Staatssecretaris wil koplopers geen strobreed in de weg leggen
De staatssecretaris ging maandag 21 september in gesprek met vertegenwoordigers van Caring Farmers en de dierenbescherming. Wat hij vooral wilde weten was: waar knelt de huidige regelgeving voor koplopers op het gebied van dierenwelzijn en hoe kunnen de producten van koplopers zichtbaarder in de markt worden gezet?
Geen stikstofmaatregelen die dierenwelzijn benadelen
De dierenwelzijnsorganisaties zijn positief over de insteek van Erkens om de dierwaardige veehouderij integraal te benaderen. Wel spreken zij hun zorgen uit over de uitwerking van stikstofmaatregelen op het dierenwelzijn. Dat is niet nodig, aldus de staatssecretaris. „De integrale benadering is juist bedoeld om knelpunten sneller op te sporen. Trek vooral aan de bel wanneer jullie knelpunten signaleren”, geeft hij de organisaties mee.
Aanbrengen ondergrens in dierenwelzijn
Caring Farmers spreekt tijdens het gesprek haar teleurstelling uit over het wegvallen van weidegang als verplichting in de AMvB. Ook de afspraak dat kalveren langer bij de koe moeten blijven, is niet meer terug te vinden in de aangepaste versie. De staatssecretaris legt uit dat de AMvB niet het eindpunt is als het gaat om dierwaardigheid, maar dat het juist een bodem legt in de discussie over wat we in Nederland als dierwaardig beschouwen.
Serieuze stappen zetten met dierwaardigheid in de keten
In de AMvB is ook een belangrijke rol toebedeeld aan de keten. Die wordt opgeroepen tot actie, om te komen tot een betere prijsvorming voor dierwaardige producten. De staatssecretaris nodigt Caring Farmers uit mee te schrijven aan de voorstellen voor een gerichte ketenaanpak. Hij hecht veel waarde aan de inbreng van de dierenwelzijnsorganisatie, omdat met name de koplopers vaak veel belemmeringen ervaren met het in de markt zetten van hun product. De inbreng van de koplopers is belangrijk om beter in beeld te krijgen waar deze boeren tegenaan lopen en welke stappen nog gezet moeten worden om die belemmeringen op te ruimen.
Kleine bedrijven vrijstellen van regelgeving
Sanne Smeets, directeur van Caring Farmers geeft aan graag mee te willen denken en praten, maar dat de stichting weinig uren beschikbaar heeft om daadwerkelijk volledig mee te draaien in het partneroverleg over Markt & Keten. Wel vraagt zij de staatssecretaris te onderzoeken of het niet mogelijk is kleine bedrijven, bedrijven met een beperkt aantal dieren, vrij te stellen van bepaalde regelgeving. Volgens Smeets zijn de kosten die gemoeid zijn met het voldoen aan bepaalde regelgeving onevenredig hoog. En dat belemmert volgens haar de koplopers in hun ontwikkeling.
Annette Harberink, directeur van de Warmonderhof, is ervan overtuigd dat mensen de dierwaardige producten vanzelf gaan kopen als ze maar vindbaar zijn in de winkel. „Als we vanaf 2040 alleen nog maar voedsel verkopen waar de juiste stoffen in zitten, krijgen we vanzelf het landbouwsysteem dat we wensen”, houdt Harberink de staatssecretaris voor.
Al meer dan twintig jaar kalveren bij de koe
Het begon allemaal nadat een kennis van hem vroeg: „Waarom haal je het kalf direct bij de koe weg?” Het antwoord op die vraag wist Durk Oosterhof, melkveehouder in Drachten (FR), niet. Dat vormde uiteindelijk de aanleiding voor zijn overstap naar het kalf-bij-de-koesysteem.
Oosterhof runt een melkveebedrijf met 43 melkkoeien op 41 hectare grond. Hij stapte in de loop der jaren over van gangbaar naar biologisch, en vervolgens naar biologisch-dynamisch. Het biologisch-dynamisch boeren heeft een positief effect op bodemleven en bodemvruchtbaarheid, verklaart Oosterhof trots. „Onze bodem bevat ruim 50 ton bodemleven.”
De overstap verliep uiteraard niet zonder slag of stoot. „Je moet alles zelf uitvinden. Zo kwam ik er al vrij snel achter dat als je niet ingrijpt, de kalveren verwilderen en eigenlijk niet meer te benaderen zijn”, legt Oosterhof de staatssecretaris en de vertegenwoordigers van de dierenwelzijnsorganisaties uit tijdens een rondgang op zijn bedrijf. En juist de door Oosterhof beproefde methode, waarbij hij de kalveren een aantal dagen aan een touw in de wei vastzet, is bij wet officieel verboden. Niet zozeer omdat het nadelig is om jonge kalveren drie dagen vast te zetten, maar vooral als regel om te voorkomen dat veehouders hun dieren aanbinden. Het is een duidelijk voorbeeld waar bestaande regelgeving de koplopers in de weg zit, aldus de vertegenwoordigers van de dierenwelzijnsorganisaties.
De Friese melkveehouder is na twintig jaar meer dan overtuigd van zijn keuze om het kalf drie maanden bij de koe te laten. „Om te overleven hoef je alleen maar te geloven dat het kan”, stelt hij dan ook. Het kalf-bij-de-koesysteem versterkt de sociale samenhang binnen de kudde, het vergroot het dierenwelzijn en zorgt voor gezondere kalveren.
Koeien waar de kalveren bij lopen geven gemiddeld 10 tot 15 procent minder melk op jaarbasis. Een deel van de gederfde inkomsten valt weg tegen de besparing op melkpoeders, maar de rest komt voor rekening van de veehouder. Tenzij hij erin slaagt zijn melk met meerwaarde aan de man te brengen. „Ik heb het kalf altijd uit idealisme bij de koe gehouden. En heb veel geprobeerd om de meerkosten betaald te krijgen. Maar pas sinds ik melk lever aan Kalverliefde krijg ik de melk echt naar waarde betaald”, besluit Oosterhof.
Hermien van der Aa
Woont en werkt op een melkveebedrijf in Hernen met als neventakken educatie en zorglandbouw. Sinds 2020 parttime redacteur melkvee bij Agrio, waar ze hoofdzakelijk schrijft voor de website melkvee.nl, het vakblad Melkvee en de regiobladen
Beeld: Hermien van der Aa, Bram Teeuwsen













