Sterke Erven Logo

Minister maakt werk van uitzonderingspositie biologische en extensieve melkveehouders

05 min
Minister Van Essen achter het katheder in de Tweede Kamer
Minister Van Essen wil bij het uitwerken van de emissienormen uit de stikstofbrief meer rekening houden met biologische en extensieve melkveebedrijven. In een brief aan de Tweede Kamer schrijft hij dat weidegang onderdeel moet worden van de berekening van de bedrijfsspecifieke emissienorm. Ook laat hij onderzoeken of biologische bedrijven kunnen worden uitgezonderd van de klimaatnorm.

Een van de uitgangspunten in het beleid is dat koplopers beloond worden voor de inspanningen die zij al hebben gedaan. Koplopers zijn volgens Van Essen hard nodig als voorbeeld en om de verduurzaming van de sector verder aan te jagen.

Emissienormen moeten koplopers stimuleren

Met de emissienormen wil de minister de koplopers stimuleren en niet tegenwerken. Koplopers hebben een voorbeeldfunctie en zijn onmisbaar om de verdere verduurzaming gestalte te geven. ‘In de zones rondom stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden past het biologische en extensieve bedrijfsmodel goed bij het voorgenomen beleid omtrent grondgebondenheid en vermindering van de brede set drukfactoren op natuur naast alleen stikstof’, schrijft de minister in zijn brief aan de Tweede Kamer.

Weidegang gaat meetellen bij berekening emissienorm

De minister erkent in zijn brief dat om te komen tot een goed werkend systeem van doelsturing, waarin biologisch boeren en extensivering beloond worden, de huidige berekening van de bedrijfsspecifieke emissienorm aangepast moet worden. Weidegang gaat onderdeel uitmaken van het berekenen van de emissienorm. Hoe dat eruit komt te zien, kan de minister nog niet aangeven, maar dat wordt momenteel uitgewerkt.

‘De stappen die nog nodig zijn om een geborgd systeem te ontwikkelen om emissies op bedrijfsniveau te kunnen berekenen, niet alleen op biologische of extensieve bedrijven maar op alle melkveebedrijven, is dan ook een van de redenen dat de normen niet eerder dan in 2035 afrekenbaar zijn. Dit biedt ruimte en tijd om dit goed te doen’, staat verder in zijn brief aan de Tweede Kamer te lezen.

Technische maatregelen moeten niet de enige optie zijn

Het behalen van de bedrijfsspecifieke normen zou volgens Van Essen niet afhankelijk moeten zijn van het nemen van technische maatregelen. ‘Maatregelen zoals veel weidegang of een ander rantsoen zullen even goed worden meegerekend in de manier waarop de emissies op een bedrijf worden bepaald. Het kabinet wil melkveehouders op deze manier zo veel mogelijk aansporen in hun ondernemerschap en vakmanschap’, benadrukt Van Essen in de brief. Volgens de minister zijn er al voorbeelden van biologische bedrijven die de stikstofnorm van 0,164 kilogram ammoniak per fosfaatrecht al halen, dankzij weidegang en een lage productie-intensiteit.

De minister erkent dat technische maatregelen boeren kunnen helpen grote stappen te zetten, maar hij wil van het beeld af dat alleen deze maatregelen, al dan niet in combinatie met het krimpen in dieraantallen, de enige weg zijn om de bedrijfsspecifieke normen te halen.

Van Essen onderzoekt uitzondering op klimaatnorm

Daarnaast laat Van Essen momenteel onderzoeken of biologische bedrijven kunnen worden uitgezonderd van de klimaatnorm. Zo brengt Wageningen Livestock Research het huidige handelingsperspectief van biologische en extensieve boeren in beeld. Tegelijkertijd wordt gewerkt aan een pakket ter ondersteuning van biologische en extensieve boeren voor het nemen van stal- en managementmaatregelen. De rekensystematiek wordt onder de loep genomen. En op basis van al deze uitkomsten zal Van Essen in het eerste kwartaal van 2027 de Kamer informeren of aanpassingen van de emissienormen dan wel het uitzonderen van biologische boeren van de klimaatnorm nodig zijn.

Waarom Van Essen kiest voor een norm per fosfaatrecht

In zijn brief aan de Kamer gaat de minister ook in op de afwegingen rondom de keuze voor een norm per fosfaatrecht. Een KPI per fosfaatrecht is relatief neutraal, stelt de minister in zijn brief.

Door te kiezen voor een KPI per fosfaatrecht speelt grond geen rol, waardoor intensieve bedrijven niet extra benadeeld worden. Dit in tegenstelling tot een norm per hectare. Kiezen voor een norm per kilogram melk zou indirect kunnen leiden tot intensivering van de melkproductie. ‘Ik zie bij de keuzen voor een norm per kilogram melk als afwentelingsrisico het sturen richting het verhogen van de productiviteit, dat zowel op bedrijfsniveau als landelijk kan leiden tot meer emissies en indirect meer inzet van inputs zoals krachtvoer’, licht Van Essen toe.

Met de keuze voor een norm per fosfaatrecht speelt de bedrijfsintensiteit uitgedrukt in kilogrammen melk per hectare een beperkte rol in hoe de bedrijven nu scoren per fosfaatrecht. Hoewel de extensievere bedrijven, zo schrijft de minister, met een norm per fosfaatrecht op dit moment vooroplopen. ‘De KPI per fosfaatrecht doet zo recht aan de diversiteit in de melkveehouderij die er is, die ook samenhangt met de locatie en het gebied waar het bedrijf zich bevindt. Die diversiteit wil ik behouden’, stelt hij. Tegelijkertijd geeft Van Essen aan zich bewust te zijn van het gegeven dat de gestelde normen en rekenregels voor sommige bedrijfstypen extra aandacht nodig hebben.

Aantal fosfaatrechten kan niet groeien

Bijkomend beleidsmatig en juridisch voordeel van de koppeling met fosfaatrechten is dat het aantal fosfaatrechten niet kan groeien. ‘Deze zekerheid vind ik belangrijk om goed te kunnen onderbouwen dat er een gericht, borgbaar pad van emissiereductie plaatsvindt. Dit is ook nodig om vergunningverlening weer op gang te brengen. Hoewel ook voor andere KPI’s, zoals GVE’s en hectares, geldt dat het niet in de lijn der verwachting is dat deze op sectorniveau zullen toenemen, bieden deze KPI’s desondanks minder zekerheid doordat de ‘noemers’ zelf niet in omvang gereguleerd zijn’, legt de minister in zijn brief aan de Kamer uit.

De verhandelbaarheid van fosfaatrechten biedt boeren daarnaast ook nog een extra handelingsperspectief voor het verkrijgen van extra emissieruimte.

Beeld: Ellen Meinen

Bron: Tweede Kamer

Tags
BiologischMelkveePolitiekRegelgevingStikstofemissieExtensieveringJaimi van Essen