Sterke Erven Logo

P-efficiëntie beïnvloed door eiwit in melk

02 min
Hogere gehalten aan eiwit en lactose in de melk zorgen voor een betere fosfaatefficiëntie. Dit blijkt uit een studie van WUR-onderzoeker Geronda Klop waarbij ze de data van drie eerder studies naar de relatie van de eiwit- en lactosegehalten met het fosforgehalte in melk.

Dit presteerde Klop op een seminar van Provimi tijdens de Rundvee en Mechanisatie Vakdagen (RMV) in Hardenberg.

Variatie

Door de studies met elkaar te vergelijken kwam Klop tot de conclusie dat organisch gebonden fosfor in melk een constante factor is. Daartegenover bleek de niet-organisch gebonden fosfor nogal wat te variëren, terwijl in de praktijk met een vaste waarde voor fosfor wordt gerekend. Het eiwit- en lactosegehalte in de melk bleek de meeste invloed te hebben op dit variabele fosforgehalte.

In een voorbeeld toonde Klop aan dat wanneer het eiwitgehalte steef van 3,4 naar 3,57 procent en het lactosegehalte van 4,57 naar 4,8 procent, de fosfaatefficiëntie steef van 40 naar 44 procent.

Overmaat aan fosfor

Volgens de onderzoeker bevatten de huidige melkveerantsoenen in Nederland over het algemeen een overmaat aan fosfor. Vanwege de huidige fosfaatwetgeving is het de uitdaging om te kijken naar de fosfaatefficiëntie van de veestapel.

Op dit moment wordt de veilige ondergrens van 3,4 gram fosfor per kilo drogestof gehanteerd, maar ligt volgens Klop de werkelijke behoefte lager. Ze is van mening dat er tot op heden nog te weinig onderzoek is gedaan naar de werkelijke fosfaatbehoefte van de koe.

Tags
MelkveeAgribusinessMelktechniekVoerRegelgeving