Sterke Erven Logo
Column

Column Huub Fransen

'Kan het nog erger? Ik denk het niet'

Column06 min
Huub Fransen
Iedereen die een vergelijking maakt met de Tweede Wereldoorlog is af. Niets is daarmee te vergelijken. Ik ga toch het risico nemen.

Ons familiebedrijf bestaat volgend jaar 130 jaar. Een mooie prestatie. Niet helemaal uniek, maar we worden steeds unieker als we nog even volhouden. De vijfde generatie heeft er zin in dus we gaan voor de 150 jaar! Ik zocht even na wat we daarvoor moeten doen (dank je AI). De top drie is: Tijdige bedrijfsopvolging, financieel conservatisme, innovatie vanuit traditie.

Ik denk dat we dan op de goede weg zitten. Als ondernemer analyseer je de markt en vervolgens pas je je aan. Dat is mijn dagelijks werk, maar naast het analyseren van de markt is nu het analyseren van de overheid ook een belangrijke ondernemerskwaliteit geworden. De overheid in Nederland en Europa heeft steeds meer de neiging in te grijpen in de markt. De markt werkt daardoor niet meer zoals vroeger en tegelijkertijd daalt het woon- en ondernemingsklimaat door meer ambtenaren (dus meer regels) en meer schulden en tekorten bij de overheid. Frankrijk is nu het voorbeeld hoe het kan gaan. Nederland is in Europa nog steeds een positieve uitzondering. Met dit beleid zijn we hard op weg om dat niet meer te zijn.

Dus af en toe is het de kop in het zand en doorgaan

Veel ondernemers maken zich hierover zorgen. Ze hebben echter niet zoveel keuze. Als Nederlander wil je in Nederland wonen en werken. Er zijn volop kansen in het buitenland, maar waarom moet je huis en haard opgeven om je werk te kunnen doen? Dus af en toe is het de kop in het zand en doorgaan. In dit soort gevallen denk ik terug aan wat mijn ondernemende voorvaderen hebben meegemaakt. Mijn overgrootvader kocht een windmolen in Erp in 1897 en werd molenaar. Na slechts 17 jaar brak de eerste wereldoorlog uit. Nederland was officieel neutraal, maar had natuurlijk heel veel last van de oorlog in de buurlanden. In Uden hebben we niet voor niets een Belgenlaan, genoemd naar de vluchtelingen van toen (opvangen in de regio, heet dat). Geen fijne tijd om te ondernemen; mijn overgrootvader ging door. Daardoor kon hij jaren later de molen overdragen aan zijn enige zoon Johan, mijn opa. In de roaring twenties van de 20ste eeuw had mijn familie de wind mee. Het was een periode van economische bloei en culturele vernieuwing. De beurscrash van 1929 leidde het einde in van deze voorspoed. Waarschijnlijk ging men een beetje naast de schoenen lopen en sloeg de decadentie toe (waar heb ik dat toch meer gezien?).

Tien jaar later deed Nederland wel mee aan de Tweede Wereldoorlog. Op 10 mei vielen de Duitsers Nederland binnen en trouwden mijn opa en oma. Vandaag de dag hoor ik mensen zeggen: “moeten we in deze wereld wel kinderen op de wereld zetten?” Maar mijn grootouders gingen direct aan de slag en in februari 1941 werd de eerste van hun tien kinderen geboren. Tijdens de oorlog draaide de molen door en af en toe was mijn opa zelfs stout door de wieken rood-wit-blauw te schilderen en met de stand van de wieken te seinen. Hij schijnt ook geknoeid te hebben met de gewichten als de Duitsers graan kwamen ‘kopen’. Opa had misschien niet veel keus, maar ‘onderneemde’ door in deze barre tijden. In 1949 gaat het alsnog goed mis als de molen zwaar beschadigd raakt. De CHV (nu Agrifirm) bood hem meteen een goede baan aan in de fabriek in Veghel om zo een concurrent uit de markt te halen. Mijn opa weigerde en bouwde van de stenen van de molen een elektrisch fabriekje in Erp. Een goede keuze want het fabriekje groeide en groeide en kon zodoende begin jaren zeventig worden overgedragen aan zijn oudste zoon, mijn vader. Overdragen was eigenlijk verkopen, want mijn vader stak zich diep in de schulden om deze stap te kunnen zetten. De NMB (nu ING) dacht met hem mee.

We verloren driekwart van de omzet en Brabant zat in een diepe ellende

Met de groei van de veehouderij in Brabant groeide ook het bedrijf van mijn vader. Het ging wel eens fout (een grote brand eind jaren zeventig) maar in het algemeen ging het vooral goed. Tot in 1997 de varkenspest uitbrak. We verloren driekwart van de omzet en Brabant zat in een diepe ellende. Het feest voor ons 100-jarig bestaan werd afgelast, maar mijn vader bleef positief. Er werd niemand ontslagen in de hoop dat het weer goed zou komen. Dat deed het en de jaren na de varkenspest waren goed. Bij Gerrits-Jans in De Rips ging het ook crescendo en beide families besloten vanaf 2002 te gaan samenwerken, de basis voor het huidige Fransen Gerrits was gelegd.

Nu naar de ‘roaring twenties’ van deze eeuw. We zijn in Nederland ongekend rijk en bijna alles kan. We kunnen mensen in nood opvangen, we kunnen minder gaan werken, we werken aan een fijne omgeving en we kopen boeren uit. De decadentie slaat weer toe en ondernemers maken zich zorgen. Het ooit zo liberale en tolerante Nederland wordt langzaamaan minder tolerant en de vrijheid van ondernemen wordt ingeperkt. Van die inperking hebben alle ondernemers in Nederland last, maar voor de landbouw is het wel heel extreem. Boeren hebben al veel meer en gedetailleerdere regels dan de meeste ondernemers, nu heeft de overheid er ook serieus veel geld voor over om boeren te stoppen. Ondanks begrotingstekorten wordt aan de uitkoopregels niet getornd en alternatieve plannen van de ondernemers zelf (en die kunnen het toch weten, zou je zeggen) worden resoluut van tafel geveegd. Niet bepaald een ondernemersklimaat waar je blij van wordt. En je kunt wel wat anders gaan doen maar niet iedereen kan influencer worden.

Zelfs een kabinet met D66 zullen we overleven

Inmiddels staat in mijn familie de vijfde generatie klaar en we willen door als zelfstandig familiebedrijf. Ik ga mijn kinderen niet ontmoedigen in het bedrijf te stappen, omdat het zo moeilijk is. Ik probeer ze juist te betrekken om ze zelf te laten ondervinden hoe uitdagend en hoe leuk het is. En tot nu te vinden ze het leuk. Ik denk dan maar weer terug aan mijn opa die door moest in de Tweede Wereldoorlog. Kan het nog erger? Ik denk het niet. Zelfs een kabinet met D66 zullen we overleven. Vluchten kan niet meer en in België hoeven ze echt geen Nederlanderlaan te gaan maken. ‘Luctor et ermergo’, ik worstel en kom boven, zoals de Zeeuwen zeggen.

Beeld: Ellen Meinen

Tags
VarkensPluimveeAgribusinessMarktOndernemerschapPolitiekVoerLimburgNoord-Brabant