terugkrijgen?
Op welke mest zit u als akkerbouwer te wachten? Op gestripte en aangezuurde zeugengier? of op stabiele, hoogwaardige compost?
Laatst was ik op het symposium van de provincie Brabant met de titel 'Mest het bruine goud'. Ik kreeg een parade van technieken over me heen: scheiden, strippen, vergisten, aanzuren, destilleren. Allemaal met de belofte dat daarmee de kringloop beter gesloten zou worden. Het enige waar ik aan dacht: waar zit u als akkerbouwer eigenlijk op te wachten? Volgens mij niet op gestripte en aangezuurde zeugengier, maar volgens mij wel op stabiele, hoogwaardige compost. Compost die de bodem voedt in plaats van alleen nutriënten levert. Zo hoor ik ook steeds vaker dat digestaat wordt ervaren als een soort 'dode mest'. Weinig voeding voor het bodemleven, weinig bijdrage aan echte circulariteit. Maar zolang je er geld op toe krijgt …who cares?
Deze KPI hoort zeker in de kernset, maar is nog lastig om te scoren. In de melkveehouderij kwam men uit op het percentage eiwit van eigen land. Dat gaat zowel over de eiwitteelt als over de omzetting van eiwit naar melk. Veel melkveehouders kiezen standaard voor maïs. Lekker makkelijk, maar het gebrek aan eiwit moet wel weer aangevuld worden door de brokkenmaker. En misschien is het beter als de melkveehouder zich helemaal op het grasland richt en u als akkerbouwer een rustgewas als granen, luzerne, sorghum of veldbonen levert? En dat in ruil voor die hoogwaardige compost?
Tekst: Frank Verhoeven
Beeld: Ellen Meinen


