Sterke Erven Logo
Kennispartner

Methaanuitstoot melkvee verlagen begint bij goed ruwvoer

Gemeten en berekende methaanemissie in 15 melkveestallen Netwerk Praktijkbedrijven in de periode 2021-2024

Kennispartner3 min
Goed ruwvoer is niet alleen belangrijk voor gezonde koeien en een goede melkproductie. Het onderzoek is uitgevoerd binnen Netwerk Praktijkbedrijven, waar melkveehouders samen met onderzoekers werken aan praktische maatregelen om ammoniak- en methaanemissies te verlagen.

In het onderzoek zijn tussen 2021 en 2024 op 15 melkveebedrijven metingen gedaan aan methaan- en ammoniakemissies uit de stal. Ook zijn voeropname, rantsoensamenstelling, melkproductie en melksamenstelling gevolgd. Daardoor kon de berekende methaanuitstoot vergeleken worden met de werkelijk gemeten uitstoot in de stal.

Wat laat het onderzoek zien?

De samenstelling van het rantsoen maakt verschil. Uit de analyse blijkt dat een aantal voermaatregelen samenhangt met een lagere methaanuitstoot. Het gaat vooral om meer snijmais in het rantsoen, snijmais met een hoog zetmeelgehalte, meer vers gras via weidegang en goed verteerbare graskuil met een laag NDF-gehalte.

Ook de totale CO₂-footprint van het voer is onderzocht, om zo een beter beeld te krijgen van het effect op bedrijfsniveau. Daarbij is niet alleen gekeken naar methaan uit de koe, maar ook naar de teelt en het transport van gewassen en voedermiddelen. Meer eigen ruwvoer, een hoger aandeel snijmais, goed verteerbare graskuil en bijproducten met een lage CO₂-footprint kunnen bijdragen aan een lagere totale klimaatimpact van het rantsoen.

Daarnaast laat het onderzoek zien dat een hogere melkproductie per koe de uitstoot per kilogram meetmelk kan verlagen. Dat geldt vooral wanneer dezelfde hoeveelheid melk met minder koeien kan worden geproduceerd. Dit houdt in dat de melkgevende koeien een verhoogde voerefficiëntie hebben.

Grootste winst voor melkveehouders in betere benutting kwalitatief eigen ruwvoer

Uit ons onderzoek blijkt dat voor melkveehouders de grootse winst ligt in de teelt van een kwalitatief gewas en het verhogen van het aandeel eigen geoogste ruwvoer in het rantsoen. Melkveehouders kunnen het beste starten met het verhogen van het aandeel snijmais in het rantsoen. Focus bij de snijmaisoogst op het juiste oogstmoment, de kolf moet goed rijp zijn voor het verhogen van het aandeel zetmeel per kilogram droge stof. Indien eigen teelt niet mogelijk is geven de onderzoekers aan dat aankoop van snijmaïs een goede optie is.

Voor gras is de wens deze zoveel mogelijk vers te voeren via weidegang om de methaanemissie te verlagen. En bij inkuilen te focussen op het oogsten van een jong gewas met minder ruwe celstof zodat dit ten goede komt van de verteerbaarheid. Uiteindelijk is het van belang dat maatregelen niet los worden genomen maar het in het hele rantsoen en bedrijfssysteem worden verwerkt om de maximale winst te realiseren.

Wie stuurt op zetmeelrijke snijmais, weidegang, goed verteerbaar kuilgras en zo veel mogelijk eigen ruwvoer, werkt tegelijk aan melkproductie, voerkosten en een lagere methaanuitstoot en CO₂-footprint. Omdat elk bedrijf anders is, blijft maatwerk nodig. Het onderzoek laat vooral zien waar de kansrijke richtingen liggen.

Zelf verder met ruwvoer en methaan?

Benieuwd welke maatregelen passen bij jouw bedrijf? Op de website van Netwerk Praktijkbedrijven vind je praktijkverhalen, onderzoeksresultaten en concrete handvatten rondom rantsoen, vers gras, ruwvoer en methaanreductie.

Beeld: Harry Kolenbrander

Bron: netwerkpraktijkbedrijven.nl

Tags
MelkveeBedrijfsstrategieMelkproductieRuwvoerWeidegang
Logo Netwerk Praktijkbedrijven

Netwerk Praktijkbedrijven

Ruim 100 melkveehouders zetten in Netwerk Praktijkbedrijven stappen om de uitstoot van ammoniak en methaan te verminderen. Vanaf 2021 combineren zij praktijkonderzoek en een integrale aanpak om een pakket met haalbare maatregelen samen te stellen. De basis ligt bij rantsoen, maar ook stal, beweiding en het uitrijden en opslaan van mest worden onderzocht. Wat werkt en wat werkt niet? Volg de ontwikkelingen van de deelnemers en ontdek wat past bij jouw bedrijf.

Netwerk Praktijkbedrijven is een initiatief van LTO Noord en Wageningen University & Research en maakt deel uit van het programma ‘Integraal Aanpakken’. Het project wordt gefinancierd door het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN).