Wageningen voorspelt economische dreun als 30 procent veehouders stopt

Veehouders staan door de stikstofwet voor ingrijpende investeringsbeslissingen. Volgens onderzoeksleider Petra Berkhout zijn vooral middelgrote bedrijven kwetsbaar. Zij beschikken vaak niet over de financiële ruimte om hun stallen aan te passen, terwijl doorgaan zonder die investeringen steeds moeilijker wordt. De onderzoekers benoemen expliciet dat veel varkens- en pluimveehouderijen fors moet investeren in hun stallen, maar ze wagen zich niet aan een uitsplitsing van hun voorspelling per sector.
Economische gevolgen
Zoveel stoppers heeft economische gevolgen. De onderzoekers schatten dat de economische bijdrage en werkgelegenheid van de veehouderijsector met 12 tot 25 procent in elkaar zakt. Het gaat dan bijvoorbeeld ook om voerproducenten en slachterijen.
Voor de Nederlandse land- en tuinbouw als geheel, inclusief toeleveranciers en verwerkers, verwacht Wageningen een daling van de economische bijdrage met maximaal 4 procent en van de werkgelegenheid met maximaal 5 procent. De onderzoekers verwachten nadrukkelijk geen problemen met de voedselzekerheid. Een lagere binnenlandse productie zal volgens hen vooral leiden tot minder export.
Stapeling van eisen
De cijfers zijn nog niet definitief. Wageningen heeft de verwachte gevolgen van het stikstofpakket in kaart gebracht, maar nog niet uitgebreid doorgerekend. Dat gebeurt de komende maanden. Daarbij berekenen de onderzoekers ook wat de strengere eisen voor ammoniak en klimaat betekenen in combinatie met de nieuwe dierenwelzijnsregels. Die eisen staan vaak op gespannen voet met elkaar. De resultaten van die doorrekeningen worden in het voorjaar van 2027 verwacht.
Het kabinet heeft ruim een miljard euro gereserveerd voor investeringen in duurzame stallen. Volgens WSER is financiële ondersteuning noodzakelijk om de gevolgen voor veehouders te beperken. Hoe het geld over de verschillende sectoren wordt verdeeld, moet nog blijken.
Tekst: Bart van de Laak
Beeld: Agrio


