Sterke Erven Logo
Column

KPI 7 - Gewasbescherming

‘Alweer een convenant’

Column04 min
Frank Verhoeven
Frank Verhoeven.
Minder regels, meer eigen verantwoordelijkheid. Dat is de belofte van doelsturing. Niet sturen op maatregelen, maar op het resultaat. Met de KPI‑kernset ligt er nu een compacte basis om duurzaamheidsprestaties van akkerbouwers zichtbaar en vergelijkbaar te maken: integraal, met zo veel KPI’s als nodig en zo weinig als mogelijk. In deze reeks leg ik de KPI’s langs de praktijk. Deze keer KPI 7: gewasbescherming. Misschien wel de KPI die het beste laat zien of we doelsturing echt serieus nemen.

Over gewasbescherming wordt in Nederland inmiddels al meer dan 35 jaar gediscussieerd. Sinds het eerste Meerjarenplan Gewasbescherming uit 1991 volgden actieprogramma's, nota's, convenanten en visies elkaar op. En ook nu ligt er weer een nieuw convenant. De landelijke milieubelasting moet worden gevolgd via de Nationale Milieu Indicator. Op bedrijfsniveau komt de Milieu-indicator Gewasbescherming (MIG). Daarnaast wordt gewerkt aan een onafhankelijke Autoriteit Gewasbescherming. Tegelijkertijd maakte het kabinet onlangs bekend dat beoordelingsmethoden voor gewasbeschermingsmiddelen sneller aangepast moeten kunnen worden aan nieuwe wetenschappelijke inzichten.

Als we werkelijk zouden kiezen voor doelsturing in de akkerbouw, dan vind ik dat we KPI 7 maar eens centraal moeten zetten. Waarom? Het doel is vrij helder: zo weinig mogelijk milieubelasting, zo weinig mogelijk chemische middelen. En dan is het meten, vergelijken (benchmarken) en verbeteren. Nu gebruiken we in onze pilots de CLM-milieumeetlat en zien we grote verschillen tussen bedrijven met vergelijkbare bouwplannen. Scores lopen uiteen van vrijwel nul tot meer dan 1.600 milieubelastingspunten per hectare. Ook het aantal overschrijdingen verschilt enorm tussen bedrijven. Om dit goed te doen, moeten de data op orde zijn. En misschien zit daar op dit moment wel het grootste probleem. Want hoewel we druk zijn met precisielandbouw, perceelspecifiek werken en datagedreven ondernemen, blijkt het in de praktijk, binnen een studiegroep, nog behoorlijk lastig om eenvoudig inzicht te krijgen in het middelengebruik per hectare, per gewas, per kilogram product en vooral de prestatie van het bedrijf als geheel. En zonder registratie bestaat doelsturing uiteindelijk alleen op papier.

Minder middelen betekent in de regel wel een hogere kans op ziekten, plagen of opbrengstverlies. Daar wordt in de maatschappelijke discussies wat makkelijk aan voorbij gegaan. Toch is dit dossier goed vergelijkbaar met de reductie van antibiotica in de veehouderij. Daar werd jarenlang gediscussieerd over regelgeving, totdat registratie en benchmarking centraal kwamen te staan. Ineens werd zichtbaar welke bedrijven vooropliepen, welke achterbleven en waar verbetering mogelijk was. Dat leidde uiteindelijk wel tot een forse daling van het gebruik.

Laten we beginnen de bedrijven die aantoonbaar laag scoren op milieubelasting daarvoor meer te waarderen en te belonen. Maar laten we aan de andere kant bedrijven met structureel hoge overschrijdingen ook aanspreken binnen studiegroepen en benchmarksystemen. Misschien hoort daar zelfs een rode kaart bij. Ik vrees namelijk dat alleen een wortel onvoldoende effect heeft. Zonder een stok modderen we, vrees ik, door tot het volgende convenant.

Integrated Crop Management klinkt prachtig. Maar KPI 7 verbetert pas als we gaan meten, benchmarken en elkaar durven aanspreken.

Belangrijk is wel dat dit soort data niet met Jan en alleman gedeeld gaan worden. En we moeten al helemaal voorkomen dat het Woo-baar wordt. Maar KPI 7 is wel de KPI waarop we overtuigend voortgang moeten laten zien. Misschien een rol voor een autoriteit gewasbeschermingsmiddelen? Ondertussen wacht de buitenwereld niet. Provincies krijgen stapels handhavingsverzoeken rondom gewasbescherming. In Drenthe wordt zelfs gezocht naar extra capaciteit om die af te handelen. En zo verandert een maatschappelijke discussie langzaam in een juridische. En met een actieprogramma moeten we precies dát zien te voorkomen.

Kortom, aan de slag met KPI 7. En in plaats van nog 35 jaar discussiëren over indicatoren, convenanten en meetlatten, kunnen we beter gaan meten met de meetlat die er nu is, benchmarken en elk jaar laten zien dat we verbeteren. En als minder middelen meer risico betekent, laten we dan daar een risicofonds voor organiseren. En hoe mooi zou het zijn als de supermarkten daar ook eens aan mee gaan betalen!

Tekst:

Beeld: Ellen Meinen

Tags
AkkerbouwBedrijfsstrategieGewasbeschermingICMManagementOndernemerschapOpinieRegelgevingTopgewas